Bob Cats


Hier kunt u het fotoalbum bekijken. Een recensie van het boek Logistiek onder de Tropenzon vindt u hier.


Jonge jaren

Baltus Cornelis (Bob) Cats (13 augustus 1928 - Blaricum, 3 maart 2018) werd geboren te Amsterdam als zoon van een huisschilder en oudste van vier kinderen. Hij volgde de HBS en de dag nadat hij zeventien jaar was geworden Aan dek van het troepentransportschipbesloot hij, mede onder de indruk die hij van de werkzaamheden der Canadezen kreeg, zich aan te melden als oorlogsvrijwilliger. Zijn vader was hier echter zeer op tegen en dwong zijn zoon terug naar school te gaan.

Op de HBS kreeg Cats les van een leraar uit Bandoeng die de interesse van de jongen voor de Nederlandse Oost verder wist aan te wakkeren. In 1946 capituleerde de vader van Cats voor het aandringen van zijn zoon en mocht hij zich alsnog aanmelden als oorlogsvrijwilliger. Cats meldde zich op 1 september 1946 bij de wervingspost op de hoek van de Dam en de Nieuwendijk aan en werd naar de Du Moulinkazerne in Soesterberg gezonden, waar hij gedurende zes maanden een opleiding kreeg.

Naar Nederlands-Indië

Cats werd nu ingedeeld bij het Regiment Uitrusting Troepen te Soesterberg en als bediende geplaatstOp patrouille door de regen in het munitiemagazijn.  Op 28 maart 1947 vertrok hij met een groot troepentransport naar De Oost en kwam eind april in Batavia aan, waar de manschappen eerst geacclimatiseerd werden en dus slechts lichte diensten behoefden te verrichten. Na veertien dagen werd hij overgeplaatst naar het munitiemagazijn in Batavia, waar hij werkzaam bleef tot de start van de Eerste Politionele Actie, in juli 1947.

In deze maand werden hij en de andere manschappen met een voorraad munitie ingescheept op een landingsschip en te Cheribon, op West-Java, aan land gezet. Tot de taken van Cats behoorden onder meer het innemen van munitie en het transport van wapens van en naar de troepen. In deze tijd was de streek rond Cheribon zeer gevaarlijk vanwege de frequente beschietingen en de dreiging een voortijdig einde te vinden op een trekbom.

Diverse studies

Cats werd in december 1947 bevorderd tot korporaal maar zijn streven was om zo snel mogelijk de rang van sergeant te mogen bekleden. Hij volgde voor dit doel de opleiding van zes maanden tot munitietechnicus op de opleidingsschool bij de centrale munitiewerkplaats te Bandoeng (juli 1948 tot jBegrafenisanuari 1949) en behaalde met succes zijn theoretisch examen. Hierop werd hij benoemd tot sergeant-munitietechnicus, in welke functie hij nog een  half jaar het voor de cursus benodigde praktische werk verrichtte.  

Dat werk hield onder meer in dat munitie die afgekeurd was op het strand tot ontploffing werd gebracht of afgezonken in zee. Op 27 december 1949 vond de souvereiniteitsoverdracht plaats en was het verblijf van de Nederlandse troepen niet langer gewenst. Aldus vertrokken in de tijd die daarop volgde omstreeks 10.000 manschappen per maand naar Nederland. Ook Cats diende zich in januari 1950 te melden bij het te Batavia gelegen transitkamp. Hij keerde op 18 maart van dat jaar per Kota Inten terug naar Nederland.

Loopbaan in Nederland

Aldaar aangekomen besloot Cats beroepsmilitair te worden; hij behield zijn rang en werd te Ede gestationeerd, waar hij zijn dan toekomstige echtgenote leerde kennen. Na een opleiding aan de kaderschool werd hij effectief benoemd tot sergeant-instructeur, was onder meer gestationeerd te Grave, Oirschot en Maastricht en gaf gedurende tien jaren les aan jonge rekruten. Toen hij 32 jaar oud was werd Cats bevorderd tot sergeant-majoor, instructeur bij de infanterie, vierde depot.

Cats werd toen (1965) onder meer geplaatst te Harderwijk (regiment uitrustingstroepen) en later bij de intendance aangesteld toLogistiek onder de Tropenzon - kopiet sergeant-majoor materieel beheerder van een bataljon. Niet veel later werd hij benoemd tot commandant van de bevoorradingsgroep van het 101 Tankbataljon gelegerd te Soesterberg.  In de avonduren behaalde hij het Havodiploma en deed een cursus Engels voor gevorderden; die laatste training kwam hem goed te stade toen hij reflecteerde op een advertentie, waarin werd gezocht naar een adjudant onderofficier, toegevoegd aan de Landmachtattaché in Washington (1968 tot 1971).

Latere loopbaan

Terug in Nederland werd Cats geplaatst bij het Opleidingscentrum Logistiek op de Palmkazerne in Bussum en in 1973 bevorderd tot eerste luitenant. Hij werd toen aangesteld als officier van vakdiensten bij het Logistiek Squadron van de Groep Lichte Vliegtuigen, in 1979 bevorderd tot kapitein en overgeplaatst bij het Opleidingscentrum Intendance. Aldaar zette hij, naast zijn gewone werkzaamheden, een logistiek museum op, waarvan hij nog tot 2005 (onbezoldigd) bestuurder was.

In 1983 vroeg en verkreeg Cats eervol ontslag uit de militaire dienst; het jaar daarvoor was hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden voor zijn verdiensten. In 2002 werd hij titulair benoemd tot majoor voor al zijn verrichtingen. Cats schreef meerdere werken, waaronder een boek over de Lichte Infanteriebataljons-OWV en de verzorgende diensten van KNIL en Koninklijke Landmacht in Nederlands-Indië en publiceerde daarnaast in de Legerkoerier, Armex, LOGOS en diverse veteranenbladen. 


Bronvermelding


[ Terug ]

 

f t