Majoor Hollertt


Vroege loopbaan

Johannes Laurentius Hollertt (Zutphen, 4 mei 1914 - Hilversum, 5 november 2005) was een Nederlands brigade-generaal en onder meer onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Hollertt kwam in augustus 1932 in aanmerking voor plaatsing aan de Koninklijke Militaire Academie en volgde aldaar de opleiding tot cavalerieofficier. Hij behaalde in juni 1935, dan in de rang van cadet-sergeant, het officiersexamen en werd met ingang van 4 augustus 1935 benoemd tot tweede luitenant bij het eerste regiment huzaren.

Hij werd met ingang van 4 augustus 1939 bevorderd tot eerste luitenant bij het vierde regiment huzaren en verkreeg bij Koninklijk Besluit van 5 december 1939 toestemming tot het aannemen en dragen op de uniform van de ordetekenen van ridder in de Kroonorde van België. Hollertt verkreeg bij Koninklijk Besluit van 15 juni 1946 de Bronzen Leeuw toegekend.

Bronzen Leeuw

Dat was onder meer voor zijn activiteiten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog: het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden in de strijd tegenover de vijand. Op 13 mei 1940 toonde hij het initiatief bij het tot het uiterste vrijwillig deelnemen aan de verdediging van het viaduct over de spoorlijn Oost van Rhenen, daarbij persoonlijk een stuk pantserafweergeschut bedienend en waarbij hij zijn manschappen een voorbeeld gaf van vastberadenheid.

Hij zette de verdediging bij een ander zwak onderdeel ter plaatse voort, ook nadat het regiment, waartoe hij behoorde, was teruggegaan. Nadat het leger gecapituleerd had nam Hollertt in december 1940 deel aan de Cross Country ruiterwedstrijden op het landgoed Westerheide bij Arnhem, waar hij een vijfde plaats behaalde en in 1941 was hij aanwezig bij de begrafenis van kolonel der marechaussee W.P.C. Fabius, als lid van een deputatie van de zesde divisie der marechausee.

Loopbaan na de Tweede Wereldoorlog

Het jaar daarop trouwde hij met J.A.G. Avelingh. Na de Tweede Wereldoorlog klom Hollertt verder in de rangen op; in 1955 werd hij, dan in de rang van luitenant-kolonel, bij Koninklijk Besluit van 15 oktober benoemd tot militair attaché te Londen; hij bekleedde deze funcPoort te Seedorftie drie jaar, tot 1 november 1958, toen hij, als gevolg van een bezuinigingsmaatregel, naar Nederland moest terugkeren, om bij de troepen in Amersfoort dienst te gaan doen.

Later bekleedde Hollertt, in de rang van kolonel, een bureaufunctie bij de generale staf en gold hij als een inlichtingenexpert. Hij werd in 1963 bevorderd tot brigade-generaal; dat was in augustus en was een tijdelijk bevordering en voor de duur van de periode dat hij de functie bekleedde van commandant van de 41ste pantserbrigade.In deze functie kreeg hij in de dan nieuwe kazerne te Seedorf uit handen van een Duitse civiele ambtenaar de sleutel van de kazernepoort overhandigd. Met ingang van 15 oktober 1963 werd zijn benoeming tot brigade-generaal definitief.

Ontslag van Hollertt

De chef van de generale staf zette Hollertt, dan nog steeds werkzaam als commandant van de Nederlandse pantserbrigade, in juli 1964 uit zijn functie. De reden was een verschil van menSeedorf kazerneing over militaire vraagstukken met zijn superieuren. De chef van de generale staf stuurde hem voorlopig met verlof en zou een onderzoek gaan instellen.

Hollertt werd in zijn functie opgevolgd door brigade-generaal C. Koster, tot dan directeur van de Hogere Krijgsschool in Den Haag. De superieuren, waar Hollertt een conflict mee had, waren majoor G.H. Christan, commandant van de vierde divisie, en luitenant-generaal E. van Hootigem, de legerkorpscommandant.

Het conflict had betrekking op de beleidvoering in het militaire vlak en met name op enkele technische aspecten daarvan. Bij het besluit om Hollertt met verlof te sturen waren verder minister van Defensie P. de Jong en zijn staatssecretaris, J. Haex, betrokken.

 

Latere leven

Later werd bekend dat het conflict ook te maken zou hebben gehad met de keuze van het materieel, in die tijd de vervanging van oude centurions door mHollertt eikoderner materieel. Met ingang van 1 juli 1965 werd Hollertt op eigen verzoek eervol uit de militaire dienst ontslagen. Dat was mede nadat hij verwijten had gekregen dat hij het onder zijn verantwoordelijkheid gestelde materieel ernstig zou hebben verwaarloosd.

Andere klachten waren dat hij het accent te zwaar zou hebben gelegd op het oefenen van de onder zijn bevel gestelde troepen. Hollertt probeerde later nog een zaak in te dienen bij het ambtenarengerecht maar trok deze later in. Hij vestigde zich eerst in Amersfoort en overleed op 91-jarige leeftijd te Hilversum.


[ Terug

 

f t