Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: 1942-1950. Acties in Nederlands-Indiƫ Categorie: Fotodagboeken Politionele Acties van betrokken manschappen | Gepubliceerd: 04 april 2014

Wat te doen met het wiel


Hieronder ziet u het fotoalbum van Gerard van der Lee met diens toelichting. Van der Lee nam in de jaren 1949 en begin 1950 in de rang van tweede luitenant der Huzaren van Boreel deel aan de acties in Nederlands-Indië.


Hr. Ms. Waterman - kopieOp drie december werden wij ingescheept op de Waterman om naar Indië vervoerd te worden. Tijdens de reis gingen wij naar de film, leerden Maleis en schreven brieven naar huis.

In de nacht van de 18de op de 19de december hoorden wij dat de Tweede Politionele Actie reeds begonnen was, maar daar konden wij ons (nog) niets bij voorstellen.


 Eten kokenDe 25ste december liepen wij de haven van Tandjong Priok binnen en werden wij verder getransporteerd naar Tjilitan, waar een kazerne voor de opvang van pas aangekomen militairen was.

Toen wij ons een beetje ingericht had kregen wij onze eerste Indische maaltijd, die speciaal voor ons nieuwelingen extra scherp gekruid was.


Hr. Ms. PlanciusDe 22ste januari 1949 werden wij met een eskadron naar Tandjong Priok gebracht, waar wij met het ss. Plancius, een luxe passagiersschip van de KPM, naar Soerabaja werden vervoerd.

Aldaar werden wij ingedeeld bij het derde eskadron, tweede afdeling Huzaren van Boreel te Madioen.  Onze commandant was majoor Hollertt.


Convooi naar Madioen - kopie Op 26 januari vertrokken wij al vroeg met een konvooi vanuit Soerabaja naar Madioen, een reis van ongeveer 200 kilometer. Het konvooi bestond gedeeltelijk uit militaire vrachtauto's van de Aan- en Afvoertroepen en een groot aantal burgervrachtwagens.

Onderweg kregen wij geen vuur en zodoende kwamen we om ongeveer 5 uur 's middags in Madioen aan.  Aldaar gingen wij ons melden bij majoor Hollertt, commandant van het derde eskadron, kregen een stengun en werden gelegerd in het leegstaande "paleis" van de regent van Madioen.


 Berg op berg afAl snel deden we een patrouille van 20 kilometer lang door de dessa's en de sawah's. Binnen een kwartier begon je zwaar te transpireren. Er was geen vuurcontact maar wel werd een persoon gevangen genomen.

De patrouille vuurde verder nog op verdacht doende personen en we hoorden dat een groep, bewapend met 17 geweren en handgranaten, ons net ontsnapt was.

 

 


MinesweepingZondag 30 januari 1949 was er een grotere actie. Er werd een sweep gehouden aan weerszijden van de weg naar Doengoes, ten zuiden van Madioen, in de uitlopers van het Willisgebergte. We begonnen bij een suikergebied en zagen grote groepen vijandelijke soldaten wegrennen.

Het terrein was zwaar en het onderling contact was slecht. 's Avonds liep ik mee met een piketofficier.


 Transport over brugTwee dagen later ging ik 's ochtends vroeg mee met pantserwagens en een convooi van het Binnenlandse Bestuur naar Ngawi. De slechte wegen en de wegversperringen vertraagden de rit aanmerkelijk en wij reden een hele dag voor een ritje van nog geen 30 kilometer.

Dat was nog rustig want soms was een convooi hier twee hele dagen mee bezig onder zwaar vijandelijk vuur. 

 

 


 De vier militairen die omkwamen worden begravenDe vijftiende maart kwam het bericht dat vier manschappen van het tweede peloton tegelijk gesneuveld waren. Bij de brug bij Perak had het tweede peloton bij de begeleiding van het konvooi een bom aangetroffen. Men ging hem gelijk uitgraven en onschadelijk maken, waarbij iets misging en de bom ontplofte.

Wat ook misging was dat men dat nooit door vier man tegelijk had moet laten doen.


 Van der Lee in Indie 2Op woensdag 30 maart 1948 kwam er bericht dat er in het westen, langs de grote weg, nog een kamp was waar mensen door republikeinen gevangen werden gehouden. Tijdens een blikseminval werd de bewaking van het kamp verrast en vluchtte weg, zodat wij een grote groep zwakke mensen, mannen, vrouwen, velen al oud, konden bevrijden.

De groep bestond vooral uit Chinezen en wat Indische mensen. De allerzwaksten werden op een wagen geladen en meegenomen naar een veiliger plaats.

 


Bruggen waren altijd gevaarlijkOp 5 april 1949 reden wij in convooi langs het vak van 4-4 Jagers, die een aantal 3/4 tonners hadden staan, die zij gebruikten voor minesweeping. Wij hoorden een enorme knal en toen wij bij de plek des onheils aankwamen zagen wij een enorme krater in de volle breedte van de weg.  In het veld lag een van de 3/4 tonners als een verwrongen wrak.

De bemanning... het was verschrikkelijk: er waren zes doden en een zwaar gewonde. Met enkele anderen heb ik de delen en deeltjes van hun lichamen in het veld en de sawah verzameld en op een zeildoek gelegd. Deze en de gewonden zijn toen afgevoerd naar Madioen.

 


 Begin van een patrouilleHet was mij duidelijk dat men hier, in het actiegebied, 24 uur per dag pelotonscommandant was, zeven dagen per week en dat maandenlang. Ik heb daarom bewust al die tijd geen druppel jenever of wijn gedronken want ik wilde geen enkele kans lopen om geen 100% te zijn.

In principe moesten wij de andere eenheden ondersteunen, dat wil zeggen: wegen verkennen, vrijmaken en verder onder meer konvooien begeleiden.


Tijdens een actieMinesweeping werd bij voorkeur door drie voertuigen uitgevoerd. De tweede wagen volgde de eerste op tactische afstand en hield deze net in het zicht, zodat hij niet in dezelfde mogelijk hinderlaag zou rijden maar daarnaast ook direct ondersteuning kon geven.

De voortgang van de stoet gebeurde deels rijdend, deels lopend, waarbij gelopen werd onder dekking van een pantserwagen. De gevaarlijkste stukken werden gelopen en de rest tactisch gereden. Het moeilijkste was wellicht de dreigende stilte die er vroeg in de morgen over de weg hing. Hoorde je geen eerste geluid dan kon er een klap volgen en dan was je er geweest.


Aan de kustBegin 1950 konden wij een tijdje een zeilboot lenen, waarmee wij in de Straat Madoera mochten varen. De stroom was echter gevaarlijk, want als je afdreef naar de kust buiten de stad Soerabaja dan was je buiten ons "territorium" en wellicht in handen van de "oude" vijand (het was na de soevereiniteitsoverdracht).

Rond half juni vertrok ik uiteindelijk met de generaal Langfitt naar huis, waar ik het "normale leven" weer oppakte.  


Bronvermelding


 [ Terug ]