Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Velsen1


Tweede Wereldoorlog

Politionele Acties

Bij de Mariniers

Nasleep

Politiek

Bronvermelding


Tweede Wereldoorlog

Antonius Franciscus (Anton) van Velsen (Leiden, 17 november 1917, overleden Oss, september 1995) kwam in augustus 1937 in aanmerking voor plaatsing als adelborst  bij de driejarige opleiding voor  het Korps Mariniers bij het Koninklijk Instituut voor de Marine. Hij werd op 8 april 1940 op het Velsen2Schuttersveld te Rotterdam door de chef van het Korps Mariniers, commandant van de maritieme middelen te Rotterdam, kolonel H.F.J.M.A. von Freytag Drabbe beëdigd tot tweede luitenant der Mariniers (Koninklijk Besluit van 29 maart 1940).

Bij besluit van majoor N.T. Carstens, daartoe gemachtigd door de bevelhebber der Duitse Weermacht in Nederland, kreeg hij met ingang van de 15dejuli 1940 eervol ontslag uit het Korps Mariniers. Hij vocht eerder, in mei, tegen de Duitsers op de Maasbrug en werd in 1941 naar Duitsland gedeporteerd omdat hij bij de opbouwdienst was weggelopen. Daarna stelde hij pogingen in het werk om naar Engeland te vluchten. Kort daarop werd hij thuis gearresteerd, als staatsgevaarlijk beschouwd en op 19 februari op transport gesteld.

Hij bracht de Tweede Wereldoorlog door in de kampen Sachsenhausen, Ravensbrück, Auschwitz, Birkenau, Melik en Ebensee (gasnummer 72010). In het buitencommando van Sachsenhausen moest hij helpen bij de aanleg van rioleringen. Met een groep, die vergast moest worden, Velsen3werd hij overgebracht naar Auswitz; diegenen echter, over wie een politiek dossier bestond, mochten niet zomaar vergast worden, dus werd Van Velsen met een groep van zeven anderen overgeplaatst naar een zigeunerkamp, waar hij de functie van blokoudste bekleedde.

Zijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het verzamelen van de sieraden van joden. Hij kreeg het aanbod om bij de SS te komen maar weigerde dat met de woorden: ik heb liever gas in mijn longen dan een SS uniform aan mijn lichaam ( bron: Nederlandse kolonel getuigt tegen SS'ers in Auswitz. In: Het Vrije Volk, 24 maart 1964).

Hij zei later in een interview: Hoe ik uit Auswitz ben weggekomen? Gewoon met de 10.000 anderen die nog over waren van de drie miljoen die Auswitz hebben gezien. In de nacht van 17 op 18 januari 1945 moesten wij afmarcheren opdat wij niet in handen van de Russen zouden vallen.  Velsen4Door de sneeuw, die een halve meter hoog lag,  gingen we westwaarts. Zo keerden wij Auswitz de rug toe. In de bodem hadden we de boeken begraven van hen die vergast waren. Wij verlieten een dodenakker zoals de wereld die nooit gekend heeft (bron: Contra terreur. In: De Telegraaf, 29 mei 1970).

Van Velsen getuigde tijdens het Proces Auswitz tegen zijn vroegere kampbeul, chef van de Gestapowacht Franz Hofmann. Kort na de oorlog stelde hij een rapport samen over zijn bevindingen ten behoeve van de Country Intelligence Service. Later kreeg hij van de Nederlandse regering het verzoek over bepaalde figuren (waaronder kamparts Mengele) een schriftelijke verklaring af te leggen.

Deze verklaring werd gebruikt tijdens het proces in Neurenberg en leidde in 1964 tot zijn optreden als getuige van Auswitz. Hij zei onder meer over Auswitz: ik heb ermee moeten leven. Je omgeeft je met een pantser, opgebouwd  vanuit een wal van haat. Als je niet met Auswitz leert te leven word je gek. Je hangt je op, je laat je drijven, je wordt een muzelman, je gaat kapot (in: Als u tegen mij spreekt noemt u mij Herr Oberst.  In: Leeuwarder Courant, 1 april 1964). Van Velsen was overigens met een Duitse vrouw getrouwd die hij in Nederlands-Indië had leren kennen. De les, zei hij, die hij uit Auswitz had geleerd was dat hij geloofde dat er iets moest zijn na dit leven omdat anders goed en kwaad geen zin hadden (bron: Reacties op interview Auswitz. In: Het Vrije Volk, 8 juni 1964).

Polítionele Acties

Direct na de oorlog werd Van Velsen in zijn rang hersteld en volgde hij een training in Camp Lejeune, Camp David. Velsen5Hij nam met de Mariniersbrigade deel aan de strijd in Nederlands-Indië, waarbij hij gewond raakte (eerst moest zijn voet en later zijn onderbeen geamputeerd worden) en de rest van zijn leven een linkeronderbeenprothese moest dragen.

Dat was tijdens de Porang Actie van 1947 toen hij een schot in de lies kreeg en er een slagaderlijke bloeding ontstond.  De voet stierf af tot net boven de enkel, waar hij geamputeerd werd. In juni 1947 keerde Van Velsen naar Rotterdam terug, waar hij nog een amputatie kreeg ten behoeve van een beenprothese. Niet lang hierna werd hij te werk gesteld als instructeur.

In de rang van kapitein der Mariniers werd hij bij Koninklijk Besluit van 17 juli 1947 nummer 29 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen gedurende de periode mei 1946 tot en met januari 1947. Velsen7Dat was wegens het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden in de strijd tegenover de vijand en gelijktijdig met de uitreiking voor soortgelijke daden van de Militaire Willemsorde aan korporaal der Mariniers H. Brandsma. Prins Bernhard reikte de onderscheidingen in de Burgerzaal van van het Koninklijk Paleis uit en sloeg Van Velsen tot ridder.

In de orkonde stond onder meer: op hoogst bekwame en onverschrokken wijze heeft hij, onder vijandelijk vuur, zijn compagnie weten terug te voeren onder medeneming van een eigen gesneuvelde en enige gewonden.  Van Velsen betoonde hoge plichtsopvatting, verstandig beleid, persoonlijk voorbeeld, snelle besluitvaardigheid en een juist improvisatievermogen.

Bij de mariniers

Met het schip de Willemstad vertrok in juni 1951 een contingent Mariniers naar Paramaribo. Zij stond onder commando van kapitein der Mariniers D.J. Vos. Met het schip Cotica vertrok op 8 juni een tweede contingent; Velsen8zij stond onder commando van Van Velsen, dan in de rang van majoor. Dat was niet zonder slag of stoot gegaan vanwege de prothese van Van Velsen. Tijdens de keuring sprong hij van een tafel en er weer op, zodat hij goedgekeurd werd voor deze missie. Gedurende anderhalf jaar liep hij patrouilles in Suriname en beklom hij er rotsen.  

In deze tijd (1957) was hij hoofdbestuurslid van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers; in deze hoedanigheid hield hij in mei 1957 een betoog over de grote betekenis van deze organisatie, die de belangen van lichamelijke en geestelijke oorlogsslachtoffers behartigde.

In een later gehouden toespraak wees hij op de ongunstige verhouding die er bestond tussen gepensioneerde KNIL militairen en die van de Koninklijke Landmacht en in zijn functie als hoofdbestuurslid Velsen9was hij in 1961 aanwezig bij de Internationale Conferentie van de Wereldveteranen Federatie in Den Haag. Omstreeks dezelfde tijd werd Van Velsen bevorderd tot luitenant kolonel.

In die hoedanigheid trad hij als paradecommandant op tijdens de parade in Den Helder ter gelegenheid van de verjaardag van de Koningin in 1961. In juli 1963 werd Van Velsen benoemd tot commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine, als opvolger van kapitein ter zee J. van Dapperen.

Op 31 juli 1964 gaf Van Velsen het commando van het Koninklijk Instituut van de Marine over aan kapitein ter zee A.J. de Graaff; in deze tijd studeerde hij naast zijn dagelijkse bezigheden rechten en behaalde zijn doctoraal in 1963. Velsen10Op 9 december 1964 werd hij bevorderd tot kolonel en met ingang van 20 januari  1965 benoemd tot commandant der Mariniers op de Nederlandse Antillen.

In een bijeenkomst voor de Kiwanis pleitte hij voor humaniteit als remedie tegen massamoord, rassenwaanzin en dictatuur. Als enige oplossing zag hij de democratie (bron: Kolonel A.F. van Velsen: humaniteit om te voorkomen wat in het verleden geschiedde. In: Amigoe, 11 februari 1965). Van Velsen werd in oktober 1966 als commandant der Mariniers op de Nederlandse Antillen opgevolgd door kolonel V.J. Blom.

Nasleep

In 1970 werd door commandant der zeemacht viceadmiraal Maas een onderzoek naar Van Velsen gelast omdat deze in zijn functie als hoofd bureau vervoer zijn vroegere chef, generaal majoor der Mariniers Velsen11A. Luyk, beschuldigd had van het ten onrechte incasseren van een autovergoeding van 500 gulden per maand. Als gevolg van deze affaire werd Van Velsen niet benoemd tot opvolger van Luyk als commandant van het Korps Mariniers.

Van Velsen diende een klacht hierover in bij de Tweede Kamer maar een subcommissie van Defensie was "van oordeel dat het niet op de weg van de Tweede Kamer lag op deze klacht nader in te gaan, evenmin als het onderzoeken van de door Van Velsen gedane aanklacht tegen Luyk" (bron: Kamer: geen oordeel over klacht kolonel van Velsen. In: De Telegraaf, 17 oktober 1970).  Generaal majoor Luyk werd met vervroegd pensioen gestuurd als gevolg van deze affaire.

Van Velsen schreef: Men ontziet zich in dit proces niet het aanklagende individu in al zijn persoonlijke betrekkingen te onthullen. Velsen12Als voorbeeld hiervan noemde hij de mededeling van enkele Marine autoriteiten als zou hij door zijn verblijf in Auswitz niet meer psychisch stabiel zijn (bron: Affaire van Velsen. Kolonel boos op Kamercommissie om uitspraak. In: Amigoe, 24 november 1970).

Hij was verder urenlang verhoord door de Koninklijke Marechaussee op het stafbureau in Den Haag en verliet datzelfde jaar in oktober de militaire dienst.

Politiek

Van Velsen richtte zich vervolgens op de politiek en diende in 1971 bij de kiesraad ter registratie een lijst in om deel te nemen aan de Tweede Kamerverkiezingen (Lijst van Velsen). Hij pleitte onder meer voor een beroepsleger; Velsen13hij meende namelijk dat de dan huidige dienstplicht te duur was en bovendien in die zestien maanden geen mensen kweekte die voldoende waren opgeleid voor een technische en intens gemechaniseerde oorlogsvoering (bron: Mr. A.F. van Velsen: beroepsleger meer effectief en goedkoper. In: Leeuwarder Courant, 21 april 1971).

Hij had bovendien kritiek op de krijgsmacht, waar geldverspilling en kliekvorming hoogtij zouden vieren en vond dat er een einde gemaakt moest worden aan de rivaliteit tussen de krijgsmachten, die duidelijk zouden lijden Velsen14aan statussyndromen. Hij vond het onjuist dat de minister de mensen op topfuncties binnen het leger benoemde op advies van militairen want dat zou schimmige achterkamertjespolitiek bevorderen (bron: Van Velsen in de Kamer? In: De Tijd, 11 februari 1971).

In 1972 was Van Velsen actief als chef de mission van de Olympische Spelen voor gehandicapen die dat jaar in Heidelberg zouden worden gehouden; hij was toen al sinds jaren voorzitter van de Nederlandse Invaliden Sportbond, die min of meer voortkwam uit de Bond van Militaire Oorlogsslachtoffers. 

Daarnaast bouwde hij een praktijk op als advocaat en procureur in Rijswijk. In 1980 was hij als deskundige advocatuur, beroepszaken en rechtspleging actief in het programma van Frits Bom, Ombudsman Antwoordman. In 1981 was hij aanwezig op een internationale bevrijdingsconferentie die in Washington werd gehouden. Van Velsen overleed in september 1996.


Bronvermelding

  • Adelborst Koninklijk Instituut voor de Marine. In: Het Vaderland, 14 augustus 1937
  • Officiersbeëdiging bij de Mariniers. In: Delftse Courant, 9 april 1940
  • Bij de Mariniers. In: Utrechts Volksblad, 9 april 1940
  • Militaire Willemsorde voor Mariniers. In: Het Dagblad, 9 december 1947
  • Uitreiking onderscheidingen. In: De Locomotief, 7 oktober 1947
  • Mariniers naar Suriname. In: Het Nieuws, 8 juni 1951
  • Nieuwe functies aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. In: De Tijd, 26 juli 1963
  • Als u tegen mij spreekt noemt u mij Herr Oberst. In: Leeuwarder Courant, 1 april 1964
  • Afscheidsbezoek van kolonel A.F. van Velzen. In: Amigoe, 20 oktober 1966
  • Geen vervolging van kolonel van Velzen. In: Leeuwarder Courant, 30 juli 1970
  • De Telegraaf, 10 juni 1970

[ Terug ]

f t

Login