Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: 1942-1950. Acties in Nederlands-Indiƫ Categorie: Officieren, kaderleden en manschappen actief tijdens de Politionele Acties | Gepubliceerd: 06 oktober 2016

 Heshusius vliegtuigbom


Zie ook het fotoalbum


Vroege loopbaan

Tweede Wereldoorlog

Politionele Acties

Commandant Regiment Huzaren van Sytzama

Diverse functies

Onderzoek naar militaire handelen van Nederland in Indonesië

Wetenschappelijkwerk en Loe de Jong

Politieke kwesties: begrafenis keizer Hirohito en Minister van den Broek

Latere leven

Onderscheidingen

Bibliografie 


Vroege loopbaan

Carel Albert Heshusius (Den Haag, 29 april 1916 - Den Haag, 22 januari 2005) was de zoon van gouvernementsveearts Albert Carel Alphonsus Heshusius (zelf zoon van de kolonel der militaire administratie Carel Albert Heshusius).1941 Heshusius op vulkaan Papandajan

Heshusius volgde van 1936 tot 1939 de opleiding tot KNIL-officier, afdeling infanterie, aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en werd bij besluit van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië met ingang van 30 juli 1939 bevorderd tot tweede luitenant. 

In de Oost kreeg Heshusius als eerste een indeling bij het derde bataljon infanterie te Soerabaja en werd hij gelegerd in een oude suikerfabriek. In deze tijd behoorde onder meer de bouw van de Porongstelling (tussen Soerabaja en Malang), waartoe hij leiding gaf aan de derde Javaanse compagnie van het derde bataljon infanterie, tot zijn taken.

De Porongstelling was een fortificatie die achter de Porong-rivier, aan de monding van de Brantas, gelegen was. Tijdens de parade van het derde bataljon infanterie op vliegveld Darmo te Soerabaja begeleidde hij de eerste compagnie Ambonezen over de luchthaven.

Tweede Wereldoorlog

Heshusius werd in maart 1940 overgeplaatst naar Bandoeng. Toen in Nederland de Tweede Wereldoorlog uitbrak nam men in Nederlands-Indië diverse maatregelen,Bouw van de Porongstelling in 1940. In het midden Heshusius waaronder het oproepen van de "Landstorm" (dienstplichtigen van 35 jaar en ouder).

Deze soldaten kregen, onder toeziend oog van Heshusius te Meester Cornelis onder meer les in de bediening van lichte automatische wapens, waaronder de Madsen karabijnmitrailleur. 

Heshusius werd in oktober 1941 bevorderd tot eerste luitenant en ingedeeld bij het bataljon vechtwagens. Dit bataljon was toen bewapend met lichte Vickers Garden Lloyd tanks. Indertijd gebruikte men onder meer 750 cc Harley Davidsons als vervoersmiddel bij het gelieerde Korps Motordienst. In de periode vlak voor de Japanse inval kreeg de cavalerie daarnaast de beschikking over enkele Marmon Herrington lichte tanks.

Tijdens deze turbulente periode maakte Heshusius met een aantal mede-officieren een tocht naar de krater van de vulkaan Papandajan (Oostelijke Preanger, Java). Na de bezetting van Nederlands-Indië door Japan verdween hij in een Japans krijgsgevangenenkamp, waar hij verbleef tot de capitulatie van Japan in augustus 1945. 

Politionele Acties

Heshusius werd na zijn bevrijding uit het Jappenkamp opnieuw ingedeeld bij de cavalerie en gelegerd in Kareeës, een kampement in het zuidoostelijke gedeelte van Bandoeng. Op 30 april 1946 nam hij met een buldogtank deel aan het gemotoriseerde defilé1947. Tjilatjap. Staand rechts Heshusius ter ere van de verjaardag van Pinses Juliana op het Koningsplein te Batavia.

Ten tijde van de Politionele Acties, in de periode 1946-1949, was Heshusius onder meer actief als commandant van het Tweede Escadron Vechtwagens KNIL, onderdeel van de V-Brigade. Enige dagen voordat de Eerste Politionele actie van start zou gaan droeg de toenmalige commandant van het KNIL Tweede Escadron Vechtwagens, majoor der cavalerie W.F.H. Antonijnz, op 14 juli 1947 te Bandoeng, het commando over aan Heshusius. 

Met dit Escadron nam Heshusius onder meer deel aan de opmars van de V-Brigade naar Tegal en Poerwokerto. Deze tocht was 1947 Opmars V brigade. Midden Heshusiuslevensgevaarlijk omdat de vijand op de weg vliegtuigbommen als landmijnen had ingegraven. Tjilatjap werd door 1-3 RI met de steun van de vechtwagens van het Tweede Escadron  KNIL in juli 1947 genomen. Later, begin 1948, was deze eenheid enige tijd in Poerwokerto gelegerd. 

Heshusius kreeg in deze tijd zijn bevorderdering tot kapitein en begeleidde in mei 1948 de aanvoer van dpl KL escadrons vechtwagens te Cheribon, die werden getransporteerd door het schip de "Kota Baroe". Hij behoorde tot een der afhalers van het dan af te lossen Tweede Escadron Vechtwagens KNIL 

Heshusius keerde in juni 1951 vanuit Kemajoran per KLM naar Nederland terug en werd aldaar ingedeeld bij de Nederlandse Landmacht, bij de Huzaren van Sytzama. Samen met majoor Huzaren van Boreel Frits Broertjes werd hij in 1956 in de rang van ritmeester benoemd tot hoofd sectie S3 bij de inspectie der cavalerie.

Commandant Regiment Huzaren van Sytzama

Heshusius was van 28 maart 1961 tot 6 juli 1964 de 39ste regimentscommandant van het Regiment Huzaren van Sytzama. Het Regiment Huzaren van Sytzama was indertijd gelegerd in de Prins Willem III kazerne in AmerHeshusius in 1967sfoort in het oude cavaleriedepot. Voor zijn aanstelling verdiepte Heshusius zich grondig in de geschiedenis van het Regiment. Op zijn werkkamer hingen de portretten van de diverse commandanten en waren de fanion en de regimentsvlag opgesteld. 

Toen, op 5 november 1964, het Regiment Huzaren van Sytzama 150 jaar bestond legde Hushesius een krans bij het monument voor de gevallenen van het Regiment (Voormalige eerste Regiment Huzaren). Eerder had hij al het gehele programma rondom deze gebeurtenis samengesteld. 

Met  de Huzaren vertrok hij, inmiddels de rang van luitenant-kolonel bereikt hebbend en in de functie van Commanderend Officier Troepen, in het voorjaar van 1962 per "Zuiderkruis" naar Nederlands-Nieuw-Guinea. De troepen, een detachement, bestonden uit een afdeling lichte luchtdoelartillerie en een bataljon infanterie (stoottroepen), aangevuld met personeel van speciale dienstvakken. Heshusius begeleidde ook de terugkeer der troepen per "Seven Seas", een onder Duitse vlag varend voormalig vliegkampschip van de Amerikaanse Marine en dan in charter genomen door Koninklijke Rotterdamse Lloyd en de Holland-Amerikalijn.  

Diverse functies

In zijn functie als commandant Regiment Huzaren van Sytzama werd Heshusius opgevolgd door luitenant-kolonel J.P. van Diepenbrugge. Van 2 juli 1964 tot 1 november 1967 was hij  actief als commandant van het 43ste Tankbataljon.

In die tijd werd Heshusius bij Koninklijk Besluit van 1 november 1967 bij het wapen der cavelerie bevorderd tot kolonel en datzelfde jaar benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden. Met ingang van 1 november 1968, Heshusius werd bij het 43ste bataljon opgevolgd door W. Kohutnicki, volgde zijn benoeming tot land- en luchtmachtattaché bij de ambassades te Parijs en Bern. 

In deze functie was hij in 1970 onder meer betrokken bij de gift aan het het oorlogsmuseum te Arromanches. Het cadeau betrof een vitrine met uitleg over de de rol van de Nederlandse strijdkrachten, met name de Prinses Irenebrigade, tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Onderzoek naar militaire handelen van Nederland in Indonesië

Heshusius maakte van 1973 tot aan zijn pensionering in 1976 deel uit van de sectie krijgsgeschiedenis van de Koninklijke Landmacht. In deze postitie maakte hij in 1976 samen met majoor H.L. Zwitser een reis van twee maanden door het oostelijk deel van Indonesië. Het doel van beide mannen was gegevHeshusius schrijverens te verzamelen over de Nederlandse militaire operaties in de periode 1945-1949. 

Hiertoe spraken Heshusius en Zwitser met diverse Indonesiërs die een rol hadden gespeeld tijdens de strijd op Oost-Java, zoals met Dul Arnowo, de gepensioneerde luitenant-kolonel Jarot Subiyantoro, de vroegere gouverneur van Oost-Java Mohamad Wiyono, de gepensioneerde kolonel Willy Soedjono en de gepensioneerde luitenant-kolonel Muwardji.

Heshusius en Zwitser kregen van de militaire commandant van Oost-Java, generaal Witarmin, het boek "Operasi Trisula" aangeboden,dat handelde over de acties die Witarmin in 1968 had gevoerd tegen communistische opstandelingen in Zuid-Blitar. 

Wetenschappelijk werk en Loe de Jong

Heshusius werkte in 1977 mee aan een fotoboek over het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (1830-1950), waarin onder meer de verschillende expedities van het KNIL enHeshusius in 1987 de Atjeh-oorlog behandeld werden. In oktober 1987 kreeg hij ter gelegenheid van het bestaan van de Koninklijke Vereniging Ons Leger de Prins Mauritsmedaille uitgereikt. 

Hij verkreeg dit eerbetoon met name voor zijn belangrijke en omvangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving over het Koninklijk Nederlands-Indische Leger.

Men zwaaide Heshusius vooral veel lof toe voor het feit dat hij alle opbrengsten van zijn artikelen en boeken ter beschikking stelde aan het onderhoud van de Nederlandse oorlogsgraven in Indonesië. 

Heshusius behoorde tot de groep wetenschappers die het werk van Loe de Jong reviseerden. Toen diens concept-hoofdstuk 7 verscheen (De Jongs epiloog) reageerde hij zeer verontwaardigd en verontrust op de grote nadruk die De Jong legde op oorlogsmisdaden die de Nederlanders in Indonesië zouden hebben gepleegd.

Een van zijn bezwaren was dat er 44 pagina's voor de zogenaamde oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen was uitgetrokken terwijl De Jong aan de halsmisdrijven der Japanners slechts 22 had besteed. Heshusius noemde het hoofdstuk volkomen uit balans.

Nadat De Jong enige wijzigingen in zijn concepttekst had aangebracht stelde Heshusius: "Ik blijf erbij dat de overheid De Jong niet over Indië had moeten laten schrijven. Je vraagt een verstokte geheelonthouder toch ook niet om een lofzang op een borrel te schrijven?" En verder schreef Heshusius: "Toch is De Jongs visie op de gewelddaden in Indië een stuk eerlijker geworden. Er is meer aandacht geschonken aan de achtergrond. Al  kun je nog steeds niet zeggen dat dr. de Jong onze militairen van toen zulke fijne jongens vindt".  

Mede door alle tumult, die voornamelijk door toedoen van Heshusius was ontstaan,  rond de excessenparagraaf van De Jong, stimuleerde professor J. Bastiaans, gespecialiseerd in de behandeling van oorlogstrauma's, Indië-veteranen tot het schrijven van hun ervaringen, bij wijze van een "stem uit het veld". Dat was dan ook de titel van het werk dat de voormalig adjudant van generaal Spoor vervolgens schreef. 

Heshusius zelf publiceerde in 1987 het boek "Soldaten van de Kompenie. KNIL 1830-1950. Een fotodocumentaire over het dagelijkse leven van het koloniale leger in Nederlands-Indië

Politieke kwesties: begrafenis keizer Hirohito en Minister van den Broek

Toen Minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in 1988 de intentie had de begrafenis van de Japanse keizer Hirohito bij te wonen schreef Heshusius in een ingezonden brief in de Telegraaf dat Van den Broek "waarschijnlijk Heshusius op oudere leeftijdniet gehinderd werd door enig begrip voor het leed van een kwart miljoen Nederlanders uit het voormalig Nederlands-Indië". 

Volgens Van den Broek had Hirohito een "goede beurt" gemaakt met het eindigen van de oorlog maar Heshusius stelde hierop de vraag: "Waarom maakte hij die goede beurt niet eerder, toen alle executies (onthoofdingen) in zijn naam werden uitgevoerd?

Van de Nederlandse krijgsgevangenen in de Pacific kwam ruim 21% om het leven en was 30% een wrak geworden. Verder crepeerden tussen de een en twee miljoen Indonesiërs, onderdanen waar Nederland verantwoordelijk voor was. 

Laat Minister van den Broek rustig in Nederland blijven. Dat bespaart belastingeld, wat weer goed gebruikt kan worden voor de nog steeds niet uitbetaalde verzetspensioenen aan menig verzetsstrijder tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië." 

Latere leven

Heshusius was in 1990 bij de onthulling van het KNIL-monument, opgericht dankzij de Stichting Herdenking KNIL,  door Prins Bernhard op Bronbeek aanwezig. In een herdenkingstoespraak herinnerde Heshusius, lid van het bestuur van de Stichting Herdenking KNIL,  tijdens de plechtigheid aan de rijke historie van het KNIL,  haar 120-jarige bestaan en de taak om met gemiddeld 60.000 man orde en rust te bewaren in het voormalige Nederlands-Indië.

Heshusius was gedurende meer dan dertig jaar een vurig pleitbezorger voor het herstel en de restauratie van Kerkhof Peutjoet (Atjeh), waar 2.200 Nederlandse soldaten, die sneuvelden tijdens de Atjeh-oorlog, begraven liggen. Hij wijdde vele publicaties aan dit kerkhof en de personen die daar hun laatste rustplaats hadden gevonden en doneerde alle royalties van zijn boeken en gelden die hij tijdens verjaardagen vroeg aan de Stichting Peutjoet. 

In overleg met de autoriteiten te Atjeh vond na de dood van Heshusius in 2005 overleg plaats met de bedoeling een kleine herdenkingsplaat op de poort te Peutjoet ter nagedachtenis aan Heshusius te plaatsen. 

Heshusius overleed in 2005 op 88-jarige leeftijd in Den Haag.  

Onderscheidingen

Bibliografie