Een oudere man wordt ondersteund op de plaats van de massamoord


Zie ook het fotoalbum. PAS OP: SCHOKKENDE BEELDEN! 


Beschrijving

In Gadang in Malang (Oost Java) werden 21 Chinezen, mannen, vrouwen en kinderen, na gruwelijk mishandeld te zijn, opgesloten in een voormalige conservenfabriek. Vervolgens zorgden extremisten ervoor dat het gebouw door een vlammenzee verwoest werd, waarbij de Chinezen levend verbrandden.  Lijken van vermoorde Chinezen in een massagraf. Het graf wordt dichtgegooid2

Toen Nederlandse troepen de stad in juli 1947 bezetten en de gruweldaad ontdekten wisten zij een der hoofddaders, Lasmoe, te arresteren. 

Lasmoe had zich, mede door intimidatie van de bevolking, veilig genoeg gevoeld in Malang achter te blijven. Toen de Nederlandse troepen de oorllogsmisdaad ontdekten konden zij hem op aanwijzing der bevolking arresteren. 

Een van de redenen voor de moord op de Chinezen was dat de TNI hen ervan beschuldigde als spionnen voor het Nederlandse leger op te treden. Die opvatting werd ook geuit door de Indonesische generaal-majoor Soetomo.

Dat had mede tot gevolg dat ook elders in Malang zestig Chinezen in hun huizen werden opgesloten en levend verbrand. Elders, in Kotalama, werden 23 Chinezen ontvoerd en hun lijken later in een dusdanige positie teruggevonden dat "hun toestand niet met woorden meer te beschrijven viel". 

Protest tegen de moordpartijen op Chinezen

Een Chinese woordvoerder waarschuwde voor de moorden op Chinezen. Hij verklaarde dat zij grote kans liepen door Indonesische nationalisten op grote schaal gedood te worden als de Nederlandse troepen zich terug zouden trekken uit de gebieden die zij toen, in 1947, op Java en Sumatra bezet hielden. 

De voorzitter van de Chinese Vereniging betoogde in een radiotoespraak dat in Tangerang 1.831 Chinezen vermoord waren maar dat dit soort tonelen ook elders schrikbarende afmetingen lieten zien. Zelfs Chinese kinderen waren niet meer veilig voor nationalisten. Te Malang werden ze bijvoorbeeld onthoofd. De Chinese woordvoerder richtte een smeekbede aan de Verenigde Naties deze praktijken te doen stoppen. 

Hierop antwoordde Gani, vice-president van de Republiek, dat de "onregelmatigheden" waaronder de Chinezen te lijden hadden slechts incidenten waren. 


 

f t