Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

G.N._Prass


Biografie

De Janssens in 1941

De overlevenden van de Marblehead onder Wassell

Aankomst aan boord

Aanval op de Janssens

Passagiers aan land gezet

De tocht naar Freemantle

De Janssens in Australië

Bronvermelding 

Biografie

A.J. Lemmens at the far left with all KPM officers-fase 12

Gerrit Nicolaas Prass werd geboren in Den Helder, op 25 maart 1901, zoon van Friedrich Prass, fondsbode maar eerder constabel en matroos bij de Marine, en Emma Brugts. Hij behaalde in juni 1922 het examen voor tweede stuurman  op de grote vaart; dat was met de kwalificatie "zeer goed". In april 1925 slaagde hij te Batavia voor zijn eerste stuurmansexamen en op 20 juli 1927 vertrok hij van Tandjong Priok als passagier naar Nederland per ss. Tambora. Het jaar daarop, op 26 januari 1928, vertrok hij als passagier van Rotterdam per ss. Insulinde naar Belawan, waar hij de 23ste februari aankwam.

De jaren die daarop volgden voerde hij als agent van de K.P.M. het commando op het Nederlands Indische stoomschip Palopo, waarmee hij onder meer op Singapore en Palembang voer. Hij pendelde in deze tijd als passagier ook meerdere malen tussen Nederland en Nederlands-Indië. In 1935 was Prass actief als commandant van de ss Mampawa, waarmee hij onder meer op Palembang voer en eind 1937 ging hij te Batavia wonen op de Schoolweg nummer 9.  Dat jaar voerde hij het bevel over het Indische ms Bengkalis, waarmee hij Pemangkat, Singkawang en Pontianak aandeed. Prass was intussen getrouwd met J. Wezelman (later overleden in een Jappenkamp), met wie hij in 1938 een zoon kreeg (later volgden nog drie kinderen).

Op 1 november 1940 werd hij benoemd tot luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Koninklijke Marine S.D. en bij Koninklijk Besluit van 16 oktober 1943 nummer 5 werd hij voor de eerste keer voor het Kruis van Verdienste voorgedragen omdat  hij als gezagvoerder van de Janssens, dat tijdens de evacuatie van Nederlands-Indië, varend onder de Javakust, door vijandelijke vliegtuigen werd aangevallen, onder gevaarvolle toestanden moedig en beleidvol optrad en uitstekende zeemanschap betoonde, als gevolg waarvan de Janssens alsmede de opvarenden veilig te Australië aan konden komen en het schip voor de geallieerde oorlogsvoering behouden bleef.

Kapitein_Prass Prass werd bij Koninklijk Besluit van 3 juli 1945 nummer  29 voor de tweede keer als gezagvoerder der koopvaardij (commandant van de Janssens) voor het Kruis van Verdienste voorgedragen; dat was omdat hij als kapitein van het enige, bij de landingen op het eiland Leyte betrokken, Nederlandse ms. Janssens  van grote toewijding en plichtsbetrachting blijk gaf bij het vervullen van zijn opdracht alsmede moedig optrad bij het afslaan van herhaalde en hevige luchtaanvallen, mede ten gevolge waarvan de lading behouden kon worden en het schip voor ondergang werd behoed.

De vrouw en vier kinderen van Prass verbleven tijdens de Japanse bezetting in kampen, waar zijn vrouw overleed. Hij nam zijn kinderen toen gedurende zes maanden aan boord van de Janssens en bracht hen uiteindelijk in 1946 onder te Redcliff, bij Brisbane. Prass voer in december 1948 nog als commandovoerder op het K.P.M. schip Van Riemsdijk, onder meer naar Hongkong (Bron: De Van Riemsdijk laat zich bewonderen. In: Het Nieuwsblad voor Sumatra, 17 december 1948). Hij  werd in 1951 (zijn vijftigste levensjaar) gedwongen gepensioneerd en vestigde zich toen permanent te Redcliff, waar hij zijn tijd doorbracht met vaartochten in de Moretonbaai. Hij overleed in 1987 op 86-jarige leeftijd.

De Janssens in 1941

Janssens3

De Janssens werd door de Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog gehuurd van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en werd gebruikt als logies- en oorlogsschip. Zij werd ook gebruikt als doelschip waarbij haar bemanning speciaal getraind werd in het waarnemen van onderzeeboten. Toen de Japanners eind 1941 Malakka bereikten voer de Janssens met Prass als kapitein en met Adriaan Johannes Lemmens als eerste ingenieur naar het noorden, terwijl zij torpedo's vervoerde ten behoeve van de Nederlandse duikboten, die samen met de Britse en Australische marine Singapore verdedigden. 2013-05-15 13 41 54Tijdens die werkzaamheden vervoerde de Janssen munitie voor de Britse vloot; zij werd voortdurend door de vijand bedreigd en kon zich slechts verdedigen met twee dubbele mitrailleurs, die afkomstig waren van een Catalinavliegtuig.

De Janssens vertrok uiteindelijk van het strijdtoneel met een aantal overlevenden van de gezonken Britse slagkruiser Repulse en van het slagschip Prince of Wales en bereikte veilig Soerabaja. Hier bleef het schip tot ze naar Tjilatjap werd gezonden om 450 man marine-personeel te evacueren. Daaronder waren 9 gewonden van de Amerikaanse kruiser Marblehead, die onder dr. Wassell vielen (beschreven in James Hilton's The history of Dr. Wassell). De gezagvoerder, Prass, was de baas aan boord maar bekleedde daarnaast de rang van luitenant-ter-zee eerste klasse, waardoor veel tact van hem vereist werd omdat er veel hogere marine-officieren aan boord waren. Prass wist echter door veel overleg zowel de navigatie te voeren als de hiërarchieke klippen te vermijden (Bakker, bladzijde 142).

De overlevenden van de Marblehead onder Wassell

De_Janssens

Aankomst aan boord

Dr. Wassell kwam in Tjilatjap aan boord van de Janssens om passage te vragen voor zijn patiënten. Voor zich zag hij een lange blonde man, Prass, die zei dat het volstrekt onmogelijk was negen gewonden mee te nemen omdat zijn schip maar een kleine kustvaarder was en hij geen ziekenhut en medicamenten aan boord had. Prass sprak deze woorden uit in een Engels dat zowel door uitspraak als door door zijn woordkeuze schrik aanjoeg. Wassell keerde terug naar de wal maar besloot deze zaak een tweede kans te geven. Weer betrad hij de Janssens en deze keer stond Prass zich in zijn hut te scheren.

Tijdens het gesprek zei Prass: Maar u begrijpt wel, u en uw mensen moeten mij niet in de weg lopen. Dit is geen hospitaalschip, wij hebben geen behoorlijke accommodatie voor de gewonden. U moet zelf voor hen zorgen. Breng ze gauw hierheen, zodra het donker is kunnen wij vertrekken. En dan zullen wij wel allemaal verzuipen. Dat begrijpt u toch allemaal goed, hè? (bron: James Hilton, bladzijde 84 tot en met 86) Wassell antwoordde verheugd dat hij het begreep en keerde zo snel als hij kon terug naar het hotel te Tjilatjap waar de gewonden verbleven.

Aanval op de Janssens

De Janssens voer op 3 maart 1942 om 7 uur 's avonds de haven van Tjilatjap uit. De bewapening bestond uit 2 verouderde kanonnen van 5 centimeter en op het onbeschutte kompasdek stonden twee dubbele mitrailleurs opgesteld. De voorgeschreven route was langs de zuidkust van Java in oostelijke richting tot 113 graden en dan zuidelijk naar Fremantle. Er was geen escorte en de toegezegde loods kwam niet opdagen zodat Prass op eigen gezag besloot uit te varen.

Tijdens deze reis werd de Janssens bestookt door drie Japanse Zero jagers, die het schip bezaaiden met kogels. Al die tijd bleef Prass op de brug en schatte hij in welke richting iedere duik van de vliegtuigen zou verlopen zodat hij, om die te ontwijken, het schip in S-vormige bochten kon sturen. Toen de vliegtuigen verdwenen waren zette hij zijn blauwe baret schuin op zijn hoofd en stuurde het schip weer in rechte lijn oostwaarts. Dokter Wassell verzorgde de gewonden (hij was gespecialiseerd in chirurgie) en in dezelfde tijd hielden Prass en enige passagiers besprekingen.

Passagiers aan land gezet

De passagiers vreesden een tweede aanval en eisten dat de Janssens een haven zou aandoen en dat Prass hen die daarvoor kozen aan land zou zetten. Prass hoorde dit voorstel grimmig en zonder commentaar aan; even grimmig luisterde hij naar de voorspelling dat enige gewonden zouden sterven als ze niet aan land zouden worden gezet. Hij zei dat hij de zaak zou overdenken en dat hij over een half uur zijn beslissing zou mededelen. Hij ging vervolgens naar Dr. Wassell, die hij  met zijn bloeddoorlopen ogen van hoofd tot voeten opnam en vroeg naar de status van de gewonden.

Toen Wassell en enige andere passagiers in de rookkamer waren stormde Prass daar weer binnen en verklaarde dat de gewonden aan land konden worden gebracht en dat zij die de Janssens wilden verlaten hiertoe eveneens in de gelegenheid werden gesteld. De gewonden van de Marblehead vroegen aan Wassell of hij vond dat zij ook aan wal moesten gaan maar Wassell verklaarde dat hij op God en kapitein Prass vertrouwde en dat zij het beste aan boord van de Janssens konden blijven.

De tocht naar Fremantle

De Janssens meerde nu aan in een kleine inham en een reddingsloep bracht hen die dit wilde aan wal. De maan kwam net op toen de Janssens de kleine haven verliet.´s Avonds werden alle manschappen door Prass in de rookkamer geroepen, waar hij mededeelde dat het schip nu in zuidelijke richting voer en over tien dagen in Australië zou aankomen. Hierbij keek hij, volgens James Hilton, zo dreigend dat het was alsof hij eventuele onvoorziene omstandigheden een waarschuwing wilde geven: kom me niet te na, want ik lust jullie wel rauw (James Hilton, bladzijde 120).

Tegen Wassell zei hij: Durf alleen is niet voldoende. Wij moeten flink zijn. Wij moeten werken. Als wij niet allemaal wat doen zijn er onvoldoende mensen aan boord. Daarom moet u het zo beschouwen dat u allemaal onder mijn bevelen staat, passagiers en bemanning. Aan rangen doen wij niet en uitzonderingen maken wij niet. Iedereen moet wacht lopen en zijn plichten vervullen. Begrepen? Daarna keek hij "nog eens voor het laatst zó woest, dat zijn lichaam bij die blik als in een kramp werd samengekrompen" (James Hilton, bladzijde 121). Hij schreeuwde vervolgens: en laat een stel mensen de rommel hier opruimen. Zolang ik vaar heb ik nog nooit zóiets toegelaten op een schip! Kort hierop bereikte de Janssens onder bevel van Prass veilig Fremantle.

De Janssens in Australië

De Janssens werd in april 1942 te Melbourne gerepareerd en ingericht voor het transport van paarden. Zij ondernam vervolgens 15 reizen tussen Australië en Nieuw-Caledonië en nam als enige Nederlandse koopvaarder deel aan de invasie op de Fillipijnen. Prass nam op 17 oktober 1944 deel aan de conferentie van de oorlogsmarine op Hollandia. Hij kreeg daar de mededeling zich gereed te houden; de Janssens was nu goed bewapend en had 18 Amerikaanse soldaten aan boord.

Op 18 oktober vertrok het schip naar de Golf van Leyte en voer de baai van Tacloban binnen, waar de Janssens en de overige schepen die daar voor anker lagen werden aangevallen door zeven Japanse bommenwerpers, die echter ongeschonden doorstaan werd. De 26ste oktober kreeg Prass opdracht te verstomen naar een baai ten noordoosten van Tacloban, waar weer een Japanse aanval afgeslagen werd. De 29ste oktober woedde er een tyfoon en de 30ste oktober werd de Janssens klaargemaakt voor vertrek met als opdracht om de Zuid te gaan om zich bij een convooi aan te sluiten dat zuidwaarts voer.


Bronvermelding


 

[ Terug ]

 

f t

Login