opstand bondjol sumtra


 Begin van de opstand op Sumatra

Moord op de bezetting van Bondjol. het fort Loeboe Sikaping en het detachement Wautier

Terugtocht van fort Pisang naar Koeriri

Hoe dronkenschap met de dood werd bestraft

Gruwelijke afdaling

Behouden terugkeer


Begin van de opstand op Sumatra

De opstand die begin januari 1833 losbarstte in de streek rondom Bondjol, gelegen op Sumatra en brandpunt tijdens de Padri-oorlogen, hing al langere tijd in de lucht. Een van de voorboden wVermeulen krieger bondjolas de moord, op 29 december 1832 gepleegd, op twee Jagers, die onderweg van het fort te Bondjol naar Bjerro afgemaakt werden.

Gealarmeerd door dit soort sinistere tijdingen vertrok luitenant-kolonel F.P. Vermeulen Krieger, commandant van het Fort van de Capellen, op 5 januari 1833 naar Bjerro om nadere informatie te verkrijgen. 

Vermeulen Krieger liet zich op zijn tocht wijselijk vergezellen door adjudant-luitenant G. Perk van Lith en een 75 man sterkt detachement Jagers, dat onder leiding stond van luitenant W. Schouten.

Omdat Vermeulen Krieger te Bjerro geen informatie kon vinden begaf hij zich de 7de januari naar Pisang, waar hij een conferentie belegde met luitenant B. Bouman, civiel gezaghebber te Agam, luitenant J. Schoch, civiel hoofd der XII Kotta's en VII Loera's, luitenant M. Wautier, commandant te Bondjol,  en een getrouw inlands hoofd. 

Moord op de bezetting van Bondjol, het fort Loeboe Sikaping en het detachement Wautier

Te Pisang was de bezetting van de Nederlandse sterkte alles behalve gerust: Maleiers uit nabij gelegen kampongs hadden de streek verlaten en vrouwen en kinderen met zich mee genomen, een teken dat er ondergronds een vuurtje smeulde waarvan de vlammen op elk moment hevig konden gaan oplaaien.800px Bondjol3

In de verlaten woningen trof Vermeulen Krieger de bebloede kleding van de vermoorde soldaten aan. De volgende dag vertrok luitenant Wautier met zijn troep naar Bondjol, ongewis van het feit dat deze stelling inmiddels aflopen en de bezetting, bestaande uit 27 Europese en 19 inlandse officieren en manschappen, gruwelijk gemarteld en vermoord was. Luitenant Wautier en zijn zeven manschappen ondergingen ditzelfde lot. 

Luitenant H.J.IJ. Engelbert van Bevervoorde, Ridder Militaire Willemsorde, die met zijn troep Madurese soldaten Fort Loeboe Sikaping aandeed, Sentot opperbevelhebber der rebellenverwonderde zich over het feit dat de poort wijd open stond. Zodra hij het fort binnengetreden was zag hij daar de opeen gestapelde lijken van vrouwen en kinderen en overal de lichamen van de in totaal 43 afgemaakte soldaten, waaronder officier van gezondheid J.W.C. de Groot, liggen.

Het hospitaal was in een bloedbad veranderd en alle veertig zieken lagen wreed vermoord. Engelbert van Bevervoorde trachtte nu met zijn manschappen naar de Padangse Bovenlanden te ontkomen maar werd na acht dagen door de opstandelingen omsingeld, die de troep tot de laatste man afslachtte. Na de moord op Van Bevervoorde sneed men hem het hart uit de borst.

In de hoofdstad vermoedde men intussen dat Sentot, de inlandse generaal, zeer bekend uit de Java-oorlog, mede de hand in deze opstand had gehad en zond hem ter ondervraging naar Batavia op. 

Terugtocht van Fort Pisang naar Koeriri

In deze tijd vernam Vermeulen Krieger op Fort Pisang dat de gehele hem omringende streek in volle opstand verkeerde en maakte hij het plan op het naar hem vernoemde Fort te Soengej Poeä, waar meer ruimte en munitie aanwezig waren, terug te trekkSchouten in actie bondjolen. Boodschappers die hij hierheen zond werden echter deels vermoord en zij die behouden wisten terug te keren meldden hem dat deze overtocht door de vijand onmogelijk was gemaakt. 

De enige open terugweg was nu die via Boekit Koeriri. Deze tocht zou de manschappen voeren over steile hoogten en langs dFort van der Capellen1826iepe ravijnen, waarbij zij bij voortduring belaagd zouden gaan worden door een krachtig bewapende vijand. Men had echter geen keuze, wilden Vermeulen Krieger en zijn soldaten niet ter plaatse door de opstandelingen ingesloten en afgemaakt worden. 

Bij aantreding van de troep in de vroege ochtend van 12 januari 1833 stonden 80 geweerdragende onderofficieren en manschappen onder bevel van Vermeulen Krieger paraat. Onder hen de dan beroemde Jagers van Vermeulen Krieger en veel Ambonezen. 

De soldaten opereerden onder leiding van eerste luitenant-adjudant G. Perk van Lith. eerste luitenant W.G. Schouten, de tweede luitenants B. Bouman, J. Schoch en Prawiro Dirdjo. Bij hen had zich een getrouw gebleven inlands hoofd gevoegd. 

Hoe dronkenschap met de dood werd bestraft

Aldus ging de terugtocht van start, in een twee gelederen mars, waarbij luitenant Bouman met 15 van de beste schutters voorop gingen en luitenant Schouten met 2Scoutje hola0 Jagers de achterhoede vormden. Al snel werd deze kleine colonne omsingeld door een tierende en schreeuwende troep vijanden, bestaande uit 2.000 man zwaar bewapende Padri's. 

Onder leiding van Vermeulen Krieger wisten zijn manschappen deze woeste horde met kogels enigszins op afstand houden.. TIjdens het beklimmen van een steile berghelling wierpen de tegenstanders zware rotsblokken op het pad van de manschappen, waardoor een Jager en twee inlandse bedienden sneuvelden en 12 anderen gewond raakten. 

Intussen gelukte het de inlandse luitenant Prawiro Dirdjo en het bevriende inlandse hoofd door de vijandelijke troepen te komen en een nabij gelegen fort te waarschuwen, zodat een aanval daarop voorkomen werd. 

Een der Jagers, soldaat Zegers, wist intussen een fles arak soldaat te maken en was dermate ladderzat geworden dat hij geen voet meer verzetten kon. Vermeulen Krieger gaf de troep bevel de man aan zijn duister lot over te laten. Een paar seconden later scheidde de vijand in het gezichtsveld van de troep zijn hoofd van de romp. Op deze wijze leerden de soldaten op harde wijze dat iedere ongehoorzaamheid en elke overtreding met de dood bestraft werd,

Gruwelijke afdaling

Tijdens de afdaling van de berg vielen al snel vier doden en acht gewonden, die door hun makkers verder mee werden gedragen.  Nadat men onder een kogelregen van de vijand een diepe rivier doorgewaden had stonden de soldaten voor de opgave een met randjoe's bedekt pad te volgen richting een vijandelijk gezinde kampong. Met zware verliezen gelukte het de manschappen van Vermeulen Krieger ook deze hindernis te nemen. Hoofdelijk huis Padangse bovenlanden

Intussen sleepte men zich met zeer veel moeite voort omdat het grootste gedeelte van de mannen inmiddels gewond was geraakt. Sergeant Visbeek, eerder commandant van het fort Pisang, viel uitgeput neer, waarna een rotsblok zijn benen verbrijzelde. Hij gelastte zijn makkers hem achter te laten en werd door de vijand met klewanghouwen en lanssteken afgemaakt. 

De aan het hoofd gewonde Jager Groosbakker vroeg om een genadeschot. Toen zijn vrienden een moment stilhielden om hem op adem te laten komen werden zij zelf getroffen door vijandelijke kogels. Vermeulen Krieger moest toen wel bevel geven voort te gaan, waarop een soldaat Groosbakker door het hoofd schoot om een einde aan diens lijden te maken. 

Toen luitenant-adjudant Perk van Lith uitgeput neerzeeg trad diens inlandse bediende Tom naar voren en droeg hem verder. Omgekeerd, toen Tom later in een randjoe trapte, tilde Perk van Lith hem in zijn armen en vervolgde zo de zware tocht. 

Behouden terugkeer

Na een worstelstrijd van tien uur leek de troep onder leiding van Vermeulen Krieger eindelijk een rustplaats bij een dorp gevonden te hebben, maar deze kampong bleek eveneens gevuld Maleijers Padangse Bovenlandenmet goed bewapende vijanden.

Hier volgde een zwaar vuurgevecht en waren de soldaten, ondanks hun zware vermoeidheid, gedwongen door te marcheren tot de duisternis zou gaan vallen en een grote open vlakte, waarop een bevriende kampong, bereikt zou zijn.

Vermeulen Krieger zond nu een boodschapper naar fort Koeriri om assistentie te sturen en ging zelf op pad naar Fort van der Capellen om maatregelen tegen de opstand op te stellen.  Van de colonne van 80 man waren 17 soldaten gesneuveld en was feitelijk iedereen gewond geraakt.

Over een afstand van 12 uur gaans had de troep 22 uur zonder eten en met weinig drinken gemarcheerd door een brandende hitte, over steile bergen en diepe ravijnen, en dit ales onder een regen van kogels door een woedende massa vijanden. 

Vermeulen Krieger noemde de terugtocht naar Koeriri later de ergste tocht die hij ooit had meegemaakt,  verschrikkelijker nog dan alle gruwelen die hij had doorstaan tijdens de tocht van Napoleon in Rusland. Hij werd, op zijn verzoek, in de functie van commandant van het vijfde bataljon infanterie, in december 1834 gepensioneerd.

f t