Johannes Holsbergen2


Zie ook het fotoalbum van zijn zoon, Peter Holsbergen


Familie 

Vroege jaren

Activiteiten als politiebeamte en in de sport

Werkzaamheden tijdens de late jaren dertig

Jaren veertig: werkzaamheden bij de politie 

Werkzaamheden in het verzet

Foute ambtenaren en verraders

Arrestatie

Martelingen en executie

Nasleep

De persoon Johannes Holsbergen

Bronvermelding


Familie

Johannes Holsbergen (Anloo, 2 mei 1900, vermoord op 4 september 1944 te Vught), was de zoon van Harm Johannes Holsbergen en Hermina Gerdina Klouwen. Zijn vader overleed op vijftigjarige leeftijd, in 1905, aan tuberculose, een jaar daarop gevolgd door zijn zusje, Hermina Gerdina, dan zes jaar. 

Hermina Gerdina Klouwen hertrouwde in 1910 met Frederik Pals, perkenier (rijksboer) te Veenhuizen II. Uit dit huwelijk werden nog twee zonen geboren, Jan (1911) en Hendrikus Frederik (1915). Johannes Holsbergen trouwde op 31 oktober 1923 te Den Haag met Jantje Volders (Bellingwolde, 18 juli 1897, overleden in december 1996).

Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, namelijk Arnoldus Gerardus (27 oktober 1924), Pieter Harm Johannes (12 mei 1926) en Hermina Gerdina (22 september 1933).

Vroege jaren

Johannes Holsbergen groeide op in Anloo, waar hij de lagere school volgde en toen in de leer ging bij een wagenmaker te Anloo. In 1917 nam hij vrijwillig dienJohannes Holsbergenst bij de politietroepen in Delfzijl. Na enige jaren dienst werd hij in 1919 benoemd tot agent van politie in Den Haag. Hij behaalde in september 1922 het examen voor het politiediploma van de Algemene Nederlandse Politiebond met aantekeningen voor Frans, Duits en Engels.

Holsbergen was een sportief man en nam in 1929 deel aan de zwemkampioenschappen der politie (Westelijke Politie Sportbond) in het Zuiderbad in Den Haag. Deze wedstrijden waren georganiseerd door de Haagse Politiesportvereniging en Holsbergen behaalde de tweede prijs bij de 50 meter rugslag. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Haagse Politiesport Vereniging werden een aantal feesten gegeven, waar zwemwedstrijden, in de zweminrichting De Regentes, onderdeel van uitmaakten. Holsbergen werd hierbij vierde bij de 3 keer 25 meter wisselslag.

Activiteiten als politiebeamte en in de sport

Holsbergen verrichtte in zijn functie van politiebeambte diverse werkzaamheden. Zo moest hij onder meer getuigeverklaringen opnemen, die later in de rechtzaal werden gebruikt voor veroordelingen. In 1925 werden F.J.A.U. en J.C.S. veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens het het door geweld een ambtenaar dwingen tot het nalaten van een ambtsverrichting. 

De verklaring van getuige verbalisant Holsbergen droeg bij tot  de uiteindelijke veroordeling wegens schending van artikel 398: "dat hem naGezin in 1940 - kopiemens de rechtshebbenden was verzocht een bepaald pakhuis te betreden en dat hij het pakhuis had betreden teneinde het hem medegedeelde strafbaar feit tot klaarheid te brengen".

Holsbergen behaalde op 14 mei 1934 het examen ten behoeve van de Vereniging Haagse Eerste Hulpbrigade. Als examinatoren traden de artsen Buyze, Bruinier, Klaassen en Stiel op. Ondanks zijn drukke werkzaamheden bleef hij zijn sportieve activiteiten vervolgen.

Zo nam hij in juli 1932 deel aan de nationale zwemwedstrijden van de Nederlandse Politiesportbond, die gehouden werden in zwembad De Zijl te Leiden, waarbij hij bij de 50 meter vrije slag eerste werd. Ook in augustus 1933 was hij actief tijdens de zwemwedstrijd om het politiekampioenschap van Nederland. Begin 1939 werd Holsbergen benoemd tot rechercheur eerste klasse.

Werkzaamheden tijdens de late jaren dertig

In augustus  1939 verkeerden aan het Noorderstrand in Scheveningen een veertienjarige jongen en een evenoud meisje in levensgevaar, toen zij door de stroming ter hoogte van golfbreker 49 aan  het NHolsbergen4oorderstrand de zee in dreigden te worden gezogen. Beiden waren reeds 60 meter afgedreven. Holsbergen, aldaar aanwezig als surveillerend agent, bedacht zich geen moment, trok zijn uniform, dat hij direct over zijn zwemkleding droeg, uit en sprong in het water. 

Hij wist het meisje te redden en zwemmend aan de kant te brengen, terwijl J. de Waal uit Delft de jongen opviste. Het meisje had intussen het bewustzijn verloren maar werd later weer bijgebracht.  Holsbergen liep bij zijn geslaagde reddingspoging een schaafwond aan zijn linkerknie op.

In deze tijd beoefende Holsbergen naast de zwem- ook de schermsport. Tijdens de wedstrijd in het oefenlokaal van de Haagse Politie Sportvereniging wonnen hij en zijn team (elf gewonnen partijen) van Oefening Kweekt Kunst en ook bij diverse andere wedstrijden, zoals in 1936 die van de  Haagse Politie Sportverening, was hij bij de winnende partij. Nog in juli 1940 nam hij deel aan de de Politiekampioenschappen, die gehouden werden in het dan net geopende zwembad van de Amsterdamse Politie Gymnastiek- en Sportvereniging, waar hij derde werd.  

In deze jaren was hij daarnaast actief als kiesman voor de A.R.P. en had hij frequent contact met Hendrikus Colijn, voorman van die partij. Thuis was hij geabonneerd op de Standaard en actief in de Christelijke Vakbond van de Politie.

Jaren veertig: werkzaamheden bij de politie

Na de inval van de Duitsers en de daarop volgende bezetting raakt Holsbergen steeds meer betrokken bij het verzet. In april 1940 behaalde hij zijn inspecteursdilangevoorhout1ploma maar hij weigerde in mei  beëdigd te worden omdat  hij alleen trouw wenste te betuigen aan de Koningin. Twee anderen, Leo Poos en Maarten Slagter, deden dat wel, waren later in hun funtie als politieofficier werkzaam voor de Sicherheitsdienst en verantwoordelijk voor zeer veel arrestaties van verzetsmensen.

Desalniettemin bleef Holsbergen werkzaam bij de politie. Hij was indertijd daarnaast Meester in de Loge der Vrijmetselaars. In januari 1941 brak er een uitslaande brand uit in het perceel aan de Lange Voorhout nummer 1, dat oversloeg naar perceel nummer 3. De brandweer kwam om 10.00 uur 's avonds bij het vuur aan en was nog tot de volgende morgen met nablussen bezig.

Holsbergen stond op de magyrusladder, raakte bij het opschuiven daarvan met het rechterbeen bekneld tussen de ladders en brak daarbij een middenvoetsbeentje. Door de G.G.D. werd hij hierop naar het Westeinde Ziekenhuis gebracht. Twee anderen, brigadier Van Riel en Huguenin raakten bedwelmd door de rook en werden afgevoerd naar Ziekenhuis Zuidwal.

Onder dekking van zijn ambtelijke functie was Holsbergen intussen zeer actief in het ondergrondse verzet geworden.

Werkzaamheden in het verzet

Holsebergen (zijn schuilnamen waren onder meer Vleerbosch en "de man met het witte boord") verschafte hulp aan onderduikers en begeleidde verzetsmensen op de weg naar het Oranjehotel. Hij behoorde al vanaf juni 1940 tot een der eerste medewerkers van de Ordedienst. In deze organisatie werkte hiGerard Doggerj onder jhr. Joan Schimmelpenninck (schuilnaam: oom Alexander) en adelborst der Marine Gerard Dogger.  In latere tijd behoorden tot de mensen met wie hij samenwerkte onder meer Hamaker (OD), de agent E. Blijsie en adjudant van politie M. Minnaard. Door zijn strijdmakkers werd hij, mede door de belangrijke opdrachten die hij uitvoerde, tot de beste illegale werkers gerekend.  

Naast dit werk voerde hij ook in zijn ambtelijke functie werkzaamheden uit die een belangrijke steun vormden voor verzetsmensen. Nog tot vlak voor zijn arrestatie, op 29 maart 1944, was Holsbergen actief binnen de groep van reserve kapitein der artillerie J. Mulder, die met de activiteiten de Militaire Inlichtingen Dienst ondersteunde.

Foute ambtenaren en verraders

Een belangrijke taak die Holsbergen verrichtte was het verzamelen van informatie over 3.000 foute ambtenaren met Duitse sympathieën, waaronder hoge politici, die hij opborg in twee aparte kaartsystemen. Daarbij waren ook bewijzen, zoals foto's en brieven. Het tweede systeem was een duplicaat van het eerste. Het dupliceren gebeurde onder meer met de hulp van de zoon van Holsbergen, Peter, en een oom daarvan.

Het archief werd, met de steun van de koster, de heer Vader, ondergebracht in de Grote Kerk in Den Haag. Holsbergen schakelde Grote kerkzijn gehele gezin in bij activiteiten als het distribueren van bonkaarten aan ondergedoken joden en bij verzetsmensen, zoals de heren Mosterd en Hooglander, die verscholen zaten te Boskoop. Een aantal bonkaarten waren daarnaast bestemd voor de Joodse familie Pinto, die in Hazerswoude bij een Rijkspolitieman ondergedoken zat.

Na verraad werd de familie Pinto, naar verluidde eigenhandig, door burgemeester  François Marie Anne (Frans) Schokking overgedragen aan de SD,Frans Schokking gevestigd aan de Nieuwe Parklaan te Den Haag. Deze kwestie zou in de jaren zestig leiden tot Kamervragen betreffende de kwestie Pinto. Voor Schokking had dit geen gevolgen.

Holsbergen was ook actief bij de verzetsgroep van F.J. Klijzing, dan Hoofdinspecteur der Politie te Den Haag. Deze bereikte in  februari 1944 na enige omzwervingen Engeland, waar hij werd benoemd tot Hoofd van het Bureau Bijzondere Opdrachten. Na de oorlog werd hij aangesteld als Hoofd der Beveiliging van het Koninklijk Huis.

Holsbergen begeleidde in de maanden die vooraf gingen aan zijn arrestatie transporten van gevangenen naar en van het Oranjehotel in Scheveningen teneinde informatie te verkrijgen en te verschaffen.   

Arrestatie

Eind maart 1944 sloeg een verzetsman, waarschijnlijk mede doordat hij onder invloed van alcohol was, door, wat een stroom van Oranjehotel Scheveningenmeer dan honderd arrestaties tot gevolg had. Peter Holsbergen kreeg van de vader van een klasgenoot te horen dat de arrestatie van zijn vader op handen was maar dat deze bij hem kon onderduiken.

Om veiligheidsredenen weigerde Holsbergen dit aanbod en vroeg aan een oom de zorg voor zijn gezin op zich te nemen, indien hij het einde der oorlog niet meer zou beleven. Hij werd de volgende dag, de 29ste maart 1944, in opdracht van SD'er Slagter, gearresteerd door twee scherpschutters op vuistvuurwapens, Viétor en Spaans, beide politieman. De aanklacht luidde: hulp aan joden en de overval op het politiebureau aan de Archimedesstraat (die, zo bleek later, was gepleegd door Johannes Post).

Martelingen en executie

Na een zwaar verhoor door de SD op het Binnenhof 7 werd Holsbergen afgevoerd naar het OranjehErich Deppnerotel, cel 542, waar hij meerdere keren mishandeld werd. Van hieruit werd hij op 4 juni naar Kamp Vught gedeporteerd en verhoord in een bunker te Scheveningen. Na een hardhandige ondervraging werd hij een keer  bewusteloos naar zijn cel teruggebracht.

SS- Sturmbannfuhrer Erich Deppner, sinds 1941 hoofd van de Abteilung 1V Gegnerbekampfung van de Sicherheitspolizei, stelde de lijsten op van de meer dan 450 Vughtse gevangenen die ter dood gebracht dienden te worden. Op 4 september 1944 was het de beurt van Holsbergen; tijdens diens executie zong hij, slechts gekleed in zijn ondergoed, Palm 46, vers 1. Hij werd 44 jaar, 4 maanden en 2 dagen oud. Zijn as werd later waarschijnlijk in de rivier gegooid.

Zijn zoon en diens oom hoorde dezelfde maand van de executie maar zijn echtgenote en dochtertje vernamen het slechte nieuws pas na afloop van de oorlog. De pleegzoon van Holsbergen en beste vriend van zijn zoon Arnold, Bert Heidema, wiens moeder gearresteerd was, werd tijdens een overval in de lies geschoten. In het ziekenhuis zei de dienstdoende arts hem wel te willen helpen maar pas nadat hij alle namen van betrokken personen had opgegeven. Omdat Heidema dit weigerde kreeg hij geen adequate verzorging en stierf de volgende dag aan zijn onbehandelde verwondingen.

Nasleep

In juni 1945 kregen de echtgenote en kinderen van Holsbergen een condoleance Verzetsherdenkingskruismet een dankbetuiging en een poster van Koningin Wilhelmina. Pas in 1986 werd aan Holsbergen postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend en nog pas zeer recent, 2011, werd zijn zoon Peter erkend als vervolgingsslachtoffer.

Holsbergens echtgenote kreeg pas na het officiële overlijdensbericht de mogelijkheid een weduwepensioen aan te vragen.

De persoon Johannes Holsbergen

Holsbergen was, zoals eerder al beschreven, zeer sportief. Toen hij 21 jaar oud was werd hij al tweede tijdens de Nederlandse Politiekampioenschappen. Daarnaast beoefende hij de atletiek en in 1933 won hij bij de Nederlandse Politie zwemkampioenschappen de 100 meter vrije slag in een recordtijd. Hij zwom twee maal de Oosterschelde van Breskens naar Vlissingen over en als trainer overbrugde hij zwemmend de afstand tussen Hoek van Holland en Scheveningen.

Holsbergen was verder onder meer actief als trainer bij waterpolowedstrijden en wandelde marsen van 25 kilometer. Daarnaast was hij een goed scherpschutter, meubelmaker, (amateur) fotograaf, postzegelverzamelaar en bovendien zeer belezen. Hij was een zeer principieel en gelovig man die onder de adagia "heb uw naasten lief gelijk uzelve" en draag elkanders lasten" voor iedereen klaarstond.


Bronvermelding

  • 1922. Examen politiediploma Algemene Nederlandse Politiebond. In: De Tijd, 15 september 1922
  • 1925. Rechtzaken. Hoge Raad. In: Nieuwe Rotterdamse Courant, 26 mei 1926
  • 1929. De Politiezwemkampioenschappen. In: Het Vaderland, 12 augustus 1929
  • 1929. Sport en spelzwemmen. In: Het Vaderland, 18 oktober 1929
  • 1932. Zwemmen Nationale Politiekampioenschappen. In: De Tijd, 11 juli 1932
  • 1933. Zwemwedstrijden. In: Algemeen Handelsblad, 19 augustus 1933
  • 1934. Vereniging Haagse Eerste Hulp Vereniging. In: Het Vaderland, 17 mei 1934
  • 1936. Schermen. Onderlinge wedstrijden. In: Het Vaderland, 16 april 1936
  • 1938. Schermen HPSV en OKK. In: Het Vaderland, 24 maart 1938
  • 1939. De gevaarlijke zee. Twee kinderen op het nippertje gered. In: De Tijd, 23 augustus 1939
  • 1940. De Politiekampioenschappen. Rotterdams Nieuwsblad, 29 juli 1940
  • 1941. Hoe onze brandweer de strijd tegen het vuur aanbond. In: De Residentiebode, 1 februari 1941
  • Johannes Holsbergen op de website van Nationaal Monument Kamp Vught.
  • Holsbergen op de website van de Oorlogsgravenstichting
  • 2014. Levensloop, zoals beschreven door Peter Holsbergen

[ Terug ]

 

f t