P1350696


Zie ook deze website van Guus Kroon voor een artikel over de patrouille Teeken. Dit artikel is gebaseerd op het boek van W. Hornman. De Patrouille Teeken. Westfriesland, Hoorn. 1996. 


Inleiding

Route van de patrouille

Start van de patrouille

Voorbereidingen van de vijand

De hinderlaag

De strijd en gevangenname

Reactie op het verdwijnen van de patrouille Teeken

Zoektocht naar de patrouille Teeken

Nasleep van de moord op en gevangen name van leden van de patrouille Teeken


Inleiding

De patrouille Teeken werd in juli 1949 door een overmacht aan tegenstanders vernietigd. Er vielen vijf doden, twee zwaargewonden, waarvan één overleed in krijgsgevangenschap, en twee lichtgewonden. De zes overlevenden keerden na drie maanden krijgsgevangenschap, door bemiddeling van de V.N., naar de eigen troepen terug. 

Marinier eerste luitenant Leen Teeken en zijn troep, bestaande uit elf man en een informant, vertrokken op 23 juli 1949 's ochtends om half zeven 's ochtends op patrouille. Door verraad was eerste luitenant Tentara Nasional Indonesia (TNI) Teko Notosubroto, commandant derde compagnie van het zestiende bataljon van de Ronggolawe Brigade, op de hoogte van de tocht en legde een hinderlaag. Teeken en zijn manschappen werden door zijn soldaten en enkele honderden kampongbewoners overvallen. 

Deelnemers aan de patrouille Teeken waren:

  • Leendert Marinus (Leen) Teeken (Kampen, 14 november 1926 - Prambon Wetan, 23 juli 1949), eerste luitenant der Mariniers, 22 jaar. Commandant van de rimboepost Rengel en patrouillecommandant - gesneuveld;1428149690
  • Hendrik Bosma (Amsterdam, 30 januari 1929 - Prambon Wetan, 23 juli 1949), korporaal der Mariniers - gesneuveld;
  • Frans Johannes Cordes, korporaal der Mariniers - overleden aan zijn verwondingen;
  • Hendrik Roepers (Den Haag, 22 februari 1928 -  Prambon Wetan, 23 juli 1949, korporaal der Mariniers - gesneuveld;
  • N. van Dijk, Marinier der eerste klasse;
  • B.W. (Ben) Reurling, Marinier der eerste klasse, Marinier der tweede klasse;
  • A. van Ravenstein, Marinier der tweede klasse;
  • Coenraad Roelof van Straten (Deventer, 16 maart 1928 - Prambon Wetan, 23 juli 1949), Marinier der tweede klasse - gesneuveld
  • Th. (Theunis) de Boer, Marinier der derde klasse, A.G.;
  • J. Podt, Marinier der derde klasse;
  • Johan Keetelaar, Marinier;
  • Chinese informant Teng Tjink Tik.

De bewapening bestond uit twee BAR'S, vier M-1-geweren en vijf M-1-karabijnen. 

Route van de patrouille

Op 23 juli 1949 om 6.30 uur 's ochtends vertrok de patrouille Teeken vanuit Rengel, een buitenpost en kleine plaats ten noorden van de kali Solo, in oostwaartse richting. Dit gebied stond bekend als anti-Nederlands en de bewoners waren T.N.I.-aanhangers. Het was bekend dat de Indonesische luitenant Teko Notodubroto meermalen in de streek was gesignaleerd en dat legereenheden van de T.N.I. er permanent actief waren.  

Het doel van de patrouille bleek een verkenningstocht in genoemde omgeving. De route liep als volgt: men zou te voet gedurende een uur de dijk van de kali Solo volgen en dan naar het zuiden afbuigen om een paar kampongs te doorzoeken. Van hier was het plan naar Kasemben te wandelen, waar de patrouille met een truck zou worden opgehaald en teruggebracht naar Rengel. 

Start van de patrouille

De leden van de patrouille verzamelden zich in de vroege ochtend van 23 juli 1949 bij het onderkomen van luitenant Teeken. Aan het begin van de tocht leek alles rustig en de sawah's verlaten. Voorop ging 58372834 2123145281054881 9179107494016843776 n de A.G-groep onder leiding van korporaal Roepers en de Mariniers Van Dijk, Van Ravestein en Keetelaar.

Van Dijk was bewapend met een BAR. Achter de spitsgroep van Roepers liepen korporaal Bosma, luitenant Teeken en twee karabijnschutters. De achterhoede werd gevormd door korporaal Cordes en Marinier der derde klasse De Boer. 

De troep volgde gedurende enige tijd de dijk van de kali Solo over een slecht onderhouden weg, die omzoomd werd door kapokbomen. Slechts Reurling kreeg een onaangenaam gevoel door de totale stilte die in het gebied heerste. 

Het plan van Teeken was de kampongs Karuman, Bebara en Prambon Wetan te doorzoeken en dan over de grote weg naar de dorpjes Kopoan Wetan en Kasemben te trekken.

Van hier zou men per truck terugkeren naar Rengel. Dicht bij Karuman gaf luitenant Teeken Van Dijk opdracht de kop van de patrouille, die zuidwaarts een kampong insloeg, te dekken. Hier zag men slechts een oude Indonesiër, waarna de manschappen terugkeerden naar de dijk. 

Voorbereidingen van de vijand

Luitenant Teko Notosubroto vernam een kwartier nadat de patrouille Teeken vertrokken was uit Rengel dat deze mannen in aantocht waren. "De Nederlandse militairen trekken langs de dijk van de kali Solo rechtstreeks naar Prambon Wetan. bosmah2005 De patrouille bestaat uit tien man, waarvan twee bewapend zijn met een BAR".  

T.N.I.-sergeant Sujiman gaf opdracht het dorp volledig te ontruimen en met bamboe doeri af te sluiten. Hij waarschuwde vervolgens luitenant Teko, die de staf bijeen riep. Noorcayo kreeg opdracht de looproute van de patrouille Teeken aan de westkant te barricaderen. Supandi deed hetzelfde ten aanzien van de oost- en noordkant van kampong Prambon Wetan.

In het noorden had hij Supandi en zijn mensen geplaatst, aan de westzijde Noorcayo en in het zuidwesten Safii en Sutadi, allen omringd door jongeren met slagwapens. In het zuiden vormde de Solo-rivier een natuurlijke grens. 

Daarnaast liet Sujiman het bevel uitgaan aan alle mannen uit het dorp zich te bewapenen om tot de Bersiap-aanval over te gaan. Alle kampongs ten westen van Prambon Wetan moesten er uitgestorven uitzien, zodat de patrouille zou denken dat er geen gevaar te duchten viel. Sujiman wist heel goed wat hij deed want "Merdeka" was hem tijdens de bezetting door de Japanners goed onderwezen.  

De hinderlaag

Reurling naderde voorzichtig Prambon Wetan en zag de met bamboe doeri afgesloten bruggetjes achter de sloot van de kampong. De stilte die heerste zette al zijn zenuwen op scherp. Plotseling werd er van rechts en van voren op hem geschoten. Reurling dook in de sloot, waar stratenvan cr2005de bomen op de kant hem dekking boden. De patrouille liep nu voor hem uit de kampong in. 

Na tien minuten kwam de patrouille weer de dijk op om de weg noordwaarts te vervolgen. De manschappen doorzochten een verlaten kampong maar vonden niets bijzonders. Eenmaal terug op de weg volgden schoten, waarop de patrouille zich splitste. Reurling bespeurde twintig Indonesiërs, gewapend met bamboesperen, waarop Bosma op hen schoot en een aantal raakte.

De tolk, Tjeng Tjink Tik, knielde achter een boom en Reurling zag dat hij gewapend was met een 38-revolver. Het licht automatische geweer- en karabijnvuur van de vijand kwam uit oostelijke en zuidelijke richting. Reurling dook in een greppel en hoorde, toen het vuren even ophield, korporaal Cordes tegen luitenant Teeken zeggen: "Luitenant, we kunnen niet verder". Hierop antwoordde de luitenant "goed, geef dan maar door dat we terugtrekken."

Kruipend door de sloot ontving Reurling ineens uit westelijke richting mitrailleurvuur, afkomstig van een Japans dubbelloopse vliegtuigmitrailleur. Dit betekende dat de patrouille niet verder achteruit kon en dus de sawah in moest trekken, waarbij Reurling voor dekking diende te zorgen.

Reurling rende de sawah in tot hij korporaal Bosma zwaargewond in de berm zag liggen. Deze smeekte hem dood te schieten voor de vijand ergere zaken zou gaan doen. Het bleek niet nodig want Bosma blies kort daarop zijn laatste adem uit. 

De strijd en gevangenname

Ondanks dat zijn BAR weigerde wist Reurling toch nog korporaal Roepers en luitenant Teeken te bereiken. Omringd door een massa Indonesiërs en met een schot in zijn been vroeg hij Teeken zich over te geven.57623764 2123145157721560 4740698804410384384 o "Ik denk er niet aan, mij krijgen ze niet levend te pakken" was diens antwoord.

Korporaal Roepers trok een pin uit zijn handgranaat om die tussen de vijand te gooien. Hij werd echter op hetzelfde moment getroffen door een kogel, zodat hij geen macht meer over zijn hand, met daarin de ontploffende granaat, had. De explosie veroorzaakte de dood van zowel Roepers als marinier Van Straten. 

Op datzelfde moment werd Reurling aangevallen door een T.N.I.-soldaat die hem met zijn bajonet trachtte te doorsteken.

Hij werd echter tegengehouden door een Indonesische luitenant, die schreeuwde: "Ophouden met schieten. De nog levende Nederlanders worden door ons gevangen genomen."

Reurling zag zich nu verenigd met korporaal Cordes, Keetelaar en Van Dijk. Teeken was nergens te bekennen. Korporaal Cordes zou later in gevangenschap sterven aan de gevolgen van een schot in zijn achterwerk, een granaatscherf door zijn slaap en malaria. 

Reactie op het verdwijnen van de patrouille Teeken

T.N.I. soldaten dwongen Reurling, Van Dijk, Keetelaar, Ravestein en korporaal Cordes in de richting van de grote weg te lopen en naar een bruggetje bij de kampong te marcheren. Daar werden zij in prauwen de Solo overgezet en in een image006 0018kamponghuis opgesloten om verhoord te worden.

De Mariniers Podt en De Boer zaten bij de gewonde Reurling en Cordes. Ravestein, Keetelaar en Van Dijk werden apart opgesloten. Cordes schreef nog een briefje aan de postcommandant in Rengel, voordat de manschappen in verschillende richtingen werden weggevoerd. 

Om 12 uuur arriveerde de truck, die de patrouille zou ophalen, bij Kasemben. Naarmate de tijd verstreek en de manschappen niet op kwamen dagen werd sergeant-majoor Enkelaar steeds meer ongerust.

Na een uur besloot hij naar Plumpang te rijden. Als daar niemand van de patrouille aanwezig was zou hij zo snel mogelijk naar Rengel terugkeren en de beslissing overlaten aan de plaatsvervangend postcommandant Van der Lubbe. 

Om tien minuten over half zes in de namiddag vertrok, onder commando van Van der Lubbe, een patrouille om de verdwenen manschappen te zoeken. Van der Lubbe ontdekte een zwaargewonde tolk, die hij uithoorde. Toen vernam hij dat omstreeks twaalf uur een vuurgevecht nabij Prambon had plaatsgevonden, waarbij vier Nederlandse soldaten door de T.N.I. waren overmeesterd en afgevoerd naar Parengan. 

Midden in de nacht was Rengel in rep en roer. Zowel kapitein Meerdink van de BN3-sectie als overste Rikkers bemoeiden zich met deze ernstige zaak. Men besloot het zware mortierpeloton van luitenant Hühnholz en een infanteriepeloton in te zetten om naar eventuele overlevenden van de patrouille Teeken te zoeken. Daarbij zouden zestien kampongs grondig doorzocht worden. 

Zoektocht naar de patrouille Teeken

Bij Kuruman werd de eerste ontdekking gedaan: karabijnhulzen en een binnenhelm, tekenen dat hier een gevecht had plaatsgevonden. Nadat dit de enige vondst bleek keerde de patrouille terug naar Rengel. Bij ondervraging van de tolk image002 0011vernam Van der Lubbe dat er zes doden bij de Nederlandse militairen zouden zijn gevallen en dat de rest over kali Solo was afgevoerd. 

Bill Hühnholz, commandant van het zware mortierenpeloton, aangevuld met een infanteriepeloton met lichte wapens, in totaal zestig man, bereikte 's avonds Rengel.

Deze macht rukte de volgende ochtend om zes uur uit. Als eerste besloot Hühnholz Parengan te bezoeken, omdat het vermoeden bestond dat daar de gevangenen te vinden waren. Na een zwaar gevecht werd deze kampong veroverd en besloot Hünholz hier zijn basis te vestigen. 

T.N.I-Operatieofficier van de Rongolaweh in het gebied, Tambunan, die eerder tegen de Japanners had gevochten maar later naar de T.N.I. was overgegaan, vertelde Hühnholz later meer over de gevangenen. Intussen was luitenant Teeken vervangen door eerste luitenant der Mariniers C. van Lookeren Campagne, die Teeken goed gekend had. 

Op 26 juli 1949 kregen Marinier Adriaan Schoen en zijn chauffeur Kamerman opdracht in de ambulance naar de grote brug bij Babat te rijden omdat bij de sluizen lijken waren aangespoeld. Ze telden er vier, die van Teeken, de korporaals Bosma en Roepers en Marinier der eerste klasse C.R. van Straten.

De lichamen werden meegenomen naar een veldhospitaal in Babat, waar de soldaten aan de hand van hun gebit geïdentificeerd werden. 

Nasleep van de moord op en ontvoering van leden van de patrouille Teeken

De gevangen genomen militairen kregen na verloop van tijd order zich gereed te maken tot vertrek en richting Jatirogo te lopen. Daar werden ze opgewacht door VN-jeeps en ingeladen. De wagen reed de voormalige krijgsgevangenen terug naar Bojnegoro, waar ze werden ontvangen door majoor Roos. 

Hierna voerde men hen af naar Soerabaja, waar ze geplaatst werden in de onderofficiersverblijven van de Gubangkazerne. Hier hoorden zij voor het eerst wat er er met de rest van de patrouille was gebeurd. En wat er nu zou geschieden: "Jullie moeten worden gekeurd en verhoord. Ze willen eindelijk wel eens weten hoe jullie zo stom waren in eeen hinderlaag te lopen van inferieur bewapende T.N.I.'ers.

Niet lang hierna vertrokken de voormalige krijgsgevangenen naar Nederland. Eens per jaar kwamen ze bijeen en dan vroegen ze: "Weet jij nog?" En dat deden ze want de herinneringen weigerden te sterven. Die bleven haarscherp in hun geheugen, zoals de grafstenen van luitenant Teeken en van de korporaals Bosma, Cordes en Roepers en de Marinier Van Straten. Hun namen staan op grafstenen op de begraafplaats der Mariniers Kembang Koening in Soerabaja vermeld. 


 

f t