Kolf in Indie 2

 


Zie ook het fotoalbum (copyright: Gijs Kolff)


Vroege levensjaren

Gijsbert Huibert Kolff (Rotterdam, 28 augustus 1927 - Naarden, 11 oktober 2018) is de zoon van Derk Huibert Kolff en Baldien van Dorp.  Kolff seKlein Rubroeknior was werkzaam als kargadoor bij handelsbedrijf Mueller Co. In deze functie reisde hij veel naar onder meer Duitsland. Toen de Duitsers Nederland de oorlog hadden verklaard en Rotterdam bombardeerden vertrok hetWillem Anne van Dorp gezin naar Naarden, waar zij het landhuis Klein Rubroek aan de Naarderstraatweg betrokken.

Klein Rubroek was in 1910 gebouwd door de grootvader van Baldien van Dorp, Willem Anne van Dorp (Rotterdam, 9 december 1847, overleden te Naarden op 26 september 1914). Van Dorp was chemicus en begon in 1906 te Naarden een glycerinefabriek, die later zou uitgroeien tot de Chemische Fabriek Naarden (tegenwoordig Quest, een der grootste producenten van geur-  en smaakstoffen ter wereld). Hij werd in zijn functie van directeur opgevolgd door zijn zoon Willem Anne. Na het overlijden van Willem Anne van Dorp senior bleef diens echtgenote in het landhuis wonen en beschouwde de familie de villa voortaan als vakantiehuis.

Werkzaamheden na de Tweede Wereldoorlog

Aldus bracht de familie Kolff de oorlog in  Klein Rubroek door, ontsnapte aan inkwartiering door Duitse soldaten en werd uiteindelijk door de Canadezen bevrijd. Kolff junior volgde de HBS op het Bussums Lyceum (later werd dit het Goois Lyceum) en deed in de zomer van 1947 eindexamen.

Nadat de oorlog in Nederland was afgelopen meldde hij zich samen met twee vrienden om als corveeër op de Indrapoera mensen die in een Jappenkamp hadden gezeten te begeleiden op de reis terug naar Holland. Deze werkzaamheden verrichtte hij gedurende een periode van drie maanden, waarna hij zijn school hervatte.

Op 17 november 1947 volgde de oproep voor militaire dienst; Kolff meldde zich bij de Adolfkazerne in Amersfoort en werd niet lang hierna,  overgeplaatst naar de Prins Willem III kazerne in dezelfde plaats. Deze kazernes waren de legerplaatsen van het zesde eskadron Huzaren van Boreel, commandant luitenant A.L. Wendelaar,  waarbij Kolff ingedeeld werd.

Vertrek naar de Oost

Kolff zou op 31 maart 1948 naar Nederlands-Indië vertrekken maar in deze tijd kreeg zijn vader een beroerte, waarop hij enige uitstel kreeg. Dat hoorde hij pas toen hij zich, samen met het zesde eskadron, al aan boord van de KoAan boord van de Grote Beer onderweg naar Indieta Baroe bevond en zijn naam omgeroepen werd.  Hij verbleef nu enige tijd in de kazerne in Schoonhoven en werd toen alsnog per Grote Beer naar de Oost overgevaren.  Het schip laadde post in Southampton en voer via het Suezkanaal naar Sabang en verder naar Tandjong Priok (juni 1948).

Kolff werd eerst ingedeeld te Batavia en later overgeplaatst bij een onderdeel van het hoofdkwartier van de adjunct-generaal  te Bandoeng (waar onder meer het depot Pantsertroepen van het zesde eskadron gelegen was). De (rustige) werkzaamheden aldaar bevielen hem niet, zodat hij een verzoekschrift indiende  om bij zijn oorspronkelijke eenheid, het zesde eskadron te Poerwokerto te worden ingedeeld.

Zesde eskadron vechtwagens

Kolff werd als radiotelefonist ingedeeld bij de verbindingsdienst  en nam deel aan diverse strijdperken. Het zesde eskadron werd op 18 oktober 1947 opgericht en kwam voor een deel op 5 mei 1948 op Java aan. Aldaar nam het tijdens de Tweede Politionele Actie deel aan de strijd te Magelang, Blora en de verovering van Solo (opgedeeld over de B-divisie). Aan het einde van het jaar 1948 was Kolf op zijn tampatje achterhet mede aan het zesde eskadron te danken dat de jaarwisseling rustig verliep maar zo zou het niet blijven.

De Tweede Politionele Actie was weliswaar afgelopen maar het doel was nu in de pas bezette gebieden  te consolideren, een burgerbestuur op te zetten en de tegenstander geen kans te geven tot herstel.

In de eerste maand van 1949 rukte het zesde eskadron in de omgeving van Solo, waarheen Kolff inmiddels ook was overgeplaatst, vijf maal uit voor gevechtsacties. De KL/KNIL sterkte van het eskadron was nu 169 man en de eenheid beschikte over 7 lichte en 3 recce-tanks, 1 bruglegtank, 11 gepantserde en 28 ongepantserde auto's (in totaal 50 rups- en wielvoertuigen, exclusief 50 fietsen). De 17de januari vond de actie "buitenkraton" plaats, waarbij bleek dat de Prins van Solo in het geheel niet achter Soekarno en diens politiek stond.

Van Royen-Roem bestand

Ook in de maand februari en maart 1949 werden diverse acties gevoerd en rukte ruim dertig keer een storm-of tankpeloton uit.  Omdat Kota Solo steeds onveiliger werd bracht men tijdens nachtpatrouilles oude autokoplampen aan op de mitrailleurs van de gepantserde 3/4 tonners, waardoor betere schietresultaten verkregen werden. Op 1 maart vond de eskadronsactie tegen Bentokan, een berucht nest van de vijand, plaats en in de maanden april en mei rukte het zesde eskadron vier maal uitColonne van een berg af gezien - kopie voor een actie. Niet lang hierna, op 7 mei 1949, werd de Van Royen-Roem overeenkomst gesloten.

Dit akkoord hield in dat het gebied Jogja op korte termijn door de Nederlandse troepen verlaten en overgedragen zou worden aan Soekarno. Ook moest er een Ronde Tafel Conferentie worden gehouden ter voorbereiding van de overdracht van Nederlands-Indië aan de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië.   Generaal Spoor betoonde zich geschokt door de overeenkomst en bezocht zijn troepen, die diep verontwaardigd en totaal ontmoedigd waren door dit "verraad aan de goedwillende en met ons meegewerkte bevolking".

Ontmoediging en demotivatie

Men vond over het algemeen: "het verschrikkelijk dat men eerst werd opgedragen recht en veiligheid te brengen door de Republikeinse regering op te ruimen, ten koste van vele doden en gewonden, en nog geen half jaar later de Soekarno-kliek weer in het zadel diende te helpen, wat de loyale bevolking vele slachtoffers zou opleHuzaren van Boreelveren". Deze periode betekende gewis een zware taak voor de officieren, die de ontmoedigde manschappen moesten leiden en in de hand houden.

Na de ontruiming  van Jogja in mei en juni hadden allerlei bendes met grote wreedheid tegen de bevolking huisgehouden.  Men vreesde in Solo een herhaling hiervan en leefde, mede door de pamfletten waarin een "tjingtjangdag" (bijltjesdag) werd aangekondigd, in de schaduw van de angst. Opstanden dreigden binnen een aantal KNIL-eenheden, terwijl ondercommandanten de opdracht kregen nog slechts offensief op te treden als de eigen veiligheid in gevaar dreigde te komen.

Het aantal zieken bij het zesde eskadron verdubbelde; de eenheid viel voortaan onder de commandant van de V-brigade en de commandant van de Stadsbeveiliging en rukte nog maar een keer uit. Als eskadron werd het nauwelijks meer ingezet maar de pelotons zeer intensief. Op dat moment, 25 mei 1949, kwam het bericht van het overlijden van generaal Spoor.

Laatste woorden van generaal Spoor

Spoor had altijd ferm opgetreden tegen aantijgingen van oorlogsmisdaden die zouden zijn begaan door de Nederlandse troepen. Op de vraag of er van Nederlandse zijde geen bestandsschendingen waren gepleegd zei hij: "Natuurlijk, wij zijn geen heiligen. Maar die betekenen niets bij die van de andere kant. Het heeft meestal een voorgeschieGeneraal Spoor2denis. Wapens, waarmee mijn mannen zijn doodgeschoten, worden meestal opgeruimd. Ik stel er nog steeds prijs op commandant van een leger te zijn en geen directeur van een schiettent."

Juni 1949 was een rampmaand voor het zesde eskadron te Solo omdat er vier doden, waaronder pionierscommandant van Tongeren,  en zes gewonden vielen door trekmijnen. Zo sukkelde men na het roemruchte akkoord door tot half augustus 1949, toen de Ronde-Tafelconferentie over de souvereiniteitsoverdracht aanving. Solo diende nu geleidelijk aan ontruimd te worden en uiteindelijk ging een groot aantal der manschappen van het zesde eskadron op 9 mei 1950 per Generaal Hersey terug naar Nederland.

Loopbaan Kolff in Nederland

Aldus kwam Kolff met de Generaal Hersey in Amsterdam aan, waar hij tijdelijk een functie vervulAankomst in Nederlandde bij de firma Van Ommeren; deze administratieve functie beviel hem echter niet en op advies van een vriend begon hij een studie economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij trouwde op 11 juli 1958 en ging na zijn opleiding bij de firma Van Houten aan de slag.

In de loop der jaren was Kolff nog in diverse functies, waaronder hoofd personeelszaken, bij verschillende bedrijven werkzaam.  Kolf woont in Naarden, op een steenworp afstand van de plek waar ooit Klein Rubroek, de villa waar hij de oorlog doorgebracht, en inmiddels vervangen door nieuwbouw, heeft gestaan.  


Bronvermelding

  • z.j. G.H.O. de Wit en B. de Jong. Binnen 20 minuten gereed. Het zesde eskadron vechtwagens KL/KNIL 1947-1950. LTD 716/III. Inrichting Uitgegeven Boekwerken.
  • 2011. F.C. Hazenkamp. Het laatste grote gevecht in Indië. Tweeduizend guerrilla's vallen Solo aan 7-10 augustus 1947. Aspekt.

[ Terug ]

 

f t