Holscher vloog per helicopter over de troika heen en ontmoette het officiele gezelschap met Van den Broek weer in BRDO
 

Vroege jaren
Carolus Jacobus Maria (Carry) Hölscher (Schiedam, 11 november 1940 - Hilversum, 27 juli 2019), luitenant-kolonel bd., nam aan missies deel in Libanon en Joegoslavië en was na zijn pensionering voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken tweemaal werkzaam was op Oost-Timor. Hij groeide op in Schiedam, waar hij de Mulo en de HBS volgde.Holscher met zijn manschappen
 
Doordat zijn vooropleiding niet voldoende aansloot op een studie als kinderarts besloot  Hölscher te kiezen voor een militaire loopbaan en meldde zich in september 1959 aan bij de Koninklijke Militaire Academie.
 
Hij werd in september 1962 in de Kolonel Palmkazerne in Bussum als officier beëdigd en geplaatst bij het 103 Intendancebataljon. Hij had in de jaren die daarop volgden verschillende functies  en volgde daarnaast in de jaren 1965 tot en met 1967 de Intendanceschool in Amsterdam en lessen aan de PC Kaderschool.
 
Hölscher werd op 1 augustus 1964 bevorderd tot eerste luitenant, op 1 november 1968 benoemd tot kapitein en op 1 november 1975 bevorderd tot majoor. In september 1979 vertrok hij in de functie van assistant senior supply officer met Unifil naar Libanon.
 
Met Unifil in Libanon
In deze tijd, najaar 1979, vonden er diverse incidenten plaats; zo werden de Nederlandse posten beschoten en diverse explosies gerapporteerd. Erger waren de Nederlandse doden die vielen: op 21 oktober 1979 overleed soldaat Kees van Rijn aan de gevolgen van een ongeluk met een vrachtauto en op vrijdag 9 november 1979 stierf dienstplichtig sergeant Philippus W. de Koning (bijna 22 jaar) tijdens een incident met een drietonner. Verenigde Naties in Libanon
 
Hölscher schreef op 9 november 1979 in zijn dagboek: "die vuile, smerige PLO-terroristen hebben twee anti-tankmijnen in plastic zakken op de weg gelegd in het vak van Dutchbatt. 1 sergeant gedood en 1 soldaat gewond.
 
De rechtervoorkant van de Daf YA-328 is volledig weggeblazen. De Nederlanders zijn kwaad en kortaf. Ze lopen met de vinger aan de trekker en ik ook. Ik hoop dat alles goed afloopt.
 
Om zijn taken als senior supply officier goed te kunnen doen moest Hölscher vaak en veel reizen. Hij bezocht onder meer Thyr, waarover hij op 29 oktober 1979 schreef: "prachtige stad maar zit vol PLO. Ik was blij dat we er weer uitgingen want één zo'n dwaas is genoeg om... "
 
Enkele dagen later was hij gedwongen de nacht bij de Dutchbatttroepen door te brengen omdat Haddat alle wegen afgesloten had en onder meer Naquara bedreigde. Het werd voor Hölscher een grote uitdaging om onder deze omstandigheden ervoor te zorgen dat er nog voldoende diesel beschikbaar was. 
 
Enorme transporten
Hölscher werd op 17 november 1979  benoemd tot stafofficier logistiek bij de UNEF (Egypte). Zijn taak was veelomvattend en hield het organiseren van het transport van 600  vrachtladingen vanaf UNEF naar Naqoura of naar de tussenpost Raffah in (PELICAN). Tussen Gaza en het Suezkanaal
 
Halverwege november reed Hölscher geheel alleen per auto 250 kilometer van Gaza naar Ismailia, waar hij allerlei logistieke zaken moest bespreken en de belading van convoyen moest regelen.  Onderweg ruilde hij bij bedoeïenen sigaretten tegen cola maar moest hen teleurstellen toen ze om hash en seksboekjes vroegen.
 
Hölscher bracht een kort verlof in Nederland door en keerde op 14 januari 1980 terug naar Libanon, waar hij op 16 januari Force Commander E.A. Erskine ontmoette. Gedurende de eerste maanden van 1980 inspecteerde Hölscher onder meer de opslag te Raffah en zorgde ervoor dat convoyen goed beladen naar hun bestemming konden vertrekken, waarbij hij veel last van zandstormen ondervond.
 
Bij de taken die hij moest verrichten ondervond hij de druk van de deadline van eind april, wanneer het Egyptische leger het oorspronkelijke kamp weer over zou nemen. Hij slaagde er echter met zijn manschappen in alle goederen tijdig naar het hoofdkwartier van Unifil of naar Raffah te transporteren. Hölscher keerde uiteindelijk op 27 juni 1980 in Nederland terug.
 
In Nederland bekleedde Hölscher diverse functies; zo was hij van 1982 tot 1988 hoofd van de Sectie Plannen van OCINT en hierna, tot 1993 stafofficier op het bureau van de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht, de Zwaluwenberg in Hilversum. In december 1991 werd hij uitgezonden naar Joegoslavië; deze diplomatieke missie (Monitor Mission Joegoslavië) van drie maanden zou voor hem  inspannender worden dan de negen maanden in Libanon, Israël en Egypte waren geweest.
 
Monitor Mission Joegoslavië (1991)
De samenstelling van de MMJ was: brigade-generaal Kosters, een diplomaat, zes luitenant-kolonels (waaronder Hölscher), monitoren en negen bemanningsleden en monteurs van de Koninklijke Luchtmacht, die bij de drie helicopters hoorden. 2 juli 1991 van Zagreb naar Belgrado per helicopter
 
Hölscher vertrok op 15 juli 1991 vanaf Vliegveld Valkenburg naar Zagreb; omdat het een diplomatieke missie betrof was hij in burger gekleed. Op de eerste dag werd de omgeving verkend met als doel een hoofdkwartier voor de missie te vinden. 
 
Aan het  einde van de week, de missie was inmiddels 110 man sterk, werd het hoofdkwartier, een hotel, betrokken. Een van de opdrachten was dat men ervoor zorgde een bekend gezicht te worden in het straatbeeld van Slovenië en Kroatië. Onderweg
 
Daarnaast moesten de missieleden contact leggen met Joegoslavische, Sloveense en Kroatische autoriteiten. Hölscher en zijn missiegenoten moesten, in tegenstelling tot de eerdere missies bij UNTSO, UNIFIL en MFO, waaraan Hölscher had deelgenomen, alles vanaf de grond opbouwen.
 
Het grootste gedeelte van de taken bestond uit het bemiddelen en monitoren van de diverse activiteiten die voortkwamen uit de Brioni-akkoorden. Daarnaast dienden de missieleden ervoor te zorgen dat bij gevechten tussen Sloveense territoriale eenheden buitgemaakt materieel werd teruggeven en dat roadblocks werden verwijderd.
 
Ook moest Hölscher veel afstanden afleggen en met diverse hogere en lagere geplaatste personen gesprekken voeren. Op 3 augustus kwam ook de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek, dan voorzitter van de EU, langs.
 
Omdat het hier een "flag showing mission" betrof werd de aanwezigheid van de Verenigde Naties voor de bevolking en anderen duidelijk gemaakt door een intensieve (reis) campagne en veel contacten met alle betrokkenen. Hölscher heeft in deze tijd onder meer gesprekken met generaal Raseta en president Tudsman (14 september 1991). Keiharde onderhandelingen in Belgrado
 
De omstandigheden waren voor hem zeer bijzonder: zo zat generaal Raseta zonder licht, water en telefoon gevangen in diens eigen kazerne. Bovendien leek de oorlog steeds dichterbij te komen doordat er diverse keren luchtalarm in het hotel van Hölscher was en hotel en stad totaal verduisterd waren (15 september 1991).
 
Op 18 september 1991 kreeg Hölscher de controle van drie border posts aan de Joegoslavisch-Italiaanse grens opgedragen en een dag later diende hij de dan nieuwe internationale grensovergang te Sentilj, boven Maribor, te controleren. Ook had hij ontmoetingen met hoge autoriteiten van Skofja Loka en sprak hij diverse andere hoogwaardigheidsbekleders, waaronder Kroatische ministers.
 
Op 27 september 1991 vertrok Hölscher vanuit Zagreb naar Belgrado, waar hij de opdracht had om een nieuw Regionaal Centrum  op te zetten. Er volgden nog diverse andere bezigheden en op 15 oktober 1991 keerde hij naar Nederland terug. Voor zijn bezigheden tijdens deze missie werd Hölscher in april 1993 benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.
 
De waarnemersmissie naar Oost-Timor in 1999 
Hölscher kreeg van 1 december 1993 tot 1 december 1995 buitengewoon verlof in afwachting van zijn leeftijdsontslag en werd met ingang van 1 december 1995 eervol ontslagen uit de militaire dienst. Holscher demonstreert hoe er gestemd werd
 
In 1999, 2001 en 2002 was hij als Vrijwilliger van de Verenigde Naties in Oost-Timor actief bij de registratie ten behoeve van de verkiezingen (UNAMET). Hölscher vloog op vrijdag 25 juni 1999 naar Darwin en via daar naar Baucau en Baguia, waar hij en zijn collega's te Haeconi  de registratie der bevolking ten behoeve van de verkiezingen ter hand namen.
 
Het "omzetgebied" van Hölscher betrof de dorpen Haeconi, Ossa-Huna en Afaloicai, gelegen in de binnenlanden. Deze dorpen telden in totaal 1.215 stemgerechtigden, die op drie na allen kwamen opdagen.
 
Het werk vergde veel tijd en energie omdat aan de hand van de veelal incomplete eigen papieren van de bevolking de zogenaamde Voter Registration Cards in orde moesten worden gemaakt en de bemanning van de stembureaus een opleiding moesten krijgen.
 
Uiteindelijk stemde de bevolking niet met een potlood maar met een grote draadnagel. Alle stembenodigdheden werden op 31 augustus 1999 per helicopter weer opgehaald.
 
Oost-Timor in 2001
Hölscher vertrok  in mei 2001 in de functie van District Electoral Officer voor de tweede keer naar Oost-Timor, waar de bevolking ditmaal grondwetgevende vergadering moesten kiezen, die binnen negentig dagen het land een grondwet zou geven,  waardoor het gebied een onafhankelijke staat zou worden. 2008 04 23 17.16.49 kopie kopie kopie
 
Het contract van de Verenigde Naties was opgesteld voor de duur van 15 mei tot en met 15 september 2001.
 
Hölscher vertrok half mei naar Darwin, waar hij een training van een week kreeg en op 22 mei vertrok hij naar Dili, om van daar verder te reizen naar zijn uiteindelijke plaats van bestemming. Hij was verantwoordelijk voor de registratie in drie dorpen met als thuisbasis Fahinehan.
 
Op 30 augustus was het werk gedaan en volgde het tellen van 39.000 stemmen, waarna Hölscher weer naar Nederland terugkeerde.
 
Decoraties
Hölscher ontving de volgende decoraties:
  • de UN Medal Libanon (1979)
  • de Herinneringsmedaille VN Vredesoperaties met de gesp Libanon 1979
  • de Herinneringsmedaille multinationale vredesoperaties EC Monitoringmission
  • de EC Servicemedal
  • de Medaille voor langdurige dienst als officier met het cijfer 30
  • officier in de Orde van Oranje Nassau met de Zwaarden.
Hij was van 1977 tot 1990 lid van de Krijgsraad, van 1978 tot 1989 lid van de commissie Bezwaarschriften Onderofficieren Intendance en van 1974 tot 1978 lid van de Gemeenteraad Naarden. Van december 2004 tot februari 2005 maakte hij deel uit van de organisatie die de verkiezingen in Irak in Amsterdam organiseerde.
 
Hölscher overleed na een langdurig ziekbed op 27 juli 2019.   

f t