Identificatie slachtofer


Zie ook het artikel over Indisch Bronbeek en het algemene artikel over de gruwelen der Bersiap


Inleiding

Indisch Bronbeek was een invalide-inrichting voor oud-KNIL militairen en hun familie, gelegen op ongeveer 500 meter van het Gemeentelijk Julianaziekenhuis te Bandoeng. Tijdens de bezetting van Java door Japan zochten veel oJulianaziekenhuis Bandoengud-militairen met hun gezinnen en anderen hier een toevluchtsoord. De omringende bevolking was hen zeker niet ongunstig gezind en hoopte dat de Nederlandse troepen spoedig weer terug zouden keren, zodat er weer voldoende te eten zou zijn.

Na de capitulatie van Japan werd er een zeer intensieve propagandacampagne, geleid door de Indonesische Nationalistenpartij en Japanners, gevoerd en de NICA (Netherlands Indies Civil Administration) werd daarin onder meer opgevoerd als een organisatie die gekomen zou zijn om de Indonesiërs te onderdrukken en om te brengen. Alle Nederlanders werden nu geïdentificeerd met de NICA: een Nederlander in uniform was een NICA-soldaat en derhalve dienden alle Nederlanders vermoord te worden.

Vergiftiging der geesten

De Republikeinen kondigden nu een landbouwboycot van Europeanen af. Boeren die zich hier niet aan hielden werden zonder enige vorm van proces afgeslacht. Diverse groepen oefenden terreur uit, zoals de zogenaamde "officiële" politionele instanties als T.K.R., de PSlachtoffers bronbeek.pngolisie Istimewa, de lokale politie (die geïnfiltreerd was, zie hierover meer in het artikel over Raymond Westerling en de politie op Celebes) en de plaatselijke Pemoedaorganisaties. Geen bevolkingsgroep, noch de Chinese of de Indonesische, was meer veilig.

Vanuit Cheribon kwamen twee Indonesische misdadigers, gewezen Kempeitai-dienaren, die zich de algemene leiding in de streek in en rond Bandoeng wisten toe te eigenen. Zij organiseerden de Pemoeda-jongeren in de kampongs en de Japanners voorzagen hen van wapens. De kampongbewoners werden nu geterroriseerd en hogere bestuursambtenaren de macht ontzegd en de keuze gelaten tussen een gruwelijke dood of de vlucht. 

Roofpartijen van Indische woningen en bedreigingen van Europeanen waren schering en inslag. In deze tijd was de Nederlandse bevolking geheel ongewapend, waren er onvoldoende geallieerde troepen en heulden de nog in functie zijnde Japanse eenheden met de nationalisten.

De Bersiap vangt aan

Een der eerste moorden vond plaats op een Europeaan uit de Zorgvlietwijk, die op  de markt voedsel wilde kopen. Zijn lijk werd ergens in de akkers begraven. Diezelfde dag nog werden de stoffelijke overschotten van vermoedelijk in huis afgeslachte Europese mannen  daar ook heengebracht en hun woningen leeggeplunderd.

Toen aldus de Bersiapperiode in volle omvang losbarstte werden de in de omgeving van Bronbeek wonende Europese gezinnen uit hun huizen gehaald, naar Bronbeek Opgraving van de slachtoffersovergebracht en hun woningen tot de laatste splinter leeggeroofd. Bronbeek zelf sloot, bewaakt door bendeleden,  de poorten.

In deze tijd werd van diverse kanten, volgens de getuigenis van de latere luitenant-kolonel der infanterie KNIL A.M. Sierevelt, hulp gevraagd aan de Brits-Indische wacht van het nabijgelegen Julianaziekenhuis. Maar het indertijd stereotype antwoord was: "No orders". En de bewaking bleef rustig achter de prikkeldraadversperringen van het Departement van Oorlog, het hoofdkwartier in Bandoeng, zitten en deed niets om aan de moordpartijen een einde te maken.

Op 28 november 1945  kregen alle bewoners van Bronbeek, ongeveer 280 personen, waaronder mannen, vrouwen en kinderen, bevel naar de kantine te gaan, waar zij werden samengedreven teinde afgemaakt te worden. Deze massa-executie ging op het laatste moment niet door, waarschijnlijk omdat het geschiet de aandacht kon trekken van de Brits-Indische bewaking van het Julianaziekenhuis. Op 29 november moesten alle jongens vanaf 16 jaar en de mannen tot veertig jaar naar de akkers lopen, waar zij met messen werden doodgemaakt. Een jongen, die trachtte te vluchten, kreeg de kogel.  

Het moorden wordt voortgezet

Eerder op die dag was al een groep van 14 Indonesiërs vermoord door de revolutionairen. Een der mannen vroeg om gratie, waarop zijn arm werd afgehakt. Hij wist zich los te rukken maar werd achterhaald en met een kapmes doodgestoken.  De volgende dag was het de beurt aan negen mannen en een vrouw uit Bronbeek.  Van drie van hen werd eerst een arm afgehakt met het dreigement dat als zij zouden schreeuwen hun kinderen en vrouwen ook in stukken zouden worden gesneden.

Twee dagen later volgde de volgende groep, bestaande uit 14 mannen, tien vrouwen en zes meisjes tussen de 7-8 jaar oud. Hun lijken werden in de maistuin begraven maar 's nachts opgegraven door de Rode Kruis ploeg van de kampong en verderop in de rivier gesmeten. Ook  de lijken van de eerdere slachtoffers waren aan gruwelijke schendingen blootgesteld.

Op zoek naar de lijken van de slachtoffers

Intussen dienden de resterende mensen die nog op Bronbeek verbleven op transport te worden gesteld maar dit plan werd verijdeld door de evacuBronbeek Bandoengatie, die op 17 december, onder militaire begeleiding, plaatsvond naar een beschermde wijk van Bandoeng. Op 20 december vonden Nederlandse troepen, onder dekking van Brits-Indische manschappen, 12 lijken van jongens en mannen.

De dag erop trof men het stoffelijk overschot van een vrouw aan maar was het lijk van een van de 12 mannen verdwenen. Later bleek dit in de nacht van 20 op 21 december 1945 te zijn opgegraven door de moordenaarsbende, in stukken gehakt en in de rivier gegooid.

Dit gesol met lijken was al eerder gebeurd en had waarschijnlijk de bedoeling een eventueel later onderzoek te bemoeilijken. In zijn boek "Allen zwijgen" omschreef de Molukse KNIL-soldaat S.M. Jalhay welke taferelen de Nederlandse troepen onder meer aantroffen: babies die vastgespijkerd waren aan een tafel, bejaarden mannen gekruisigd in de tuin, praktisch onthoofden vrouwen, waarbij de darmen het lichaam verlaten hadden en een zwangere vrouw, waar de foetus half naar buiten hing,  met doorgesneden keel.

Nasleep

De lijken van de slachtoffers werden nadien, voor  zover mogelijk, opgegraven, geïdentificeerd en herbegraven op Erebegraafplaatsen. Over het aantal dodelijke slachtoffers bestaat geen zekerheid maar het zijn er waarschijnlijk meer dan honderd geweest, waaronder mannen, vrouwen en kinderen. Op de plaats waar Indisch Bronbeek naar genoemd was, Militair Invalidentehuis en Museum Bronbeek, staan veel gedenktekens, maar niet een daarvan is gewijd aan de slachtoffers, waaronder veel oud-militairen, die vielen tijdens de gruwelen der Bersiap op Indisch Bronbeek.

Mede als gevolg van de moordpartij op Bronbeek en om dit soort gruwelen in de toekomst te kunnen verhinderen werd Antjing Nica, het vijfde bataljon, door luitenant-kolonel J.C. Pasqua opgericht. Dit bataljon stond later onder commando van luitenant-kolonel A. van Santen. Hij was later commandant van Nederlands Bronbeek.

Zie ook


 

 

 

 

f t