w. Pluygers


Familie

Willem Pluygers (Rotterdam, 21 april 1914 - juli, 2015) was de zoon van een Rotterdams zakenman. Deze was een vriend van Henricus Nijgh (1873-1948), eigenaar en uitgever van de Nieuwe Rotterdamse Courant. Henricus Nijgh was zelf een kleinzoon van Henricus Nijgh (1815-1895), de oprichter van de Nieuwe Rotterdamse Courant. Hij was een neef (oomzegger) van kapitein-ter-zee Henricus Nijgh (1845-1917), die in 1873-1874 deelnam aan de Atjeh-oorlog, en wiens reisjournaal in 2010 door de Walburgpers werd heruitgegeven.

Vroege loopbaan

Pluygers volgde de HBS aan het Rotterdams Lyceum (tot 1932) en begon toen op aanraden van zijn vader en Henricus Nijgh aan een  internationale grafische -en uitgeversopleiding in Leipzig.  Halverwege de jaren dertig keerde hij terug naar Nederland en vertrok vervolgens naar Londen,  waaFoto gijs kolff par hij zich in Fleet Street verdiepte in kleurendruktechnieken en de wereld der krantenuitgifte. In 1936 reisde hij terug naar Rotterdam, waar hij een functie aanvaardde bij de Nieuwe Rotterdamse Courant.

Op 4 december 1937 trouwde hij te Wassenaar met T.J. Lanné en vestigde zich aan de Statensingel 15 te Rotterdam. In deze jaren volgde Pluygers een grafische cursus bij drukkerij SCIP in Lille en de opleiding tot reserve-officier der infanterie te Breda. Na de mobilisatie werd hij bij de Nieuwe Rotterdamse Courant bevorderd tot bedrijfleider (1940). Tijdens de Tweede Oorlog was Pluygers gedurende enige tijd waarnemend directeur van de Dordrechtse Courant. 

Pluygers moest in 1944 onder druk van de Duitse bezetter onderduiken. In februari 1945 werd een Voorlopig Centraal Bestuur voor het Bevrijde Gebied van het Nederlandse Rode Kruis, in overleg met het Militair Gezag  en het Ministerie van Oorlog in Londen, opgesteld.  

Tot verbindingsofficier van het Militaire Gezag voor Sociaal Werk werd jonkheer Ir. R.E. Laman Trip, en tot secretaris Pluygers, benoemd.  Hun standplaats was Eindhoven. Eerder was  Pluygers al actief geweest als verbindingsofficier voor de British 2nd Army. Samen met Jan Versnel richtte hij in 1946 het Algemeen Dagblad op.

Politionele Acties

Na de capitulatie van Duitsland werd Pluygers bij de Nieuwe Rotterdamse Courant benoemd tot waarnemend directeur maar al snel daarop (najaar 1946) opgeroepen voor de dienst in  Nederlands-Indië. Aldaar werd hij in de rang van reserveofficier als bataljonscommandant aangesteld bij het 3-7 RI in Semarang. Pluygers werd bij Koninklijk Besluit van 4 oktober 1949 nummer 64, in de rang van tijdelijk reserve-kapitein, begiftigd met het Bronzen Kruis.

Dat was voor zijn verrichtingen op 3 september 1948, toen hij tijdens een actie tegen terroristische bendes bij de kampong Bodjongsari op Midden-Java met een peloton van slechts 33 man op onverschrokken en doortastende wijze een numeriek veel sterkere en goed bewapende vijandelijke bende ter sterkte van omstreeks 100 man wist aan te vallen en grote verliezen toe te brengeAfscheidstoespraak Pluygersn. Een belangrijk depot met wapens, munitie en documenten viel vervolgens in zijn handen.

Pluygers werd bevorderd tot reserve-majoor en nam met ingang van 2 augustus 1949  het commando over 3-7 RI over van luitenant-kolonel C.M. Schilperoord.  In deze rang en functie sprak hij zijn manschappen tijdens de laatste vlaggenparade voor de overdracht toe. Hij haalde de bewogen drie jaar aan die het 3-7 RI op Java had doorgebracht en verdeelde de periode in vier duidelijk te onderscheiden tijdvakken.

Daarnaast sprak hij woorden van zeer grote waardering uit voor de verrichtingen van de aan 3-7RI toegevoegde onderdelen en diensten, met name tot de pelotons 6 VEW en 6 PAW, L.T.D,  7e Hupva, 4-11 RI, de KNIL-militairen die gedurende bijna anderhalf jaar bij het bataljon waren ingedeeld, en tot de Algemene Politie, waarvan het grootste gedeelte van de agenten zij aan zij met de 3-7 RI militairen patrouilles had gelopen en waarvan een groot aantal in het harnas stierf.

Later tijdens de bijeenkomst herdacht Pluygers alle manschappen van 3-7 RI die in de loop der jaren gesneuveld waren met de woorden: "Zij die vielen deden hun plicht in dienst van hun Vaderland als brengers van Veiligheid en Recht." Op 24 oktober droeg hij het Vak over aan de commandant van 5-6 RI en werden de manschappen van 3-7 RI via Koedoes naar Samarang getransporteerd. Vanaf het station Pondjol vertrokken de troepen op 9 november 1949 naar het troepentransportschip Sibajak.

Pluygers en de relatie met generaal Spoor

Pluygers ontmoette in Nederlands-Indië toevallig een vriend die bij de leger Lectuurdienst zat. Omdat hij het tijdschrift dat de Dienst maakte niet goed vond stelde hij voor uit de Nieuwe Rotterdamse Courant een nieuw wekelijks periodiekje samen te stellen. Voor dit doel ontving PluSpoor Generaal 2ygers een contract maar generaal Simon Spoor, commandant der strijdkrachten, was niet onder de indruk en drong aan op ontbinding van de overeenkomst.

Intussen had Pluygers met dit contract al zoveel geld verdiend dat,  toen hij in 1950 weer werkzaam werd voor de Nieuwe Rotterdamse Courant, dit bedrijf daarvan het divident over 1949 voor de Nieuwe Rotterdamse Courant N.V. kon uitbetalen.

Generaal Spoors zoon, André Spoor (1931-2012), was later redacteur buitenland van het Algemeen Dagblad, een krant die Pluygers mede had opgericht, en hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant (tot 1983). Na deze tijd was Spoor gedurende enige tijd correspondent voor de Nieuwe Rotterdamse Courant in Wenen.

Latere loopbaan

Pluygers keerde in december 1949 per troepentransportschip Sibajak, na drie jaar in de Tropen, naar Nederland terug, waar hij tijdens een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Nieuwe Rotterdamse Courant N.V. benoemd werd tot tweede lid der directie. Van 1964 tot 1980 was hij president-directeur van de uitgeverij Nederlandse DagbladANP01 13859471 X Unie, waaronder toen de Nieuwe Rotterdamse Courant, het Algemeen Handelsblad en het Algemeen Dagblad vielen.

De oprichting van de Nederlandse Dagblad Unie betekende de opmaat tot de latere fusie van de Nieuwe Rotterdamse Courant met het Algemeen Handelsblad tot NRC-Handelsblad (1 oktober 1970 verscheen het eerste nummer). Pluygers werd toen benoemd tot president-directeur. Hij was naast zijn activiteiten voor de Nederlandse Dagblad Unie voorzitter van de afdeling Rotterdam van het Rode Kruis (1955-1960), een tijd lang lid van het college van commissarissen der N.V. De Provinciale  Drentsche en Asser Courant, directeur van het Algemeen Dagblad en voorzitter van de Raad van Beheer van het ANP.

Andere nevenactiviteiten betroffen onder meer zijn werkzaamheden als voorzitter van de Nederlandse Blindenbibliotheek (1973). Pluygers richtte in februari 1973, samen met mr. A.C.A. Drake, dan organisator van de NAVO-propaganda in Nederland, een besloten vennootschap, gericht op kabeltelevisie, op.   Hij was in die tijd ook actief als president-commissaris van de Slavenburg Bank en in de jaren tachtig voorzitter van de Raad van Commissarissen van Ogem Holding.  Maar dit is slechts een selectie van zijn vele en diverse werkzaamheden.

De persoon Pluygers

Pluygers was een rasondernemer. Hij stond bekend om zijn ouderwets-autoritaire wijze van omgang met het personeel, overheersend maar met hart voor zijn mensen. Hij had daarnaast een vooruitziende blik en kocht immer de modernste drukpersen, beschouwde de NRC als het boegbeeld van zijn uitgeverij en liet de redactie vrij in haar journalistieke beleid, toen dat nog niet vanzelfsprekend was. Pluygers is (anno mei 2015) nog steeds in leven.

Decoraties

  • Bronzen Kruis
  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau
  • Mobilisatie Oorlogskruis
  • Kruis van Verdienste van het Nederlandse Rode Kruis
  • Medaille voor Tien Jaar Trouwe Dienst van het Nederlandse Rode Kruis

 Zie ook


 

[ Terug ]

 

f t