S. Meyburg


Zie ook het fotoalbum (foto's copyright Synco Meyburg), hier meer over de stamboom van Calmeyer en Meyburg, en hier meer over de stamboom van Jeekel.


Familie

Jonge jaren

Incidenten tijdens de Tweede Wereldoorlog

Activiteiten tijdens de oorlog tijdens de oorlog

Na de bevrijding

Leidse jaren, ontmoeting met Caroline Calmeyer jaren, ontmoeting met Ottoline Calmeyer

Theologische basis

In dienst als legerpredikant

Legerpredikant

Zuidlaren

Breda: Koninklijke Militaire Academie

Uitzending UNIFIL: naar Libanon

Teruggekeerd na uitzending

Tot besluit

Zie ook


Familie

Synco Meyburg (Amsterdam, 30 december 1930) is de zoon van Willem Henricus Meyburg (1897-1967) en Aaltje Uden MasmanHuwelijk Meijburg Uden Masman (1901-1994).

Theo (Dirk Theodoor) Uden Masman (1901-1965), de oprichter van de big band The Ramblers, was een neef van zijn moeder, zoon van Henricus Uden Masman, drukker en uitgever.  

Fiscalist Willem Henricus Meyburg, inspecteur der Rijksbelastingen, richtte in 1939 een der eerste belastingadvieskantoren in Nederland, Meyburg & Co., op.

Jonge jaren

Kort na hun huwelijk in 1925 vertrok het echtpaar Meyburg-Uden Masman naar het toenmalige Nederlands-Indië, waar Meyburg de functie vervulde van Inspecteur van Financiën. Na de dood van hun eerstgeboren kind keerde de familie terug naar Amsterdam. Daar werd in 1928 Eefke, in 1930 Synco en in 1935 als jongste telg Henriëtte geboren. Tijdens de crisisjaren, in 1936, verhuisde het gezin naar Bussum,  waar het een huis betrok aan de Nieuwe Hilversumseweg.

Zijn lagere schooltijd bracht Synco door aan het Instituut Gooiland en hierna volgde hij het Gymnasium in Hilversum. Die opleiding  werd herhaaldelijk onderbroken door brandstofgebrek en oorlogshandelingen.

Incidenten tijdens de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de oorlogsjaren vonden ook in Bussum verscheidene incidenten plaats: Bij de Juliana van Stolberglaan werd op 30 november 1944 een munitietrein beschotInstituut Gooilanden en tot ontploffing gebracht. Tot in de wijde omgeving was de schade groot. En op 21 maart 1945 verwoestte de Royal Air Force het hotel “Bosch van Bredius” volledig.  

Dit gebeurde naar aanleiding van het bericht dat Adolf Hitler daar de nacht had doorgebracht. Men was dus juist te laat. Bij die aanval vond een aantal medeleerlingen van de Gooilandschool de dood. Dit geweld, zo dicht nabij, maakte grote indruk op de jonge Meyburg. Ook de verdwijning van de joodse leerlingen uit zijn klas liet diepe sporen achter in zijn herinnering.

Activiteiten tijdens de oorlog

Intussen werden van de jonge Meyburg wel de nodige activiteiten gevergd teneinde het gezin in tijden van honger en gebrek op de been te houden. Die waren onder meer de zorg voor een beetje brandstof  voor de ene kachel, tevens kookplaats, die in huis nog enigszins gaande werd gehouden, en het moeizaam verzamelen van het o zo schaarse voedsel. Aan het einde van de oorlog ging hij op zijn kleine fiets helemaal tot over de IJssel om nog iets eetbaars te bemachtigen.

Daarnaast maakte hij in die dagen lange voettochten. Naar Amersfoort voor het serum dat zijn vader toegediend kreeg tegen een bijna dodelijke difteritis en naar Amsterdam om een paar flessen olie op te halen die aldaar werden uitgedeeld uit de verwarmingstank van zijn vaders kantoor. Ook daar werd in de laatste oorlogsmaanden immers niet meer gewerkt. Die olie diende ‘s avonds nog voor een beetje verlichting.

Zodoende deed Meyburg wel de nodige levenservaring op en ontwikkelde hij spelenderwijs een grote mate van zelfredzaamheid.

Na de bevrijding

Toen de oorlog ten einde was kon Meyburg  maar moeilijk wennen aan het gedisciplineerde leven op school. Hij deed er van alles en nog wat naast en toen hij in de vijfde wijk huizum 04klas van het gymnasium bleef zitten mocht hij in een rustiger omgeving zijn opleiding voltooien. Dat gebeurde op het Gereformeerd Gymnasium te Leeuwarden (thans Beyers Naudé college). Aldaar kwam hij in aanraking met tot dan toe onbekende zaken. Stel het je voor: Een karakteristieke provinciehoofdstad en een samenleving van mensen die hun inspiratie vonden in geloof en kerk.

Dat was allemaal nieuw voor hem. Zonder nu onmiddellijk door nieuwe standpunten overtuigd te worden wekte zijn omgeving bij hem wel een zekere verwondering, nieuwsgierigheid en interesse. Uiteindelijk was dat ook de achtergrond van waaruit hij zijn theologiestudie begon. Daar aan de Leidse universiteit in die jaren de studie een overwegend wetenschappelijk karakter had was dat voor Meyburg de meest geschikte plaats zich verder te ontwikkelen. Dat hij aan  het einde van de studie tevens over voldoende geestelijke bagage beschikte om predikant te worden was bij de aanvang nog niet te voorzien.

Leidse jaren, ontmoeting en huwelijk met Ottoline Calmeyer

Aan de Theologische faculteit van de Leidse universiteit dankte Synco Meyburg zijn brede vorming. De studie bestreek een wijd veld van diverse disciplines: taalkunde, (Grieks en Hebreeuws voor de bestudering van de Bijbel in de grondtalen), filosofie, sociologie en ethiek. Onder supervisie van Professor J.H. van den Berg (bekend door zijn boek “Metabletica”) volgde hij extra colleges pastorale psychologie. In de latere studiejaren lag het accent op vakken als kerkrecht, kerkgescHuize Wallonhiedenis, dogmatiek en kennis van de wereldgodsdiensten.

Intussen was hij actief lid van het Leids StudentenCorps en de Sociëteit Minerva, leerde hij roeien bij de LSV Njord en maakte deel uit van de Almanakredactie. In 1956 leerde hij Ottoline Calmeyer kennen. Zij was als medisch analyste werkzaam op het Instituut voor Preventieve Geneeskunde en maakte deel uit van het team van Prof. J.D. Verlinde, een gedreven zoeker naar een nieuw poliovaccin.

Daarnaast was Ottoline een begaafd kunstschilder, een aspect dat zich vooral in haar latere levensfase steeds duidelijker zou manifesteren. Synco en Ottoline trouwden op 23 februari 1957 in Den Haag. Het huwelijk werd  bevestigd in de Waalse kerk door Dominee George Forget. Ottolines vader,  luitenant-generaal  b.d. Michaël R.H.Calmeyer (1895-1990),  was bestuurslid van genoemde kerk en tevens lid van de Tweede Kamer voor de C.H.U. (later volgde zijn benoeming tot Staatssecretaris van Defensie in het kabinet de Quay). De moeder van Ottoline was Cato Ottoline Jeekel (1896-1968).

Het paar vestigde zich te Oegstgeest waar Synco zijn studie voltooide en Ottoline haar werk op het Instituut voor Preventieve Geneeskunde voorlopig voortzette. Synco trad in dienst als vicaris (hulpprediker) bij het “Groene Kerkje” onder mentorschap van Dominee  George F.Callenbach.

Na de geboorte van Michaël (22 juli 1961) vertrok het gezin naar het Drentse Roswinkel (gemeente Emmen), waar Synco een beroep als predikant had aanvaard. Daar werd op 24 juni 1964 de tweede zoon Bartel geboren.   Michaël zou later, na het eindexamen Gymnasium, middels een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie  voor een militaire loopbaan kiezen.  Bartel, die een artistieke begaafdheid aan de dag legde, volgde het onderwijs aan de Rietvelt-Academie, waarna hij zich als beeldend kunstenaar te Amsterdam vestigde.

Beide jongens voegden op verzoek en door toedoen van hun grootvader Calmeyer bij Koninklijk Besluit de naam Calmeyer toe aan de eigen familienaam. Zij en hun nakomelingen heten sindsdien Calmeyer Meyburg.

 Legerpredikant 

In 1965 koos Synco Meyburg bewust voor het legerpredikantschap. Dat had deels te maken met het ongenoegen over de gemakkelijke wijze waarop theologiestudenten de algemeen geldende dienstplicht konden ontlopen, maar het was hem voornamelijk te doen om de kansen en mogelijkheden die deze vorm van pastoraat onder veelal jonge mensen te bieden had. Na een korte maar intensieve militaire training op de Legerplaats Nunspeet werd Meyburg geplaatst bij een cavalerie-eenheid, het 103 Verkenningsbataljon te Seedorf (West- Duitsland).

Het was 1965 en nog  volop in de tijd van de “Koude Oorlog”. Op de Lüneburgerheide vonden grote oefeningen plaats, soms in internationaal verband. Het leger als zodanig was in die dagen bepaald  niet populair en de dominee had in  die zetting ook de taak om de hele problematiek van de krijgsmacht kritisch mede te doordenken. Het werd Meyburg meer dan ooit duidelijk dat je alleen dan respect ontvangt wanneer je zelf geloofwaardig optreedt en de mensen met respect bejegent.

Naast het legerpredikantschap op de Legerplaats Seedorf vervulde Meyburg in die periode tevens  de functie van pastor voor de Nederlandse gezinnen die voor het merendeel woonachtig waren in de kleine stad Zeven nabij de legerplaats. In het “Haus der Jugend” werd daar ‘s zondags een kerkdienst gehouden op initiatief van de gemeenschap zelf.

Zuidlaren

In 1970 werd Meyburg in Zuidlaren geplaatst als geestelijk verzorger van het 44ste Pantserinfanterie Bataljon. Deze eenheid werd daar opgeleid en bestemd om, indien nodig, te worden ingezet in VN verband. Een dergelijke uitzending (naar Libanon) zou pas plaatsvinden in 1979. Hoewel hij  toen al niet meer bij dat bataljon dienst deed nam Meyburg in 1980 alsnog deel aan UNIFIL.

Een neventaak in de Zuidlaarder periode was de geestelijke verzorging van de mannen in opleiding bij de militaire sportschool te Hooghalen. Meyburg leerde er schermen en beleefde veel genoegen aan de sportactiviteiten in de militaire wereld. Voor het jonge gezin betekende het verblijf opnieuw in Drenthe een periode van ontwikkeling. Een deel van Synco’s werk speelde zich af op het vormingscentrum “Beukbergen” (te Huis ter Heide) in meerdaagse conferenties waar doorgaans een grotere diepgang werd bereikt dan tijdens de losse uren in kazernetijd.

Ottoline ontwikkelde zich in die jaren tot een erkend kunstenaar en hield er diverse exposities van haar werk. Evert Musch, docent aan de Groningse Academie Minerva,  was hierbij haar belangrijkste raadgever.

Breda: Koninklijke Militaire Academie

In 1975 werd Meyburg benoemd aan de Koninklijke Militaire Academie. In deze functie was hij zowel pastor als docent. Wat betreft het lesprogramma kreeg hij  KMA Meyburgalle vrijheid, zowel van de Hoofdlegerpredikant  als van de Gouverneur der academie. Grondslagen van ethiek en filosofie kwamen aan de orde. In samenwerking met andere docenten werden symposia georganiseerd betreffende typisch militaire dilemma’s op het vlak van goed en kwaad.

Van belang in deze periode waren ook de vele informele contacten met de jonge mensen in opleiding. En toen de eerste vrouwen tot de opleiding  toegelaten waren kreeg de academiepredikant een ongeschreven taak in de problemen die zich daarbij aanvankelijk voordeden.

De “Duiventoren”, een van de oude vestingwerken van het Kasteel van Breda, deed dienst als kapel. Er zijn daar een groot aantal huwelijken van jonge officieren bevestigd. Met sommigen van hen onderhoudt Meyburg tot op de dag van vandaag contact.

Uitzending UNIFIL: naar Libanon

In 1980 vervulde Meyburg zijn termijn bij het bataljon dat in Libanon in VN verband dienst deed teneinde daar de vrede te herstellen en te bewaren. Het kwam er op neer dat een gewapende macht vijandige infiltraties vanuit Libanon richting Israël moest zien te voorkomen. Zo maakte het Nederlandse bataljon deel uit van een buffer tussen de partijen. De situatie was bijzonder gecompliceerd omdat ook kleine krijgsheren,  zoals een zekere Majoor Hadad,  zich in het conflict hadden gemengd. Het beperkte mandaat waaraan de  Peace keeping Force zich haMeijburg20tijdens20UNIFILd te houden maakte de toestand er niet gemakkelijker op. Nog steeds is Meyburg vervuld van bewondering en respect voor de doorsnee Nederlandse soldaat die daar de opgedragen taak betrouwbaar en  met de nodige nuchterheid heeft verricht.

Hij herinnert zich hoe hij, voorzien van witte jeep met chauffeur, zich redelijk onbelemmerd verplaatsen kon teneinde alle waarnemingsposten, verspreid over een groot gebied, te bezoeken. Als het zo uitkwam bracht hij dan ook meteen de briefpost uit Nederland mee; dat was  toen nog de voornaamste verbinding met het thuisfront. Zo was je bij voorbaat al een welkome bezoeker.

Soms gebeurde het dat een toegangsweg door de militie van genoemde majoor Hadad voor langer of korter tijd werd geblokkeerd. Dan duurde het verblijf op de betreffende post aanzienlijk langer dan gepland. Meyburg herinnert zich een dergelijk bezoek van enige dagen. Daarbij ontstond met de nodige improvisatie en vindingrijkheid vaak iets bijzonders: voorleesuren en gespreksgroepen. Incidenten waren er toen ook, maar toch minder heftig dan in deze eeuw tijdens uitzendingen.

Zelfmoordcommando’s kwamen nog niet voor, bermbommen evenmin, al is het wel gebeurd dat er personen door landmijnen werden verwond. In Naqura, bij de grens met Israël, bevond zich het VN veldhospitaal, waar de dominee regelmatig zieken en gewonden bezocht. Ernstige gevallen werden naar het Ziekenhuis van Haïfa in Israël getransporteerd. Meyburg zelf was eenmaal zeer dichtbij een granaatinslag waarbij hij een doofheid opliep, die zich in de loop der jaren steeds duidelijker kenbaar maakte. Na 35 jaar mag een mens daar niet meer over klagen, zeker als hem bij dat incident geen schrammetje werd toegebracht.

Teruggekeerd na uitzending

Na terugkeer uit Libanon bleef Meyburg nog een jaar werkzaam op de Koninklijke Militaire Academie. De laatste vier jaar van zijn tijd bij de krijgsmacht functioneerde hij als Gewestelijk Legerpredikant voor de Regio- Zuid. Toen maakte hij ook deel uit van het zogeheten Seniorenconvent, dat de Hoofdlegerpredikant adviseerde inzake het beleid van de Geestelijke Verzorging. In die tijd was hij ook betrokken bij de opleiding van jongere collega’s in dit bijzondere werk.

In het najaar van 1983 stierf Ottoline na een kort maar heftig ziekteproces. Dat zette het leven uiteraard in die periode geheel en al op z’n kop. De beide zonen waren toen al het huis uit, ieder bezig met hun diverse opleidingen.

Tot besluit

Meyburg ging in 1985 met functioneel leeftijdsontslag en werd aansluitend benoemd tot predikant bij de Protestantse Gemeente in zijn woonplaats Prinsenbeek. Dat was een groeiend kerkgenootschap waarin diverse denominaties zich vTijdens20het20roeien20nog20steeds20een20hobby20van20Meyburgerenigd vonden. Dit ontwikkelde zich zodanig dat er in die dagen zelfs een eigen kerkgebouw verwezenlijkt kon worden.

Vanaf de pensioengerechtigde leeftijd, die hij  in 1995 bereikte, vervulde Synco Meyburg geregeld nog kerkdiensten en lezingen in het land. In Breda was hij gedurende een aantal jaren geestelijk verzorger van het bejaardentehuis “De Werve”. Vanaf 2003, na zijn verhuizing naar het Westen des lands, nam hij als vrijwilliger deel aan “Het Aandachtscentrum”, een inloophuis in de Haagse binnenstad ten behoeve van minder bedeelde of hulpzoekende mensen.

Anno  2015, en inmiddels 84 jaar oud, heeft hij de meeste werkzaamheden beëindigd. Wel maakt hij nog deel uit van een roeivereniging om daar die sport zo mogelijk nog één maal per week te beoefenen.

Met zijn huidige levensgezellin Koosje de Neef woont hij sinds vier jaar in een gerieflijk appartement. Synco Meyburg leest en schrijft. Hij tracht een belangstellende vader en grootvader te zijn en verheugt zich dankbaar in een redelijk goede conditie. 

Zie ook

[Terug]

 

f t