Van de Sande


Hendrik Willem (Henk) Verbeek van der Sande (Arnhem, 2 december 1926, overleden te Auckland, 3 juli 2010) was een Nederlands eerste luitenant der Huzaren van Boreel. Foto van het graf  met veel dank aan Gravestone Photographic Resource.


Aankomst in Nederlands-Indië

Verbeek van der Sande  meldde zich oorspronkelijk als oorlogsvrijwilliger en commandeerde in juli 1947 het eerste peloton van de verkenningspelotons. Deze pelotons maakten deel uit van het eskadron Huzaren van Boreel dat in deze tMet kindijd gelegerd was in de Bernhardkazerne in Amersfoort. Eind oktober 1947 vertrok het eskadron per Nieuw Holland naar Batavia, waar het verder getransporteerd werd naar Tjilitan, een voormalig Japans interneringskamp.

Verbeek van der Sande nam op 12 december samen met het eerste peloton het bivak, gelegen te Kalapanoenggal, zestig kilometer verwijderd van Buienzorg, over van 4-8 RI. Zijn taak was onder meer om, samen met zijn zestig manschappen, de planters in de buurt bescherming te bieden. Daarnaast was Verbeek van der Sande, in zijn functie van pelotonscommandant, verantwoordelijk voor het onderhoud van het wegennet in zijn rayon. Op zekere dag werd, toen hij met twee secties van zijn peloton op weg was naar een andere post, deze aangevallen door 400 TRI militairen. De bemanning van deze post wist met steun van de Huzaren de aanval af te weren.

Diverse acties

Intussen nam het aantal zieken in het eerste peloton steeds toe. De meeste manschappen leden aan dysenterie. Door de Demarcatielijn ontstond steeds meer een zenuwenoorlog, werd het optreden van de vijand meer vrijmoedig en vond men meer  en meer republikeinse landmijnen op de wegen. De stemming  verbeterde ook niet toen steeds meer Huzaren sneuvelden, zoals in september J. Leijssenaar. Verbeek van der Sande schreef in zijn dagboek dat diens dood zorgde voor een verbitterde stemming binnen het eskadron.

Op 19 oktober vertrok Verbeek van der Sande met drie Humbers naar Loemadjang om aldaar schietoefeningen te doen. Niet veel later nam het eskadron, als onderdeel van de Mariniersbrigade, deel aan Operatie Zeemeeuw. Verbeek van der Sande diende met zijn verkenningseenheid  als eerste met de Mariniers te landen, om dezelfde dag de bruggen over de Kali Solo bij Tjepoe te nemen.

De colonne Kievit, met Verbeek van der Sande, liep al snel vast op niet te nemen versperringen maar wist uiteindelijk toch Tjepoe te bezetten en verder te trekken naar Madioen. Van daar werd de opmars via Ngawi voortgezet. Nadat de Tweede Politionele Actie voorbij was werd teruggekeerd naar Lawang. Verbeek van der Sande noemde deze actie: een strijd tegen modder, wandluizen, tankaanvallen en brandende olie.

Toenemende schermutselingen

Intussen was het in het gebied dat het tweede eskadron moest bewaken steeds onveiliger geworden. Het terrein strekte zich uit tot Goenoeng Ardjoeno en besloeg 150 vierkante kilometBergpatrouilleers. Dat men steeds cynischer werd bleek toen het Ereteken voor Orde en Vrede, dat door de soldaat in het veld "amoebekruis" werd genoemd, aan een ieder geschonken werd: de soldaat op kantoor ging dit ereteken dragen maar die in het veld smeet het in zijn plunjezak.

In de maand maart 1949 werd het eerste peloton van Verbeek van der Sande naar Gondanglegiwetan gezonden. Aldaar diende iedere dag in Republikeins gebied gepatrouilleerd en gecontroleerd te worden. Intussen werd er door de politiek druk gewerkt aan een Staakt het Vuren: hierover schreef Verbeek van der Sande: daar zal wel niet veel van terecht komen want de P.K.I. vecht door. De stemming, intussen, bereikte een nulpunt toen luitenant F.S. Kamevaar om het leven kwam bij een ongeluk en generaal Spoor overleed.  

Laatste tijd in de Oost

Verbeek van der Sande schreef in deze tijd: de stemming is uitgesproken slecht, mede door het Verdrag van Djocja, het ontslag van de HVK en de wel zeer plotselinge dood van generaal Spoor. En de tijden voor de Huzaren zouden nog slechter worden: op 29 juli 1949 sneuvelden wachtmeester Kettenis en huzaar Jacobs, even later raakten twee huzaren zwaar gewond en op 1 augustus was het opnieuw raak toen drie huzaren omkwamen.  

Verbeek van der Sande schreef: zeer veel burgers, planters en overheidspersonen keren naar Nederland terug en ook ik geloof dat het hier wel afgelopen is. Het geheel is wel een uitermate trieste en droevige zaak. Hij werd nu overgeplaatst naar Soerabaja maar toen was er  inmiddels weer een cease fire van kracht. Na verloop van enige weken werd zijn eerste peloton overgeplaatst naar Kediri en niet veel later trokken de Nederlandse troepen zich terug uit de voormalige kolonie. 

Latere loopbaan

Verbeek van der Sande keerde na drie jaar strijd in Nederlands-Indië nog eenmaal terug naar Nederland omdat zijn vader een hartinfarct had gehad. InNieuwe plaquette Indië had hij zich al opgegeven voor migratie naar Nieuw Zeeland; dat was deels ook omdat in een legerorder van het Ministerie van Defensie werd gesteld dat er geen garantie op werk kon worden gegeven.

Hij naturaliseerde in 1954 tot Nieuw Zeelander en was werkzaam in diverse functies, waaronder Telecom New Zealand, waar hij, toen hij 62 jaar oud was, met pensioen ging. Hun laatste levensjaren brachten Verbeek van der Sande en zijn echtgenote, die zes kinderen kregen, door aan de kust van Auckland. Hij overleed in 2010.


Bronvermelding

  • 2009. J.A.C. Bartels. Tropenjaren. Ploppers en patrouilles. De Bataafsche Leeuw. Amsterdam
  • Andere Tijden

[ Terug ]

 

f t