Frits Meijler


Vroege jaren

Frits Louis Meijler (Vroomshoop, 29 april 1925 - Bloemendaal, 28 december 2010) werd geboren in een Joods slagersgezin. In 1942 zonden de Duitsers zijn ouders op transport naar Auschwitsz, waar beiden overleden maar Meijler senior had intussen wel maatregelen getroffen zodat er een onderduikadres voor zijn zoon beschikbaar was. Aldus vond Meijler, onder de naam George Dijkstra,  in september 1942 onderdak bij de familie Weerts in Balderhaar.

Balderhaar, gelegen bij Harderwijk, werd in april 1945 door de Canadezen bevrijd, waarna Meijler zijn lessen aan de HBS in Almelo en later Eindhoven vervolgde. In die tijd woonde hij bij zijn zuster en fungeerde het echtpaar Tromp - Theodoor Philibert Tromp was na de oorlog Minister van Waterstaat - als een tweede stel ouders.

Indië-veteraan en de nasleep

Na het afronden van de middelbare school kreeg Meijler een oproep tot het vervullen van zijn militaire dienstplicht. Eind januari 1948 werd hij uitgezonden naar de Oost, waar hij onder meer deelnam aan de tweede Politionele Actie. Tijdens de strijFritsiemeijlerdhandelingen raakte hij door een kogel ernstig gewond aan zijn been, waarna hij terug naar Nederland werd gezonden.

Meijler ergerde zich in latere jaren aan het gebrek aan erkenning van Indië-veteranen en de twijfel aan hun integriteit, zoals dat gesuggereerd werd door een stel links-pacifistische journalisten in de jaren tachtig. 

Hij stuurde in 1991, naar aanleiding van de ontmoeting van Minister Jan Pronk met de deserteur Poncke Princen op persoonlijke titel een brief naar dienstweigeraar en bekladder van het monument van generaal J.B. van Heutsz, Minister van Defensie Relus ter Beek, waarin hij schreef:

"Een ieder heeft het recht om fouten te maken. De heer Pronk heeft reeds vele misstappen op zijn conto. Echter een zo flagrante schending van de gedragscodes, die van een Minister verwacht mogen en moeten worden kan moeilijk met het woord fout of vergissing worden afgedaan. Op grond hiervan kan men met recht eisen dat de heer Pronk zijn functie neer moet leggen." 

Na deze brief stelde Meijler desgevraagd: "Het ergste is dat Minister Pronk het zelfs nu nog niet betreurd. Een volkomen misplaatste arrogantie".

Studie en wetenschappelijke loopbaan

In september 1949 schreef Meijler, dan 24 jaar oud, zich voor een studie geneeskunde in aan de Universiteit van Amsterdam in. Tijdens deze periode liep hij stage op het fysiologiscV l n r 20Van20der20Waals20Deetman20en20professor20Frits20Meijlerh laboratorium van professor H.J.  ten Cate (1921-1987), waar hij onderzoek deed naar kikkerharten.

Hij promoveerde uiteindelijk op 20 oktober 1960 bij professor D. Durrer op een onderzoek naar de mechanische activiteit, volgens Oskar Langendorff,  van het geïsoleerde zoogdierhart.

Een der belangrijkste bevindingen van Meijlers onderzoek was dat de contractiekracht van het hart niet alleen werd bepaald door de mate van vulling (wet van Starling) maar ook door de frequenties van de hartcontracties en de regelmatigheid of onregelmatigheid van het hartritme.

Na zijn promotie verrichtte Meijler, samen met professor Durrer en andere wetenschappers, nader onderzoek, waarover hij in 1964 verslag uitbracht tijdens het jaarlijkse congres van The American Heart Association.

In 1967 begon Meijler aan een studie naar boezemfibrilleren, waarbij hij met name interesse toonde in de functie van de atrioventriculaire knoop, gelegen op de grens van boezems en kamers. Hij moest dit onderzoek onderbreken omdat hij benoemd werd tot hoogleraar en hoofd van de afdeling Cardiologie van het Universiteitsziekenhuis in Utrecht.

Dat was in de tijd dat de cardiologie net onafhankelijk was geworden van de interne geneeskunde en nieuwe technieken, zoals coronaire angiografie en echo-cardiografie, opkwamen.

Latere loopbaan

Meijler, die door zijn werk bij professor Durrer en eigen onderzoek veel kennis bezat op het gebied van de elektrocardiografie, werd door de World Health Organization uitgenodigd voorzitter te worden van een internationale commissie die een standarisatie van Joannekede elektrocardiografische nomenclatuur diende voor te stellen.

Hij stond in 1973 aan de basis van de European Journal of Cardiology en nam in 1983 afscheid als hoogleraar en  hoofd van de cardiologische afdeling van het Academisch Ziekenhuis Utrecht, waarna hij aangesteld werd tot directeur van het Interuniversitair Cardiologisch Centrum.

Datzelfde jaar werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW, net als Joan van der Waals).

Onder Meijers leiding, hij trad op 1 januari 1993 terug, groeide het Interuniversitair Cardiologisch Centrum (ICIN)uit tot uit tot een nationaal cardiologisch samenwerkingsverband.

Meijler overleed in december 2010 op 85-jarige leeftijd. In plaats van bloemen vroeg hij een donatie voor de collectieve Israël-actie.

Zie ook

f t