Musquitas foto op zijn ID - kopie


Zie ook


Vroege jaren

Anthonius Stephanus (Anton) Muskita (geboren te Magelang op 6 juni 1926, overleden te Bussum, 11 februari 2015), wVader Muskitaas de zoon van Willem Julius Alexander Muskita (10 november 1898, onthoofd op 29 maart 1943) en een half Duitse, half Javaanse, op Atjeh geboren moeder. Hij groeide, samen met zijn 7 zussen en broers, op het eiland Celebes, bij Makassar, op, waar zijn vader actief was als sergeant ziekenverzorger bij de geneeskundige troepen van het KNIL.

Het gezin Muskita woonde voor de oorlog in het dorpje Unnjung Pandang.  Toen de Japanners Nederlands-Indië bezetten werd Willem Muskita krijgsgevangen gemaakt maar even later, Indonesiër zijnde, vrijgelaten. Hij keerde terug naar zijn familie en formeerde, samen met de latere stiefvader van zijn zoon, Lodik Maitimu, een verzetsgroep, die echter niet veel later door intern verraad door de Japanners opgerold werd.

Een man een man, een woord een woord

Muskita werd door de Kempeitai verhoord en vervolgens opgesloten om op eenUiterst rechts de stiefvader van Musquita - kopie nader te bepalen datum onthoofd te worden. Aldaar zocht zijn zoon hem voor de laatste keer op, wetend dat hij zijn vader nooit meer levend terug zou zien. Intussen had Lodik Maitimu, die eerder op Hr. Ms. De Ruyter deel had genomen aan de strijd op de Javazee, ook een bezoek aan Muskita gebracht en deze op zijn verzoek beloofd na diens dood de weduwe te trouwen.

Muskita bracht zijn moeder en de rest van de familie gedurende de resterende tijd van de oorlog onder bij een vriend, die in de sawahs, niet ver van Makassar, woonde. Zijn vader was intussen door de Japanners vermoord en achter de militaire kazerne te Makassar begraven. Direct nadat hij vernomen had dat zijn vader was onthoofd zei zijn zoon, toen 17 jaar: "als je mij een keer niet kan vinden dan ben ik op Jappenjacht."En hij deed zijn woord gestand. Muskita ging na de oorlog naar school in Makassar en meldde zich toen aan bij het wervingsdepot van het KNIL.

Strijd tegen de moordenaars

Muskita werd naar Balikpapan, op Borneo, gestuurd, waarheen indertijd de Japanners, die toen net gAustralian troops storm ashore in the first assault wave to hit Balikpapan on the southeast coast of oil-rich Borneo - NARA - 513227ecapituleerd hadden, door de Amerikanen waren afgevoerd. Hij executeerde op eigen gelegenheid en initiatief twee Japanners, en kreeg voor deze daad drie maanden provoost opgelegd. Toch was zijn behoefte aan genoegdoening ten aanzien van de moordenaars van zijn vader nog niet vervuld, zodat hij zich aanmeldde bij het executiepeloton.

Aldaar deed hij in een tijdspanne van twee jaar vijf keer dienst bij terechtstellingen van voor oorlogsmisdaden veroordeelde Japanners. Toen was eindelijk zijn behoefte aan wraak bevredigd. De resterende tijd te Balikpapan bracht hij door met het lopen van patrouilles en vechten tegen Indonesische opstandelingen.

Westerlings wereld

Muskita ging van het executiepeloton over naar de geneeskundige troepen, waar hij actief was als ziekenverpleger. Dat was gewis een bevreemdende loopbaanwisseling maar de ironie van hWesterlignet lot bepaalde wel vaker de levensloop van Muskita. In deze tijd leerde hij Raymond Westerling te Makassar kennen en later droeg hij het APRA-speldje (Angkatan Perang Ratu Adil, legioen van kapitein Westerling).

Muskita had diverse ontmoetingen met Westerling, die hij later omschreef als een zeer moedig man met veel gezag en sympathie voor Molukkers, die hij betrouwbaar en eerlijk vond. Hij waarschuwde Muskita ook met de de profetische woorden: "Pas op wat je doet, want uiteindelijk zal de politiek ons altijd de schuld gaan geven".  Omdat het zeer gevaarlijk was publiekelijk te verkondigen dat men met de APRA-beweging sympathiseerde verborg Muskita zijn speldje onder zijn kleding; desalniettemin lag verraad steeds op de loer omdat ook binnen het leger, van de laagste tot de hoogste rangen, deze zaak wel bekend was maar zeer gevoelig lag.

Van militair naar statenloze

Muskita bleef bij het KNIL werkzaam tot  1950, toen de soevereiniteitsoverdracht had plaatsgevonden en het KNIL werd opgeheven. Dit was een belangJoost Muskitarijk keerpunt in zijn leven. Een loopbaan in het Indonesische leger zou zijn neef, Joost Muskita, later roem, eer en een grootofficierschap in de Orde van Oranje Nassau opleveren. Echter, omdat Muskita, loyaal als hij was, koos voor Nederland, wachtte hem, naast veel strijd, een lange periode van roem- en statenloosheid.

De teloorgang in 1950 van het dan ruim honderd jaar oude KNIL was droevig; Hans Goedkoop (in De Laatste Man, bladzijde 64-65) omschreef die als een falen van Den Haag. "Niet hij faalt in het leiden van zijn troepen. Het is Den Haag. Men eist loyaliteit zonder het zelf te bieden. Schaadt het moreel, bruskeert de manschappen, forceert verhoudingen en desintegreert de organisatie". Muskita werd aldus ontslagen bij het KNIL, reisde met de Kota Inten naar Nederland en was gedurende enige tijd woonachtig in Huis Doorn, waar eerder Keizer Wilhelm II geresideerd had.

Activiteiten in Korea

In Nederland werden Molukse KNIL-soldaten en hun familieleden in kampen ondergebrOp de achtergrond een vijandige stellingacht. Muskita, inmiddels statenloos verklaard, zag niets in het barakkenleven en meldde zich begin 1952 als oorlogsvrijwilliger voor de strijd in Korea aan. Hij werd gekeurd door een arts, die een bekende van zijn vader was geweest, en vertrok met het Nederlands Detachement Verenigde Naties per Generaal de Roy Eltinge in mei 1952 naar Korea.

Aldaar nam hij deel aan diverse strijdhandelingen onder commandant verbindingsofficier kapitein H. Vader en raakte hij bevriend met dan majoor Tivadar Emile Spier, ridder Militaire Wilemsorde, die voor zijn verrichtingen in Korea werd beloond met de Bronze Star Medal. Muskita echter, aldaar werkzaam als ziekenverpleger, raakte tijdens de strijd gewond door friendly fire van de Amerikanen. Een granaat sloeg vlak bij hem in, doodde een Zuid-Koreaan, verwondde een andere en liet Muskita overdekt met granaatscherven achter.

Muskita had zijn leven te danken aan het feit dat hij, geheel tegen zijn normale gewoonte in, deze keer een pantservest droeg.  Hij werd in een carrier door een Canadese bestuurder afgevoerd en hierna verder getransporteerd per helicopter. Via een Amerikaans veldhospitaal werd hij uiteindelijk, in een ironic twist of faith, in Tokio, het land van de moordenaars van zijn vader, verder verpleegd.

Latere loopbaan

Uiteindelijk keerde Muskita terug naar Nederland, waar hij namens prins Bernhard, Inspecteur-Generaal van de KoMusquita bij het graf van zijn vaderninklijke Landmacht,  werd verwelkomd door majoor W. Erdman. Hij vervolgde zijn loopbaan binnen het leger, maar omdat het voor hem, doordat het Nederlanderschap op zich liet wachten, niet mogelijk was de kaderschool te volgen, beëindigde hij dit dienstverband in 1961.

Bij het vernemen van dit bericht ontstak majoor Spier in grote woede maar Muskita was niet meer van deze beslissing af te brengen. Muskita, bezitter van het Kruis van Recht en Vrijheid, keerde later nog vele malen terug naar Erebegraafplaats Antjol om bloemen te leggen op het graf van zijn vader (inmiddels herbegraven) en om met hem te praten.

Slotwoord

Muskita was door zijn omzwervingen zijn eretekens en vele foto's, die herinneren aan een veelbewogen leven, in dienst van het vaderland, verloren. Westerling heeft hij nog een keer ontmoet tijdens een bijeenkomst in Leiden, waar deze hem zei: "Als Nederland mij nodig heeft om te vechten dan doe ik dat, maar op mijn condities en met mijn soldaten".

Laten wij, lezers van het levensverhaal van Anton Muskita, op deze plek het veelbewogen leven van Anton Muskita memoreren en een saluut brengen aan deze in februari 2015 overleden bewogen en loyale vaderlander.

Muskita was onder meer drager van de Purple Heart en the Korea Peace Medal en werd eind 2014 benoemd tot Ambassador for Peace.


Bronvermelding


[ Terug ]

 

 

f t