Artillerie van het O.I. leger. Groot tenue. 1896


Voorgeschiedenis: de Verenigd Oost-Indische Compagnie

Ondergang der VOC en verlies der koloniale bezittingen

Verovering van Java door de Engelsen

Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger

Donkere wolken aan de horizon

Begin van het einde


Voorgeschiedenis: de Verenigd Oost-Indische Compagnie

Nederland haalde oorspronkelijk haar specerijen uit Portugal, tot Philips II, na de verovering van Portugal, alle schepen die in de Portugese havens lagen in beslag nam. Als gevolg hiervan werd in 1592 de Compagnie van Verre in Amsterdam opgericht. 1626. Hans Savery de Oudere. De Oostindievaarder Amsterdam en een groot aantal andere oorlogsschepenEen van de eerste tochten in opdracht van deze Compagnie was die onder Cornelis de Houtman in 1595. De reis duurde ruim twee jaar maar leidde tot het beoogde doel: de ontdekking van een vaarroute naar Indië. 

In deze periode werden, naast de Compagnie van Verre, diverse andere compagnieën opgezet, die verschillende expedities uitzonden. Deze hadden allen de intentie handel te drijven met de Oost. De schepen waren weliswaar bewapend maar handel en geen strijd was het hoofddoel.

De verschillende expedities ontdekten onder meer Bantam (1598, onder leiding van Jacob van Neck), de Molukken,  Banda en Ternate. Natuurlijk kwam men op zee ook in conflict met de aartsvijand, de Spanjaarden, onder meer in 1600. J.P. Coen

In de loop van 1598 leverde een vloot, onder leiding van Wolphert Harmensz, in de Straat Soenda een hevig gevecht met de Spaans-Portugese Armada. 

In 1602 werd uiteindelijk de Verenigd Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. Gedurende deze periode ontstond de eerste koloniale krijgsmacht: onder Jan Pieterszoon Coen werden de Molukken veroverd, Batavia gesticht en forten opgericht langs de handelswegen in- en buiten de Indische archipel. 

Na een korte strijd schakelde men de Engelsen en Fransen uit. Onder de gouveneur-generaals Van Diemen, Maatsuycker en Van Goens bloeide de handel en heerste Nederland over de gehele Indische eilandengroep, Malakka, Ceylon en een groot deel van de kusten van Voor-Indië. 

Ondergang der VOC en verlies der koloniale bezittingen

De VOC ging in 1795 ten onder aan wanbeheer der bestuurders maar ook de invloed der Vierde Engelse Oorlog deed zich gelden. Al voordat Java door de Engelsen in de Napoleontische tijd werd veroverd was de historische rol van Nederland als koloniale mogendheid eigenlijk al uitgespeeld. DaendelsklklMaar nu gingen achtereenvolgens alle Nederlandse bezittingen op de kusten van Malabar, Coromandel, Ceylon, Sumatra en de Molukken verloren. 

Na de oprichting van de Bataafse Republiek kwam het bestuur van het restant (Java) van de Indische kolonie onder het bewind van de "Raad der Aziatische Bezittingen". Die werd in 1806 vervangen door het Ministerie van Koloniën met aan het hoofd gouveneur-generaal G.G. Daendels. 

Daendels begon zijn werkzaamheden met het formeren van een leger, met name bestaande uit inlanders, voornamelijk Madurezen. Deze gevechtseenheid (bstaande uit 20.000 man) vulde hij nog verder aan. Daarnaast startte hij met de bouw van kruitmolens, magazijnen en kustbatterijen en liet De Grote Postweg aanleggen. 

In de eerste weken van 1811 begonnen de Engelsen met de aanval op Java, waarop Daendels Meester Cornelis tot een geducht fort om liet bouwen. Op dit cruciale moment werd hij echter het slachtoffer van een lastercampagne, door Napoleon teruggeroepen en vervangen door generaal J.W. Janssen. 

Verovering van Java door de Engelsen

Intussen verschenen de Engelsen in augustus 1811 met een enorme vloot, bestaande uit 28 oorlogbodems, voor Batavia. De Opperbevelhebber der Strijdkrachten, de Franse generaal Jumel, voerde geen enkele actie uit die de landing zou kunnen beletten. Zelfs toen de Engelsen oprukten naar Meester Cornelis bleef hij passief afwachten. Al heel snel was dan ook het gehele noorderfront in Engelse handen. 

Toen gouverneur-generaal Janssen zag dat de infanterie volledig werkloos bleef gaf hij bevel tot de terugtocht. De vluchtende troepen veroorzaakten een enorme paniek, waarbij de Engelsen 5.000 krijgsgevangenen wisten te maken. Janssens sloeg een eervolle capitulatie af en reisde naar Semarang. Door verraad wisten de Engelsen ook deze linie te veroveren en volgde alsnog de capitulatie, waardoor Java een Engelse bezitting werd. 

Het Koninklijk Nederlands-Indische Leger

Nadat in 1814 de Londense Conventie Nederland weer in het bezit van haar Oost-Indische gebieden had gesteld ontwierp een Militaire Commissie de organisatie voor een Oost-Indisch leger.  De manschappen hiervoor dienden uit Nederland gezonden te worden. ZM Stoomschip Celebes in gevecht Pas aan het begin van het jaar 1816 arriveerde een deel, 1.727 manschappen, te Batavia. Die was hard nodig want op diverse plaatsen in de archipel dreigden opstanden.  

Al in 1817 moesten twee expedities naar het opstandige Saparoea worden gezonden. Meerdere gebiedsdelen vereisten militair ingrijpen, zoals Boni (Celebes), de Westkust van Borneo en natuurlijk Java en Sumatra. De agressie was zowel tegen de Nederlandse kolonisator maar ook vaak tegen de eigen vorsten en hoofden gericht, die de eigen bevolking onderdrukten. 

Natuurlijk werd de oorspronkelijke troepenmacht in de loop der jaren steeds uitgebreid, met name tijdens de Java-oorlog. In deze periode ging men uit van het cultuurstelsel, dat bestond uit overeenkomsten met de bevolking om een deel van haar bouwgronden (rijst) ten behoeve van de teelt van voor de Europese markt geschikte producten af te staan. In 1833 kreeg het Indische leger, dat alle opstanden diende te onderdrukken, het predikaat Koninklijk. 

Dit Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zou het, in de jaren die daarop volgden, nog zwaar te verantwoorden krijgen. Zo nam het deel aan meerdere expedities naar de Westkust van Sumatravier expedities naar Bali, meerdere expedities naar Borneo en Boni en natuurlijk de beruchte Atjeh-oorlog en de Lombok-expeditie

Donkere wolken aan de horizon

Aan het begin van de twintigste eeuw vonden nog enige kleine expedities plaats naar onder meer Celebes, Borneo, Bali en onderdrukte het Indische leger een communistische opstand op Java. Mannen als Van Heutsz, Van Daalen en Swart wisten het schijngezag, dat in vele streken bestond, te vervangen door een schijnbaar werkelijk krachtig en rechtstreeks bewind.

Het Koninklijk Nederlands-Indische Leger verwierf  in de loop der tijd vele blijken van Koninklijke waardering. KMA 274

Een groot aantal manschappen werd vereerd met de Militaire Willemsorde, Eresabels en Eervolle Vermeldingen. Drie korpsen verwierven eveneens de Militaire Willemsorde, namelijk het Derde Bataljon Infanterie, het Zevende Bataljon Infanterie en het Korps Marechaussee (Atjeh). 

Intussen begon het koloniale gedachtengoed terrein te verliezen en doemde daarnaaast het gevaar van een inval van een goed bewapende buitenlandse vijand op. Daartoe was het Indische leger nauwelijks uitgerust.

Men ging er gemakshalve van uit dat men in dat geval vroeg of laat steun van andere mogendheden zou krijgen. Aldus bleef men, zoals men in de eeuw daarvoor ook al deed, het mes der bezuinigingen steeds dieper in het Indische leger steken. 

Begin van het einde

Aangezien de politiek de dreiging van Japan niet wilde zien of onderschatte miste men de wapenwedloop die was ontstaan. Toen Japan uiteindelijk als potentiële vijand werd onderkend stond men aldus voor het voldongen feit dat bestelde wapens, waaronder duikbommenwerpers, niet geleverd konden worden en aldus met lege handen. 10974665 595029847265345 3764980496204216963 o

Met de val van het moederland hield ook de aanvulling van Europese beroepsmilitairen op. Talloze officieren die in Nederland waren gedetacheerd konden niet naar hun thuisbasis terugkeren, waardoor een gebrek aan kader optrad.

Een ongeluk komt zelden alleen: in deze periode, waarin uit alle hoeken gevaar dreigde, overleed de commandant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, generaal Berenschot, tijdens een al dan niet gesaboteerd vliegtuigongeluk

De regering verklaarde op 8 december 1941 de oorlog aan Japan. Voorbereid op een dergelijke tegenstander was het KNIL echter niet. Zelfs de vanaf 1936 aangeschafte Glenn Martins (middelbare bommenwerpers) waren onvoldoende. 

Aldus leidde een zwakke politieke leiding tot een niet weerbaar leger, dat binnen enkele weken onder de voet kon worden gelopen door een buitenlandse vijand, waardoor de Indische archipel, ruim een eeuw bewaakt door het trouwe Indische leger, voor Nederland voorgoed verloren ging. Het Koninklijk Nederlands-Indische leger werd uiteindelijk in juli 1950 roemloos opgeheven. 


 

f t