Antoontjedegraaf 


In de Oost

Anton Peter (Ton) de Graaff (Amsterdam, 12 april 1928 - Waalwijk, 4 januari 2008) werd in de periode 1949-1950 in de functie van sergeant-gewondenziekenverzorger ingedeeld bij het 425ste bataljon infanterie, dat in 1949 op Java arriveerde. Hoewel de eenheid slechts gedurende een paar maanden aan de heren bedankt voor allesgevechtshandelingen deelnam was de strijd in deze periode zeer intensief.

"We gaan naar bed met een pistool in ons pyamajasje, stengun of geweer naast ons. Een scherpgestelde handgranaat staat in noodgevallen direct ter beschikking. 

Het lijkt ons allemaal een beetje overdreven maar de omstandigheden bewijzen dat het geen nodeloze voorzorgsmaatregelen zijn. De gebouwtjes waarin wij slapen worden 's nachts met zware houten luiken en ijzeren pinnen gebarricadeerd. Buiten het huis lopen wachtposten om ons een rustige slaap te garanderen" (uit: "De heren worden bedankt"). 

De Graaff maakte de strijd in zijn functie van hospik van zeer nabij mee en schreef zijn bevindingen op in zijn dagboek. Dit geschrift, waarin zeer scherpe kritiek op plichtsverzuim, ook door officieren gepleegd, werd in 1986 uitgegeven onder de titel: "De heren worden bedankt". Met de "heren" bedoelde De Graaff de politici die "met de hersenen van een garnaal ons op de boot naar Indië hebben gezet". 

Latere periode

De Graaff was na zijn terugkeer uit de Oost tot 2000 als zakenman in de functie van directeur en mede-eigenaar van een internationale onderneming, waarvoor hij onder meer frequent Seoel en Karachi aandeed, actief. Hij voelde zichzelf niet aangetast door de periode in Nederlands-Indië maar dacht nog wel iedere dag aan die tijd terug. Tocht terug Java

In 1987 visiteerde hij voor het eerst sinds 1950, samen met achttien oud-strijdmakkers,  het voormalige oorlogsterrein en bezocht toen op Java ook de weg tussen Wonosobo naar Sapuran, eerder dodenweg genoemd. Hij schreef daar het boek "De weg terug" over, waarin een beschrijving van een gezamelijke wandeling over de oude patrouilleroute. 

"Ze moeten deze weg lopen. Als kruisweg om van een syndroom bevrijd te worden. Het syndroom van de beruchte weg van Wonosobo naar Sapuran. De weg waar halverwege, in Kerteg, eens de schutting stond met het opschrift: Zeg, Hollandse soldaat, waarvoor ga je eigenlijk dood?"

Na de publicatie van zijn eerste twee werken, "De heren worden bedankt"  en "De weg terug" stelde De Graaff in een interview uit 1988: "Er is nog een hele grote groep oud-militairen van wie ik weet dat ze er ellendig aan toe zijn. Ik durf geen exact percentage te geven maar wel te stellen dat zo'n 80% in de WW of WAO terecht is gekomen. Er zijn er een heleboel voor hun werk afgekeurd omdat ze er psychisch ellendig aan toe zijn." 

De reis terug

In maart 1991 nodigde de Inspecteur-generaal van de Indonesische Krijgsmacht,  luitenant-generaal Dading Kalbuadi, zestien voormalig dienstplichtige militairen van het 425ste Bataljon Infanterie uit om op eigen kosten naar Indonesië te komen.SgtAdeGraaff 07012008 2

De Graaff zocht voor dit doel een groep mannen uit die een doorsnede zouden vormen van de Nederlandse militaire aanwezigheid van toen - "gewone jongens vooral, in het leger van toen en in het dagelijks leven van nu".

In de Oost zouden de manschappen hun voormalige tegenstanders ontmoeten en een bustocht over het oude strijdtoneel maken. Kalbuadi was op het idee van de uitnodiging gekomen door de werken van De Graaff "De heren worden bedankt", "De weg terug" en "Brieven uit het veld" te lezen.

In zijn uitnodigingsbrief schreef hij onder meer: "Na de vijandelijkheden van lang vervlogen jaren hoop ik u te ontmoeten in vrede en vriendschap. Misschien kunnen wij nog andere boeken schrijven. Niet om onze eigen lof te zingen maar om onze nakomelingen te overtuigen dat kolonialisme en imperialisme voorgoed achter de rug zijn. En dat oorlog en ellende nooit de ellende en opoffering waard zijn."

Een van de deelnemers aan de reis, naast De Graaff, was de dan als Utrechtse hartspecialist werkzame Frits Meijler. Hij hield in het Centraal Leger Hospitaal voor een grote groep geïnteresseerde Indonesische militaire artsen te Djakarta een lezing. 

Opmerkelijk was dat tijdens de tocht de voormalige tegenstanders, leden van de TNI, vergeving vroegen voor het leed dat zij vroeger hadden aangericht maar waar men nu pas over hoorde: "Adoe minta ampoen". Bij de Indonesiërs die De Graaff en diens medereizigers ontmoetten bestond geen enkel gevoel van rancune of vijandigheid meer. Zij beschouwden de periode als een misverstand en over de 350 jaar Nederlands koloniaal bewind zei men: "Toen waren wij nog niet geboren". 

De Graaff schreef over zijn ervaringen tijdens deze periode het boek "Met de TNI op stap". Hij zei later over de tocht: "De jongens die zijn meegeweest, die zijn hun ellende kwijt". 

Erkenning voor Indië-veteranen

De Graaff schreef zijn achttien boeken (postuum met twee vermeerderd) met het doel erkenning te genereren voor de tienduizenden oud-Indiëgangers. Zijn oogmerk was echter ook dat de periode, waarbij 2526 jonge jongens sneuvelden en 2225 soldaten door ziekten enindie01a ongevallen overleden, niet vergeten zou worden. Die belofte, die hij had gedaan toen hij eens op het Ereveld Candi te Semarang stond, kwam hij stipt na. 

De Graaff werd door het Ministerie van Defensie in 2007 begiftigd met de Kolonel Antoni Waardering, die hem door luitenant-kolonel Querido werd uitgereikt. Hij ontving deze onderscheiding voor het vele werk dat hij had verricht om de Indië-veteraan weer in de schijnwerpers van het publiek te plaatsen. Eerder, in 2000, was hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. 

De Graaff overleed op 79-jarige leeftijd aan een beroerte. De begrafenisplechtigheid vond op 9 januari 2008 plaats in de Nederlands-Hervormde Kerk in Waalwijk. Postuum verschenen van hem nog de boeken "Eindelijk erkenning" en "Vaarwel kameraad!".

"Wij zouden moordenaars zijn. Mannen die verkrachtten en kampongs platbrandden. Zoals in elke oorlog waren er excessen maar de meesten van ons deden niet meer dan hun plicht en hadden een afkeer van de terreurdaden, die destijds door beide partijen werden gepleegd."

"De Koninklijke Luchtmacht begrijpt het. Die stuurt vier F16's, die in missing man formation overdenderen. Eén van de straaljagers zwaait af, de overige vliegen door. Symbolisch voor die ene in Indië achtergebleven jongen, op de drie die naar huis mochten terugkeren."

Zie ook

Bibliografie

  • 1986. De heren worden bedankt ISBN 90-6135-410-2
  • 1988. De weg terug: het vergeten leger toen en nu ISBN 90-5194-003-3
  • 1989. Brieven uit het veld: het vergeten leger thuis ISBN 90-5194-030-0Heertjes bedanies
  • 1991. Met de TNI op stap. De laatste patrouille van het vergeten leger ISBN 90-5194-065-3
  • 1994. Notities van een soldaat. Het dagboek van soldaat A.A. van der Heiden ISBN 90-5194-117-X
  • 1995. Zeg, Hollands soldaat… ISBN 90-5194-137-4
  • 1995. Merdeka ISBN 90-5194-149-8
  • 1999. Vertel het je kinderen, veteraan! ISBN 90-5194-193-5
  • 2000. Levenslang op patrouille ISBN 90-5194-202-8
  • 2001. De laatste patrouille ISBN 90-5194-216-8
  • 2001. Op patrouille in blessuretijd ISBN 90-5194-236-2
  • 2002. Indië-veteraan ben je levenslang ISBN 90-5194-255-9
  • 2003. Indië blijft ons bezighouden ISBN 90-5194-266-4
  • 2004. Indië vergeet je nooit ISBN 90-5194-269-9
  • 2004. Indië bepaalde ons leven ISBN 90-5194-271-0
  • 2005. Indië als eindstation ISBN 90-5194-276-1
  • 2007. Leven in twee werelden ISBN 978-90-5194-299-6
  • 2007. Indië blijft onze denkwereld ISBN 978-90-5194-301-6
  • 2008. Eindelijk erkenning. Met het vergeten leger in Indië ISBN 978-90-5194-330-6
  • 2009. Vaarwel,kameraad! ISBN 978-90-5194-340-5 
f t