Fariba 28


Het fotoalbum vindt u hier


Karim Khan en andere familieleden

Fariba Farjam (Teheran, 27 augustus) is de dochter van Farokh Farjam (28 september 1904-2006) en  nazaat van Karim Khan, ook wel Mohammad Karim genoemd  (1705-1779), sjah van het Perzische Rijk en stichter van de Zand-dynastie. Hij, afkomstig van de Lor-Bakhtiyari stam, regeerde van 1751-17Fariba 179 over geheel Iran met uitzondering van Khorasan. Karim Khan werd op een gegeven moment benoemd tot generaal in dienst van Nader Shah, van 1836 tot 1847 een machtige sjah in Perzië.

Nader werd vermoord en opgevolgd door zijn neef, Ali Quoli (Adil Shah), die binnen een jaar werd afgezet, toen het rijk van Nader Shah ten prooi viel aan interne onlusten en daarmee samengaand verval.

Op dat moment stichtte Karim Khan de Zand-dynastie en verwierf uiteindelijk de macht over vrijwel geheel Perzië. Hij benoemde nu de pFariba 15laats Shiraz tot hoofdstad van het rijk en herstelde de betrekkingen met Groot Brittanië.

Na de dood van Karim Khan brak er echter opnieuw een burgeroorlog uit en verschoof de macht van de Zand-dynastie naar de Kadjaren.

De moeder van Fariba Farjam was de dochter van een grootgrondbezitter. Haar vader, Tajer Bashi sharif Beygi, een cultureel attaché van de tsaar van Rusland, van Wit-Russische afkomst, vluchtte tijdens de Russische Revolutie voor het Rode Leger naar Teheran.

De tweede echtgenoot van de grootmoeder van Fariba Farjam was in de rang van generaal actief binnen het Iraanse leger. Indertijd werden, tijdens de vervulling van de dienstplicht, militairen in hun tweede jaar ingekwartierd bij hoge officieren, waar zij diverse taken opgelegd kregen, waaronder het poetsen van messing knopen.

Wanneer haar stiefgrootvader deze manschappen inspecteerde liep Farjam achter hem aan, deed hem in alles na en leerde zo alle mogelijke en onmogelijke "strenge woorden". Die zouden haar later, toen zij tijdens ISAF actief was in Afghanistan, nog van pas komen.

De vader van Fariba Farjam, Farokh Farjam, was in de functie van staatssecretaris werkzaam voor de Perzische overheid maar viel na de Iraanse Revolutie in november 1978 in ongenade. Desalniettemin bleef het voor hem indertijd nog wel mogelijk langere tijd  in Teheran te blijven wonen.  

Fariba Farjam 

Fariba Farjam reisde in 1973 naar Nederland om hier te gaan studeren maar veranderde een aantal keren van richting. In 1982 begon zij aan de Universiteit van Leiden aan een studie Perzische taal en letterkunde en schreef haar doctoraalscriptie bij professoFariba 19r J.T.P de Bruijn. Zij trouwde in 1987 met Maarten Jan Boender, later ritmeester bij de Huzaren van Boreel, die zij in 1980 had leren kennen.

Boender, die tijdens zijn dienstplicht de militaire officiersopleiding volgde, werd begin jaren tachtig uitgezonden naar Seedorf. Hij verliet de militaire dienst in de rang van kapitein titulair.

Al tijdens haar studie gaf Farjam les in Perzische literatuur aan derdejaars studenten international baccalaureate van het Rijnland Lyceum, verrichtte zij werkzaamheden ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) en  verzorgde de ondertiteling bij Perzische teksten.

Vanaf 1992 vertaalde zij bij de IND teksten en tolkte ze bij de politie en Marechaussee tijdens de verhoren van mensensmokkelaars. Toen er in Dordrecht verdachte personen werden gearresteerd en ondervraagd verzorgde Farjam de vertaling in het Nederlands.

Naar Afghanistan - ISAF

Op 6 december 2001 kreeg Farjam een telefoontje van het Ministerie van Defensie, waarin men haar vroeg naar Den Haag te komen voor een gesprek. Aldaar kreeg ze de Fariba 21vraag of ze wilde deelnemen aan de vredesmissie (International Security Assistance Force of ISAF) in Afghanistan.

Farjam, die zich in het verleden al had verdiept in de taal en cultuur van dit land en de Nederlandse, Engelse, Perzische, Iraanse en Perzisch-Afghaanse taal beheerste nam het aanbod aan en werd op 2 januari 2002 uitgebreid gescreend. 

Zij werd nu overgebracht naar Schaarsbergen, waarna zij een militaire opleiding volgde bij de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen en Assen. Tijdens deze training traden militairen uit Den Haag op Fariba 22als instructeurs betreffende de toestand in Afghanistan.

Na deze scholing werd Farjam, in de rang van kapitein, op stand-by gezet tot op 25 januari 2002 het bericht kwam dat zij zich diende te melden in Assen, van waar ze via Keulen en deels per Hercules werd overgevlogen naar Kaboel.

Van hier werd de reis per minibus naar de compound afgelegd, waar Farjam gedurende ruim drie maanden, samen met 251 militairen van de Luchtmobiele Brigade en het Korps Commando Troepen,  zou verblijven. Zij was de eerste vrouwelijke militair in Afghanistan.

Samen met Duitse, Oostenrijkse en Deense militairen vormden de Nederlandse manschappen een bataljon, dat onder Duitse leiding stond. De taak van Farjam lag met name in het tolken en de communicatie tussen ISAF en de lokale bevolking.

In deze periode vonden dFariba 9ag en nacht patrouilles plaats, waaraan ook Farjam deelnam. De Civil Military Co-operation zocht intussen naar projecten waar de lokale bevolking baat bij zou  hebben. Omdat de Taliban alles wat los en vast zat had gestolen was het, zeker in het begin, behelpen. Uiteindelijk kon een lokale school door de Nederlandse troepen grotendeels hersteld worden. 

Indertijd was luitenant-kolonel Ton Hover contingentscommandant (of Senior National Representative) en zodoende de baas over alle militairen, waaronder Farjam, in Afghanistan. Farjam viel direct onder Fariba 12majoor Harm Quax, commandant 1 (NL) Compagnie van ISAF.  

Farjam werd door haar commandant gevraagd hoe het kwam dat zij na een korte training in Nederland in Afghanisatan overkwam alsof ze al jaren in het leger had gediend. Dat was echter de erfenis van haar stiefgrootvader, de generaal die haar had leren marcheren ingewijd in de "strenge taal".

Op 2 mei 2002 keerden de Nederlandse militairen, die deel hadden genomen aan ISAF I, terug naar Nederland, waar zij op de Oranjekazerne in Schaarsbergen werden verwelkomt door familie en vrienden.

Omstreeks deze tijd vertrok een tweede groep militairen, behorende tot ISAF-2 en even als de eerste groep bestaande uit manschappen van de Luchtmobiele Brigade en het Korps Commando Troepen, naar Kaboel.

In het najaar van 2003 ging Farjam voor de tweede keer naar Afghanistan. In deze periode kwam een Afghaanse tolk tijdens een bomaanslag om het leven, terwijl hij op de stoel zat waarop Farjam gewoonlijk plaatsnam. 

In november 2003 werd Farjam als enige vrouwelijke officier met missie-ervaring bij de Huzaren van Boreel ingedronken als "ritmeester bd. F. Boender Farjam, de eerste Nederlandse vrouwelijke militair in Afghanistan tijdens de twee missies waaraan zij deelnam".

Zie ook

f t