Afdrukken
Details: Hoofdcategorie: Manschappen - artikelen Categorie: Infanterie | Gepubliceerd: 20 oktober 2013

COLLECTIE TROPENMUSEUM Gezicht langs het strand van Balikpapan TMnr 60051458


Vroege loopbaan

Simon Arnoldus Dikstaal (Hilversum, 1 januari 1901 – Balikpapan, 20 februari 1942) was een Nederlands officier van gezondheid eerste klasse van het Indische leger. Dikstaal werd vermoord door de Japanners tijdens de moordpartij te Balikpapan in februari 1942. Dikstaal volgde de H.B.S. en ging vervolgens geneeskunde studeren aan de Universiteit van Utrecht, waar hij in juni 1920 zijn propedeuse behaalde.

In september 1922 slaagde hij voor het kandidaatsexamen  en in mei 1925 behaalde hij zijn doctoraalexamen. Dikstaal verloofde zich datzelfde jaar met Ariëtte Stork op Villa "Adinda" in Baarn  en werd in november van dat jaar benoemd tot semi-arts. Op 6 maart 1926 overleed zijn verloofde in de leeftijd van 22 jaar na een kortstondig ziekbed en een paar maanden later, in januari 1927, werd Dikstaal tot arts benoemd.

Bij het Indische leger

In maart 1927 trouwde hij met C.H.T. Meijer;hij was toen al (in februari) benoemd tot officier van gezondheid der tweede klasse van het Indische leger. Hij vertrok op 15 maart 1927 met zijn echtgenote per stoomschip Balikpapan landing AWM 018812P.C. Hooft naar Indië, waar hij zich vestigde aan de eerste Tuin du Bus 8 te Batavia; hij was toen geplaatst bij het militair hospitaal te Weltevreden.

In januari 1928 werd Dikstaal overgeplaatst naar Celebes (Kolonedale) en op 29 maart van datzelfde jaar werd zijn eerste kind geboren. In augustus 1930 overleed zijn vader op 52-jarige leeftijd  en in december 1931 werd hij van Enrekang overgeplaatst naar Pare-Pare.

Met ingang van 12 juli 1933 verkreeg Dikstaal een verlof van acht maanden naar Europa wegens zesjarige onafgebroken dienst als officier en vertrok op 12 juli van dat jaar met vrouw en twee kinderen per stoomschip Marnix van St. Aldegonde naar Europa.

Dikstaal keerde al op 7 maart 1934 per stoomschip Slamat naar Indië terug omdat hij zijn periode van nonactiviteit daar verder wenste door te brengenen werd met ingang van 28 juni 1934 in werkelijke dienst hersteld en dan voorlopig geplaatst bij het militair hospitaal te Tjimahi. Hij werd echter al snel (oktober 1934) overgeplaatst bij de plaatselijke geneeskundige dienst te Bandoeng. Met ingang van 8 februari 1935 werd Dikstaal bevorderd tot officier van gezondheid der eerste klasseen in januari 1938 overgeplaatst naar de plaatselijke geneeskundige dienst in Balikpapan.

Dood van Dikstaal te Balikpapan

Toen in juni 1938 de legercommandant, generaal M. Boerstra, Balikpapan bezocht was Dikstaal lid van het ontvangstcomité. Aldaar, te Balikpapan, overleed één van de drie kinderen van Dikstaal in de leeftijd van negen jaar in februari 1939. Een paar weken na de verovering van Balikpapan (waarschijnlijk op de 20ste februari) werden alle Europeanen die de Japanners in handen waren gevallen en die ten tijde van de vernielingen in Balikpapan aanwezig waren geweest vermoord. Dat waren de twee ter plaatse gebleven bestuursambtenaren, de inspecteur van politie, een officier van gezondheid, Dikstaal (tevens vertegenwoordiger van het Rode Kruis), die zich buitengewoon moedig gedroeg en trachtte mensen te troosten, acht patiënten uit het ziekenhuis, een plaatselijke predikant, drie priesters, enkele ingenieurs en een grote groep krijgsgevangenen, bij elkaar acht-en-zeventig personen.

Zij werden naar een plaats op het strand gebracht: de twee bestuursambtenaren werden onthoofd; vervolgens werden zesenzeventig anderen tot hun borst de zee ingedreven waar zij één voor één werden doodgeschoten. De oudste van de drie priesters sprak op de Japanners in, trachtte zijn lotgenoten, evenals Dikstaal deed, te troosten en zegende hen totdat hem ook zelf een kogel trof.

De Japanners lieten de lijken in het water drijven.Dikstaal had wel kunnen ontkomen maar wilde zijn patiënten niet in de steek laten. Het lijk van Dikstaal werd eerst door de Japanners in een verzamelgraf te Balikpapan gesmeten en later door de geallieerden herbegraven op Ereveld Kembang Kuning.