Gesprek Henk Zomer
 

Inleiding
Tijdens de regionale veteranendag van Gooise- en Wijdemeren, Weesp en Hilversum hield burgemeester van Wijdemeren, Freek van Ossel, een vraaggesprek met vier veteranen.  Henk Zomer89
 
Van Ossel behandelde tijdens de bijeenkomst de volgende onderwerpen: Waarom ging u er heen? Wat was de reden dat u ging? Hoe was het daar? Wat waren de omstandigheden en kunt u daar wat meer over vertellen?
 
Hoe was de omgang met andere militairen en het thuisfront? Is de uitkomst van de missie datgene geworden wat u gedacht had en heeft het ook uw leven beïnvloed? 
 
De veteranen die geïnterviewd werden waren: 
  • Henk Zomer (Nederlands-Indië, september 1948 - april 1951). Zomer was toen 18 jaar en in de Oost actief als Storm Pionier (cavalerie).
  • Niels Mulder (CBMI-9 Irak, september 2017 - januari 2018). Mulder was toen 23 jaar en actief als trainer/opleider. 
  • Eric Torsing (Unifil, Libanon, november 1981 - mei 1982. Torsing was toen 21 jaar en actief bij het Anti-Tank Peloton (TOW).
  • Marilyn Newalsing (SFIR1 – Irak, juni 2003 - december 2003. Newalsing was toen 30 jaar en actief als Marine Arts. 
Dit artikel is een transcriptie van het interview met Henk Zomer, Storm Pionier. Zomer is nu (2018) 89 jaar oud. Aan het einde van dit artikel kunt u de volledige film zien, die door Frits Ahlrichs van het interview met Henk Zomer gemaakt is (bewerking: Menke de Groot). Een * betekent dat burgemeester Van Ossel de vraag stelde en een - het antwoord van Henk Zomer daarop. 
 
Weergave interview
*Deze jonge man is 18 jaar en is op de jonge leeftijd van 89 jaar  "still going strong"......
 
-Nog steeds. Alles wat ik kan doen dat doe ik nog. Ik blijf in beweging, ondanks moeilijkheden met het lichaam.  Zomerse zomer
 
*U bent in de periode 1948-1951 naar Indië gegaan en daar als stormpionier der infanterie actief geweest. Drie jaar, want indertijd duurden missies veel langer. Later zijn deze veel korter geworden. U ging naar  Nederlands-Indië, maar wat was de reden waarom u daar naar toe ging?
 
-Nou, er werd weinig over verteld, dat klopt wel. Ik ging er naar toe als dienstplichtige. Ik kreeg de keuze tussen de dienst in te gaan of de gevangenis, guldens persen in Utrecht. Maar ik heb het gedaan voor het avontuur. Ook dat.
 
*Wat verwachtte u voor avontuur?
 
-Geen idee. Ik wist wel hoe het er een beetje uitzag, want ik woonde toendertijd in Amsterdam en ik kwam voor de Tweede Wereldoorlog heel veel in het Koloniaal Instituut, dus ik wist al heel veel van wat er te doen was. Bepaalde zaken die ik eerder als impressie in het museum had gezien zag ik later in de Oost in het echt gebeuren en toen dacht ik bij mijzelf: “is dat werkelijkheid?” Maar dat was de echte realiteit.  Maar daarover ga ik niet in details treden. 
 
*Wat is uw mooiste herinnering?
 
-Dat was bij een Indië-training die we nog kregen, een specialistenopleiding. Ik was een beetje geacclimatiseerd, en het mooiste was toen dat ik op een theeplantage terecht kwam. En dat was fantastisch. We moesten wel om 6.00 uur opstaan en kwamen pas om 16.00 uur terug omdat ik met de planter meeging.
 
Je kon ook tennissen en dat soort zaken maar ik had hiervoor gekozen, die twee maanden dat ik daar was. En die periode was zo'n beetje de mooiste herinnering die ik aan die tijd heb. Zomertelefoon
 
*Hoe waren de omstandigheden in 1948 qua legering en eten?
 
-In het begin was het fantastisch, toen was alles er nog. Maar ik ben als laatste der 25 Huzaren (de dienstplichtigen namelijk, daar heb ik voor bij moeten tekenen) uit Indië vertrokken en dat laatste gedeelte was verschrikkelijk.
 
Er was geen goede aanvoer meer want we waren toch de laatsten. "Laat het maar uitbloeden". Maar op zich, eerder, kan ik zeggen dat we over het algemeen goed eten kregen.
 
*Had u het gevoel ook, dat u, na drie jaar, anders terugkwam dan u heenging?” 
 
-Dertig maanden ben ik weggeweest.  Daarna kreeg ik nog mijn herhalingsoefeningen. En die waren voor ons erg lang, 125 dagen achter elkaar. Want in Indië was ik actief als verkenner bij de Huzaren van Boreel, en ik ging toen over naar de zware tanks. De Koude Oorlog was begonnen, dus we kregen een complete tankopleiding, eerst met de Sherman en toen met de Centurion, en dat was toch een heel ander soort werk.
 
Het is nog steeds allemaal te zien, dat soort dingen. Ik maak er nu een klein beetje reclame voor. Voor het museum dat er aan gewijd is, het Cavaleriemuseum.
 
*Hoe was de communicatie met het thuisfront?”
 
-De uitwisseling van brieven duurde erg lang. Je moest alles per brief doen want er was geen telefoon of iets dergelijks. Niet zoals tegenwoordig dat je even kan bellen. 
 
*Misschien een persoonlijke vraag maar schrijf je dan ook echt over de omstandigheden zoals die werkelijk waren?
 
-Nou..... je maakte alles beter dan het eigenlijk was. Je wilde het thuisfront niet ongerust maken
 
*Zou je weer gaan?”
 
-Ja. met de omstandigheden van nu zou ik het weer doen. Wij hebben natuurlijk wel een opleiding gehad maar die was eigenlijk erg summier in het begin. Dus je moet beter georganiseerd en geoefend daar naar toe gaan dan toen het geval was.tigelaar
 
*Heb u het idee dat alles tegenwoordig beter geregeld is?
 
-Het gaat beter. Ik merkte het zelf bij de 43ste brigade verkenningseskadron in Havelte. Daar spreek ik dus de mensen waar ik in het zesde bataljon zat nog steeds. En daar hoorde ik de ervaringen van deze mensen, wat ze hebben moeten ondergaan, voor de training om zich te kunnen verdedigen en er kunnen zijn voor de mensen daar. 
 
*Is Nederland nu voldoende trots op zijn veteranen?
 
-In het begin helemaal niet. Maar het begint te komen nu. Ik kan mij nog herinneren, toen ik terugkwam en werk ging zoeken, dat men dacht: “een koloniaal?” Zo werd je bekeken. Nee, het was helemaal niet gemakkelijk in het begin. Maar tegenwoordig krijg je meer aandacht, er wordt meer gedaan voor veteranen. Het is beter geworden.
 
*Wat zou je voor advies willen geven aan mensen die nu gaan?
 
-Elkaar veel opzoeken. Ik heb het zelf ondervonden. In 1988 zijn we begonnen met de jongens van het eskadron, waarin we in Indië diende, te gaan fietsen. Dat deden we ieder jaar vier dagen. Ons idee was: "We moeten iets meer samen gaan doen". Uiteindelijk hebben we 29 keer gefietst. We waren de enige groep van de militairen die in de Oost gediend hadden, die dat deden.
 
En de dertigste keer....tja, er waren geen fietsers meer. Ik loop zelf nu ook met een stok. Maar we hebben de traditie met koffie en gebak uiteindelijk wel mooi afgesloten, in het etablissement dat we al die jaren frequenteerden.  En we hebben nog steeds contact onderling. Maar ja, er zijn er niet veel meer over.......
 

Film, gemaakt door Frits Ahlrichs, bewerking door Menke de Groot, van het interview met Henk Zomer. Indien u de film niet kunt zien klik dan op deze link
 



f t