k2


Zie ook het fotoalbum. De hier gebruikte foto's zijn van Bert de Jong (copyright: Bert de Jong)


Diensttijd

Bert de Jong (Amsterdam, 31 mei 1955), jongste zoon uit een gezin van vier kinderen, werd in juni 1975 opgeroepen voor de militaire dienstplicht. Vanaf november 1975 volgde hij de basisopleiding in Harderwijk en de opleiding tot TLV 106 schutter. Hij werd vervolgens ingedeeld bij de 47 Painfbat/Ondersteunings Compagnie te Havelte maar aldaar benoemd tot  Hofmeester in de OO mess.  

De Jong keerde op zijn verzoek terug naar zijn oorspronkelijke Peloton; dit onderdeel zou na twaalf maanden vervangen worden door de TOW en De Jong mocht toen de dienst verlaten omdat zijn diensttijd verstreken was. Hij koos echter voor een contract als KVV-er en diende in afwachting daarvan nog een tijd in Havelte. Na enige tijd meldde hij zich te Utrecht, waar hij werd opgeleid tot Wapenhersteller 2e Echelon, behaalde zijn grootrijbewijs te Eindhoven en werd benoemd tot korporaal. In die rang werd hij ingedeeld bij het Korps Rijdende Artillerie te Schaarsbergen.  

Korps Rijdende Artillerie

Bij het Korps werd De Jong ingedeeld bij de Staf en geplaatst bij de schoolbatterij. Aldaar was hij onder meer verantwoordelijk voor de uitgifte van wapens. Omdat de hoeveelheid werk in zijn ogen onvoldoende was vroeg hij zijn commandant om hem meer taken te geven.

Die benoemde hem tot kamercommandant; in deze functie moest De Jong, samen met een aantal wachtmeesters,  steeds in een andere gedeelte van de batterij, een deel van de basistraining gaan geven.  Samen met zijn Korps verzorgde De Jong onder meer de saluutschoten op Prinsjesdag en was hij aanwezig bij Jumping Amsterdam, waar zijn Korps de hindernissen  opbouwde.

Naar Libanon

In 1978 viel de beslissing om het 44Painfbat uit te zenden naar Libanon. Dit Bataljon moest nog aangevuld worden door vrijwilligers en De Jong meldde zich ("in een Kortbert1e Verstands Verbijstering")  aan. Hij moest zich in februari 1979 melden in Zuidlaren en kreeg aldaar een intensieve twee weken durende training. De Jong vertrok aldus in maart 1979 voor de duur van zes maanden naar Libanon, waar hij diende bij de 11de Afdeling Rijdende Artillerie. Hij pakte zijn drietonner in voor verscheping naar Haifa en reisde naar Schiphol, waar twee Jumbo's 747 de manschappen naar hun bestemming, Beiroet, zouden vliegen.

Van daar ging De Jong naar Harris, waar in het  het midden van het dorp, in een gebouw dat gebruikt werd als kantine, zijn werkplek was ingericht.  Nadat de manschappen een nachtaccomodatie hadden gebouwd (een iglotent) konden de werkzaamheden beginnen. Samen met zijn sergeant biertjedeed De Jong onder meer wapeninspecties op de diverse posten, liep wacht of haalde de post op in Beiroet. Ook 's nachts gingen de werkzaamheden door zodat hij soms 's nachts alleen op het dak van de CC wachtdiensten verrichtte.

Gedurende een korte periode werd De Jong op de observatiepost HIN ingedeeld op de observatiepost, waar hij vliegbewegingen en de schoten van de artillerie op Israel moest doorgeven aan het hoofdkwartier te Naqoura. HIN lag temidden van het gebied van majoor Haddad, waardoor het bij tijd en wijle zeer onrustig was. Gedurende het verblijf van De Jong in Libanon vielen er onder de Nederlandse manschappen diverse slachtoffers als gevolg van oorlogshandelingen. 
 
 Terugkeer in Nederland

Na negen maanden keerde De Jong met verlof terug naar Nederland en werd opnieuw ingedeeld bij de KRA in Schaarsbergen. Er waren echter wel zaken voor hem veranderd:  "Ik ben anders tegen het leven aan gaan kijken, alles wat wij hier als vanzelfsprekend beschouwden, was daar niet zo vanzelfsprekend. De ellende, de armoede, het vechten om het bestaan, heeft mij doen inzien dat alles zo betrekkelijk is. Onze vrijheid is een groot gegeven".

De Jong kreeg nooit spijt van zijn tijd als vrijwilliger in Libanon maar bezocht tot nu toe ook nooit een reünie van UNIFIL. Wie weet komt hij ooit nog in contact met zijn eerdere collega's met wie hij indertijd zoveel heeft gedeeld.


 

[ Terug ]
 

f t