Hr  Ms  Van Galen (1941)


Inleiding

Arthur Ernst Lodewijk Roskott (Medan, 30 juni 1919, vermoord te Garoga Pangaribuan op 10 juni 1949) werd in april 1932, na een geslaagd examen, toegelaten tot de eerste klas van het Bataviaasch Lyceum. Hij slaagde echter in juli 1938 voor zijn eindexamen HBS op TObameerde HBS gelegen in de Raamstraat te Utrecht. Hij ging vervolgens Indische Recht aan de Universiteit van Leiden studeren, terwijl hij in Den Haag ging wonen. 

Roskott behaalde  in september 1941 zijn kandidaatsexamen maar mede door de oorlog gelukte het hem pas om in maart 1946 voor zijn doctoraalexamen te slagen. Na de oorlog vestigde Roskott zich als jurist in Indië en daarnaast was hij actief bij het Departement der Marine te Batavia, waar hij,  in de rang van luitenant ter zee tweede klasse, tewerk gesteld was.

Luitenant ter zee derde klasse Pieter Jan Oosterbaan (Hilversum, 17 maart 1915, vermoord te Garoga Pangaribuan op 10 juni 1949)  volgde het Koninklijk Instituut voor de Marine en was, evenals zijn collega Roskott, werkzaam bij het Department der Marine te Batavia.

 De ontvoering

Beide officeren waren geplaatst op het Departement van Marine te Batavia, toen zij in mei 1949 toestemming kregen om met de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen naar Belawan te reizen voor een zogenaamd binTwee Marineofficieren doodnenlands verlof. Eenmaal op Sumatra aangekomen vertrokken zij op 3 mei naar het Tobameer. Aan het einde van die dag keerden zij niet terug van een wandeling bij het verlofscentrum Prapat en nadien werd niets meer van hen vernomen.

De regering deed verschillende pogingen om in contact met de ontvoerders te komen maar tevergeefs. Er waren aanwijzingen dat beide ontvoerde officieren zich op het eiland Samosir in het Tobameer zouden bevinden maar onderzoekingen liepen op niets uit.

Zoektocht door het Nederlandse leger

Onder leiding van een kapitein en twee sergeanten, waaronder Peter Holsbergen, werd een zoektocht georgZoekgebiedaniseerd naar de zeeofficieren en de daders van deze daad. De tocht, door ruig gebied, duurde een aantal dagen, gedurende welke niet of nauwelijks gerust werd.

Gedurende deze patrouille vond de bevoorrading via vliegtuigjes plaats. De manschappen kwamen zo dicht bij de ontvoerders dat in een van hun bivakken de bedden van de daders nog warm waren.

Indertijd waren in de omgeving van het Toba-meer diverse bendes actief. Weliswaar werd een der commandanten gearresteerd maar de zeeofficieren werden nooit meer levend gezien of dood teruggevonden.

Moord op twee zeeofficieren

Pas in november werd door TNI overste Kawilarang aan generaal P. Scholten, troepen en territoriaal commandant van Sumatra's Oostkust, verklaard dat beide officieren hadden getracht uit het gevangenenkamp te ontvluchten en hierbij zouden zijn doodgeschoten. Beide lichamen zouden vervolgens in de Soengai Bila zijn geworpen.

Het verzoek van generaal Scholten tot uitleveringen van de stoffelijke overschotten van beide Marineofficieren werd geweigerd. Eerder ondernomen pogingen om de dan nog in leven zijnde officieren met de TNI uit te wisselen tegen twee republikeinse strijders, die op dat moment met de Nederlanders samenwerkten, werden door de Nederlandse regering geweigerd, met desastreuze gevolgen.

Ten slotte

De lichamen van Roskott en Oosterbaan zijn nooit teruggevonden. Op de Marinegedenkplaat te Kembang Koening staan beide namen vermeld.

Zie ook


Bronvermelding

  • 1932. Het toelatingsexamen. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 26 april 1932 
  • 1938. Geslaagden. In Utrechts Volksblad, 1 juli 1938
  • 1941. Examens. In: Rotterdams Nieuwsblad, 12 september 1941
  • 1946. Examens. In: De Tijd, 1 april 1946.
  • 1949. Twee Marineofficieren ontvoerd. In: De Heerenveensche Koerier, 11 mei 1949  
  • 1949. Twee Marineofficieren doodgeschoten. Volgens TNI overste bij poging tot ontvluchten. In: De Vrije Pers, 31 oktober 1949
  • 1949. Ontvoerde Marineofficieren gedood. In: Het Nieuwsblad voor Sumatra, 4 november 1949

[ Terug ]

 

f t