Zijlmans A


Opleidng en beginjaren
Adriaan Zijlmans (Segli, 19 mei 1914 - Wassenaar, 8 augustus 1992) was afkomstig uit een militaire familie. Zijn vader was een gepensioneerd kapitein, majoor titulair, van de militaire administratie van het KNIL.  Hij werkte later als militair commissaris van het Nederlandse Rode Kruis in Den Haag.  Kerkhofpoort te Kota Radja Peutjoet
 
Zijlmans junior volgde de HBS en kwam in de zomer van 1932 in aamerking voor toelating, in de rang van cadet infanterie, bestemd voor het KNIL, aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda.
 
Dat was echter pas na een zogenaamd "rangschikkingsonderzoek", dat hij dus met succes had afgerond. Zijlmans werd na voltooiing van zijn opleiding aan de KMA op 4 augustus 1935 benoemd tot tweede luitenant.
 
Hij reisde vervolgens op 18 december 1935 met zijn echtgenote per m.s. Dempo, een dubbelschroef mailmotorschip, naar Tandjong Priok. Onder zijn commando stond een detachement aanvullingstroepen van de Koloniale Reserve. 
 
Toen Zijlmans op 15 januari 1936 te Batavia aankwam deelde men hem in bij het XIVde bataljon, gelegerd te Buitenzorg. Medio december 1937 vond zijn overplaatsing naar de troepenmacht van Atjeh en Onderhorigheden plaats, waar hij te Segli werd gelegerd.  Aldaar vond Zijlmans' bevordering tot eerste luitenant op 4 augustus 1938 plaats. 
 
Toen gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer Atjeh in maart 1940 bezocht vormde Zijlmans met anderen te Bakongan het welkomscomité. De gouverneur-generaal bekeek met ziijn gezelschap onder meer het militaire kerkhof (Peutjoet) en een oud Atjehs fort te Troemon. 
 
Strijd met de Japanners en Atjehers 
Zijlmans werd in 1941 te Atjeh overgeplaatst bij het Korps Marechaussee te voet, gelegerd in Koeala Bhee. Zijn functie was die van commandant van een detachement van vier brigades.  In september deed hij met goed gevolg  examen in de Atjehse taal. De examencommissie werd geleid door kolonel der infanterie te Kota Radja G.F.V. Gosenson.  
 
Zijlmans was, naast zijn militaire functie, als schakelofficier belast met het civiele bestuur. Deze taak was hem mede opgedragen door zijn kennis van de Atjehse taal en cultuur. Het aantal eenheden op Sumatra was al vanaf 8 december 1941, dus na de oorlogsverklaring van Japan, sterk teruggebracht ten gunste van versterking op Java.
 
Op 15 februari 1942 viel Malakka en trokken de Japanners door naar Palembang en Java. Op Noord-Sumatra was nog niet veel aan de hand, op enkele bombardementen na. De 23ste  februari echter werd een controleur te Selimoen vermoord, opmaat tot een algehele opstand te Atjeh. 
 
De lange tocht met vrouwen en kinderen
Het leger te Java capituleerde voor de Japanse overmacht op 8 maart 1942, waarop vrijwel direct de inval in Sumatra volgde. Vrouwen en kinderen van inheemse militairen waren reeds verzameld aan de westkust van Sumatra. Maar door de gewijzigde situatie ten gevolge van de inval van Japan en de algemene opstand te Atjeh werd het belangrijk deze kwetsbare groep in veiligheid te brengen. Interneringslager Alas vallei Sumatra
 
Tijdens een officiersraad, op 15 maart 1942 gehouden, vormde men een aantal doelen. Die waren: zo veel en lang mogelijk de Japanse troepen bezighouden, alle vrouwen en kinderen in zuidelijke richting tot buiten Atjeh voeren en hen uiteindelijk naar Groot-Singkel brengen.
 
De allerbelangrijkste taak echter was de start van een guerrilla, om de vijand zo veel mogelijk afbreuk te doen
 
Zijlmans, dan commandant van de tweede divisie Marechaussees, kreeg opdracht 3.000 vrouwen en kinderen, voor het grootste gedeelte van inheemse militairen van de Westkust van Sumatra, uit dit gebied te evacueren. Onder deze mensen  bevonden zich echter ook burgers die in plantages werkzaam waren geweest.
 
Zij werden in 15 vrachtwagens en enkele personenauto’s geplaatst en verder getransporteerd. In de maanden februari en maart 1942 nam deze opdracht Zijlmans tijd volledig in beslag. Zijn werkzaamheden waren zeker niet gemakkelijk want meerdere malen werd de troep aangevallen door Atjehse benden. Op 19 maart 1942 bijvoorbeeld gelukte het hem een grote troep guerillastrijders uit elkaar te slaan bij Tapa Toean. 
 
Al met al bleek het een zware en moeilijke tocht. Maar het doel werd bereikt en de vrouwen en kinderen kwamen uiteindelijk terecht bij een onderneming in Groot Singkel.
 
Op 29 maart capituleerden de troepen van het Indische leger op Sumatra maar het verzet werd nog niet geheel gestaakt. Zijlmans echter belandde nu in krijgsgevangenschap, die duurde  tot het einde van de bezetting, waarna hij zijn militaire loopbaan kon hervatten.
 
Inwijding van 500 politiemensen te Ambawara
Op 1 maart 1946 vond te Ambawara de formele overgave van het eerste contingent van de gecentraliseerde opleiding voor politierecruten van de militaire autoriteiten aan het Binnenlandse Bestuur plaats. 
 
Onder de autoriteiten bevond zich onder meer brigade-commandant D.R.A. van Langen. Na de ceremonie werd drie keer hoera! geroepen. Dat was respectievelijk voor H.M. de Koningin, voor Nederland en voor Indonesia Serikat. Het defilé werd geleid door de in de tussentijd tot ondercommandant van de opleiding benoemde Zijlmans.  Inmiddels,  op 3 mei 1946, bevorderd tot kapitein, werd  hij met ingang van 20 juni 1946 benoemd tot commissaris tot het houden van gerechtelijke vooronderzoeken.  
 
Militaire Willemsorde
Zijlmans ontving  op 21 augustus 1948 uit handen van generaal Spoor te Semarang de Militaire Willems-Orde voor zijn werkzaamheden te Atjeh in 1942. Overste Borghouts, Ridder Militaire Willemsorde, diende de ridderslag toe. Eedaflegging door Zijlmans
 
Andere mannen die tijdens diezelfde plechtigheid met deze ridderorde vereerd werden waren generaal-majoor J.K. Meyer en reserve-eerste luitenant K. Bavinck. Gouverneur-generaal Huib van Mook, die door ziekte niet in staat was geweest de plechtigheid in persoon bij te wonen, schreef over Zijlmans:
 
"Ook de zeer bijzondere daden van kapitein A. ZIjlmans, te Atjeh verricht, bestempelen hem een waardige Ridder der Militaire Willemsorde. En het is mij een genoegen dat de erkenning  van deze daden  aldus heeft plaatsgevonden. Generaal Spoor feliciteert kapitein Zijlmans
 
Ik twijfel niet of deze officier zal ook verder een sieraad blijven van het leger.`
 
Generaal Spoor zei onder meer  "Dat kapitein Zijlmans zes jaar geleden in Atjeh reeds getoond had te begrijpen dat de taak van de soldaat verder gaat dan alleen het werk te velde."  Zijlmans was ooit een oud-leerling van Spoor geweest. 
 
Onder de toeschouwers bevonden zich onder meer generaal H.J.J.W.  Dürst Britt, territoriaal ondercommandant, kolonel D.R.A. van Langen en zeer veel andere hooggeplaatste officieren.  
 
Op 5 mei mei 1949 commandeerde Zijlmans,  in zijn functie als paradecommandant,  de Barisan Pengawal Madura. Dat was tijdens de ceremonie op de dag dat het korps precies een jaar bestond. 
 
Men had namelijk de Barisans van Madura toen verenigd tot het korps Barisan Pengawal Madura,  waarvan een deel onder commando stond van Zijlmans. In oktober 1949 commandeerde hij onder meer vijf pelotons Madoerezen tijdens een plechtige ceremonie, waarbij een onderluitenant van het KNIL, J.C. van Hall, de Eremedaille in goud  uitgereikt kreeg. 
 
Latere leven 
Zijlmans werd op 16 augustus 1952 benoemd tot majoor en  aangesteld als kazerne-commandant van de kolonel Palmkazerne in Bussum. Hij was  dit nog steeds toen in november 1957 een brandende Super Sabre van het 32ste Amerikaanse Suadron, gelegerd op Vliegbasis Soesterberg, tussen de gebouwen van de Palmkazerne neerstortte. Zijlmans in 1960Dit ongeluk leverde vijf doden en veertien gewonden op.  Overlijdensadvertentie
 
De legerleiding bevorderde Zijlmans op 21 april 1958 tot luitenant-kolonel bij het hoofdkwartier in Den Haag. In deze rang schreef hij in 1959 in een ingezonde brief in de Telegraaf over het Nationaal Monument:
 
"Zij die als  ware helden voor het Vaderland zijn gestorven hebben er recht op dat de menigte bij hun graftombe komt bidden" (naar een gedicht van Hugo Claus). 
 
Later, in 1961, schreef hij over het zelfbeschikkingsrecht der Papoea's in dezelfde krant: "In feite komen we dus met iets aandragen dat er altijd is geweest. Behalve dan de vlag en het volkslied.". 
 
Op 28 februari 1963 verkreeg Zijlmans eervol ontslag uit de dienst. Hij bezat naast de Militaire Willemsorde  onder meer het Oorlogsherinneringskruis met twee gespen en het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXV. Zijlmans overleed in de leeftijd van 78 jaar en werd gecremeerd te Loosduinen. 
 
f t