Dulfie opa


Artikel en foto´s met dank aan kolonel M.C. Dulfer.


Vroege loopbaan

Eleonardus Eckhardt Theodorus Dulfer (Rotterdam, 19 juli 1891 - Rotterdam, 1952) was de zoon van Eleonardus Eckhardt Theodorus Dulfer en Francisca Maria Janssen. Hij trouwde in 1921 met Elisabeth HenDe drie gebroedersriette Louise van Lissa. Dulfer had twee broers die ook in het leger waren, namelijk luitenant-ter-zee tweede klasse Adrianus Johannes en officier bij het KNIL Gerardus Marinus Hubertus. Commandant Bronbeek en kolonel der cavalerie Michael Christiaan Dulfer is een kleinzoon.

Dulfer volgDulfer tweede luitenantyde de middelbare school en kwam in augustus 1911, na het met voldoende resultaat afleggen van een toelatingsexamen, in aanmerking voor plaatsing aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, richting infanterie. Hij was toen al een enthousiast (scherp)schutter, die deelnam aan diverse wedstrijden en veel prijzen won. 

Tijdens de mobilisatie,  als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, werden de lessen aan de Academie gestaakt en de leerlingen, waaronder Dulfer, tijdelijk gedetacheerd bij de diverse korpsen. Pas in mei 1915 vond het onderwijs aan de Academie weer doorgang. Intussen had Dulfer in mei 1914 de titulaire rang van cadet-korporaal verworven. Van 15 tot 15 februari 1915 was hij bij de legerplaats Milligen, en van 25 februari tot en met 3 maart bij de legerplaats Harskamp gedetacheerd, waar indertijd luitenant-kolonel Christiaan Antoon Jeekel de scepter zwaaide.

Hogere Krijgsschool

Dulfer behaalde in  februari 1916 het examen tot het verkrijgen van de rang van tweede luitenant. Tijdens zijn studie aan de Militaire Academie was hij, naast schutter, actief als voetballer in het Rotterdamse elftal. Hij werd van 1 juni Overdracht vaandel rechts dulfertot en met eind september 1916 aan de Applicatieschool gedetacheerd, die toen aan de KMA werd gehouden. In 1925 nam hij, een van de vele keren,  deel aan de Vijfkamp voor officieren te Amersfoort, waarbij hij een extra prijs verwierf voor zijn schietkunsten.

Dulfer werd bevorderd tot eerste luitenant bij het vijftiende regiment infanterie en slaagde in mei 1925 voor het toelatingsexamen voor de Hogere Krijgsschool in Den Haag. In deze periode werd hij door de Krijgsschool van 7 tot en met 30 september 1926 naar het vijfde regiment velDulfer reikt prijzen uitdartillerie te Amersfoort  gezonden en in oktober 1927 tijdelijk bij het derde half regiment Huzaren geplaatst om kennis ter zake op te doen.

Het jaar daarop mocht Dulfer de cursus aan de militaire gasschool te Utrecht volgen. Na afloop van zijn studie aan de Krijgsschool werd hij geplaatst bij het vijftiende regiment infanterie. Al kort daarop, 1 februari 1929, vond een overgeplaatsing bij het negentiende regiment infanterie te Arnhem plaats.

Van 1 november 1928 tot 1 februari 1929 was Dulfer tijdelijk werkzaam bij de Inspecteur der infanterie en in juli 1930 werd hij aangewezen voor de betrekking van leraar aan de  op 1 augustus 1930 opgerichte school voor reserve-officieren van de Geneeskundige Dienst. In deze periode werd hij bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1936 nummer 59 bevorderd tot kapitein en bij Koninklijk Besluit van 28 november 1936 nummer 87 volgde zijn benoeming tot adjudant van het Regiment Grenadiers.

Bij Koninklijk Besluit van 21 oktober 1938 werd Dulfer eervol ontheven uit deze functie en te werk gesteld op het hoofdbureau der Generale Staf als hoofd van de etappen -en verkeersdienst. 

Latere loopbaan

Dulfer was in de meidagen van 1940 zeer actief. Zo participeerde hij op 18 mei 1940, samen met kolonel A.H. Schimmel (chef van de staf van de Generale Staf) en kapitein A.H.J.L. Fievez (bureau operaties), in de inspgreb rb 251113 04ectietocht van de Commandant van het Veldleger. De reis voerde over de spoorbrug over de Rijn bij Rhenen, commandopost 8 RI, de stoplijn van M.C. - 8 R.I., de opstelling aan de Cuneraweg, de opstelling oostelijk van de Grebbesluis en het mijnenveld westelijk van Wageningen en naar de 8ste batterij 6 veld (Kunstweg in Wageningen).

Dulfer werd na de Tweede Wereldoorlog bevorderd tot kolonel en  bekleedde onder meer de functies van Inspecteur der InfanSchieten Harskampterie en garnizoenscommandant. Tijdens een parade, in oktober 1949 gehouden op het terrein van de infanteriekazerne te Amersfoort, sprak kolonel Tomsma, commandant van het eerste infanterie depot, en vergezeld van de chef van het kabinet van de Minister van Oorlog generaal M.R.H. Calmeyer en Dulfer, de wijze woorden: "Een volk dat zich de weelde van een leger permitteert behoort dit leger zijn vertrouwen te schenken." 

In 1950 stelde Dulfer, zelf zoals vermeld een goed schutter, tijdens de Nationale Schietwedstrijden, de naar hem vernoemde kolonel Dulfer Geweerschietprijs Harskamp in. Hij werd in april 1951, ter gelegenheid van de verjaardag van Koningin Juliana,  benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden en overleed op 57-jarige leeftijd in Den Haag.

Wetenschappelijke artikelen en lezingen

In Mavors (maandschrift voor militaire- en reserve-officieren, vaandrigs en kader-reservisten) schreef Dulfer in 1930 een artikel over de aan de schDecoraties Dulfer in kantoorool voor reserve-officieren te volgen opleiding voor reserve-officieren van gezondheid. Hij maakte zich vooral zorgen over de sterkte der reserve-officieren van gezondheid: die bedroeg indertijd 49 terwijl in oorlogstijd een aantal van ongeveer 1.200 vereist was.

Dulfer betoogde dat de dan (1930) nieuwe cursus met name was bedoeld om de reserve-officier de benodigde militaire kennis bij te brengen, die hij nodig had om zijn medische wetenschap ten volle aan de strijdende troepen ten goede te laten komen.

Dulfer schreef veel meer artikelen in Mavors: in 1932 behandelde hij aan de hand van Henry Bordeaux de laatste dagen van het Fort Vaux.  En in 1933 schreef hij aan de hand van de aaDecoraties dulfernval op de Flandern I stelling door de groep Massenet over het van hoog naar laag doorkomen van bevelen en de strijdwijze van de Nederlandse, Franse en Duitse infanterie.

Dulfer gaf in december 1938 voor de afdeling Charlois van de Landelijke Vereniging voor Luchtbescherming een lezing over "Nederland en zijn oorlogskansen bij een Europees conflict". In deze uiteenzetting wees hij op de belangrijkheid van de Weermacht, die de godsdienstvrijheid, de cultuur en de geestelijke vrijheid van Nederland diende te beschermen, en besprak hij de strategische postitie van Nederland en de defensieve kracht der omringende landen. Dulfer zag als enige mogelijkheid om de oorlogskansen te verkleinen een sterke Weermacht en een afdoende luchtbescherming.

Decoraties

  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaardenDulfer3 2
  • Mobilisatie-Oorlogskruis
  • Onderscheidingsteken voor Eervolle Langdurige Dienst als officier met cijfer XV
  • Huwelijksmedaille 1937
  • Mobilisatiekruis 1914-1918
  • Bronzen Vaardigheidsmedaille van het NOC
  • Nationale Vijfkampkruis
  • Kruis voor betoonde marsvaardigheid

Bibliografie

Zie ook


 

 

f t