Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Broertjes met Beatrix



Familie

Loopbaan

De Tweede Wereldoorlog

Bevrijding en thuiskomst

Standplaats Medan

De strijd in en om Medan

Benoemde acties

Terugkeer in Nederland

Commandant van het 2-101 Verkenningsbataljon

Stichting Historische Collectie Cavalerie en Ere-Escorte

Commandant Opleidingscentrum Cavalerie

Persoonlijk

Decoraties en wetenswaardigheden

Bronvermelding


Familie

Nico Jan (Frits) Broertjes (Langsa, Sumatra, 5 november 1915 - Baarn, 14 januari 2004), werd in 1915 te Langsa geboren als zoon van Pieter Broertjes, officier van gezondheid bij Van links naar rechts Frits Arendine het zusje van Frits en Pieter Broertjes in Indie - kopiede Geneeskundige Dienst van het leger in Nederlands-Indië. Broertjes trouwde in 1945 met Johanna Wessel, dochter van Izak Wessel en zuster van Ies Wessel.

Hun zoon Pieter Broertjes, was hoofdredacteur van de Volkskrant en is vanaf 2011 burgemeester van Hilversum. Hoewel de officiële voornamen van Broertjes Nico Jan waren werd hij Frits genoemd. Dat kwam doordat de vader van Broertjes hem liefkozend "Frederik de Grote" noemde; deze bijnaam werd later afgekort tot "Frits".

Loopbaan

Broertjes werd op 13-jarige leeftijd, in 1928, door zijn vader naar Nederland gezonden en geplaatst bij Marine-officier Jan Wichers (de uitvinder van de snuiver/snorkel voor onderzeeboten). Het gezin Broertjes werd in 1932 in Nederland hMilitaire ruiterkampioenschappen jaren dertig 2erenigd.  Broertjes behaalde in juni 1937 het eindexamen van de Bijzondere Hogere Burgerschool ("De Munnick") te Utrecht en deed hierna de 21ste cursus SROC. Hij volgde hierna de Cavalerieopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda (vanaf 1937) en trad in datzelfde jaar toe tot het Eerste Regiment Huzaren.  

Hij werd, bij besluit van generaal-majoor N.J. Karstens, daartoe gemachtigd door de bevelhebber van de Duitse Weermacht in Nederland, met ingang van 15 juli 1940, benoemd tot tweede luitenant der Cavalerie. In deze tijd was hij voorzitter van Kilacadmon, een subvereniging van de Koninklijke Militaire Academie.

Broertjes was, ingedeeld bij de Regimenten, vanaf mei 1940, bij de Bereden Cavalerie gelegerd in de Alexanderkazerne in Den Haag. Tijdens de Duitse aanval op Nederland trok hij met de Cavalerie te velde en nam met zijn wapenbroeders in de duinen bij de Wassenaarse slag enige parachutisten gevangen.  De krijgsgevangenen werden ingescheept om naar Engeland getransporteerd te worden.

De Tweede Wereldoorlog

Toen de oorlog uitbrak woonde Broertjes in Hilversum. Nadat hij was benoemd tot tweede luitenant werd hij ingedeeld bij de Marechaussee, waar hij, samen met zijn vriend, de latere eerste stalmeester Willem Frederik Karel Bischoff van Heemskerck, assisteerde bij bewakingsklussen en hielp bij illegale transporten van voedsel. Hij werd op 6 februari 1941 opgepakt, in Scheveningen gevangKampnummer Frits Broertjesen gezet en door de Marinekriegsgericht wegens gepleegde illegale handelingen veroordeeld tot een langdurige tuchthuisstraf. Na vier maanden werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort en drie maand later op transport gesteld naar Kamp Sachsenhausen, waar hij op 24 oktober 1941 arriveerde en kampnummer 39760 kreeg.

In Kamp Sachsenhausen werd Broertjes ingedeeld bij het Schaufelkommando,  een schepcommando dat grind moest verplaatsen. Tijdens zijn verblijf aldaar werd hij naar Berlijn gezonden, waar hij het huis van Himmler, soms in diens aanwezigheid, moest schilderen. Enige tijd later werd hij, mede doordat zijn vader arts was,  in het revier geplaatst, een hospitaal, waar het gemakkelijker werd te overleven.  Aldaar was het zijn taak een Franse arts te assisteren bij operaties, zoals het zonder narcose amputeren van ledematen.

Bevrijding en thuiskomst

Broertjes werd in april 1945 door de Russen uit Kamp Sachsenhausen bevrijd en naar Oranienburg gebracht om voor de Russische bevrijder taken te verrichten. Van daar wisten Broertjes en zijn vrienden Bisschoff van Heemskerck en Koch te ontsnappen door uit een vrachtauto te springen,  naar het door de AmePelicaanrikanen bezette gedeelte van Berlijn te ontkomen en contact met de Amerikanen in hun sector te maken. Van hier reisde Broertjes terug naar Nederland, waar hij vernam dat zijn vader kort daarvoor aan kanker overleden was.

Broertjes werd in 1945 bevorderd tot eerste luitenant der Cavalerie bij het Pantserwapen, volgde een opleiding in Engeland en vertrok als oorlogsvrijwilliger met het Eerste Eskadron Pantserwapens naar Nederlands-Indië; met het schip Pelikaan werd hij in de functie van pelotonscommandant van het tweede Peloton van het Eerste Eskadron Pantserwagens Huzaren van Boreel (commandant P. Ootman), op 23 november 1946, van Batavia naar Medan (de Z-Brigade), op Sumatra, vervoerd.

Standplaats Medan

Medan was indertijd, in oktober 1946, het enige Nederlandse bruggehoofd op het noordelijk gedeelte van het eiland Sumatra en was slechts via de lucht en over het water te bereiken. De plaats Medan bood Politionele Actiesna afloop van de bezetting van Japan een trieste aanblik, van wrakken in de grotendeels verzande haven, grauwe en verlaten loodsen en de stank van rottende vis. Eerder was het ruime en schitterende opgebouwde Medan het centrum van het Europese leven geweest, waar dagelijks voor een miljoen gulden producten naar alle delen van de wereld werden getransporteerd.

 In 1946  lagen om de stad, toevluchtsoord voor de mensen die uit kampen waren bevrijd en standplaats van het KNIL, extremisten en vele Japanners als wolven op de loer. 's Avonds was het niet geraden om de straat op te gaan en zelfs overdag werden blanken door de republikeinen ontvoerd. Buiten de grenzen van de stad, in Tebing Tinggi, werden zij zelfs slachtoffer van moordpartijen. Allicht was men dus blij met de komst van Nederlandse troepen, waarvan het opperbevel (van Noord-Sumatra, troepencommandant van geheel Sumatra) aan kolonel P. Scholten was toevertrouwd. Hij verenigde op 21 november de Nederlandse troepen te Medan in de Z-Brigade.

De strijd in en om Medan

Tijdens de jaarwisseling van 1946-1947 vonden er harde gevechten in en om Medan plaats. Indonesische bendes drongen meerdere malen tot ver in het Nederlandse gebied door. Als gevolg van het "staakt het vuren" bestand en de demarcatielijn was de strijd die de Nederlandse troepen moesten voeren een moeilijke.

Vrijwel iedere patrouille kwam in eigen patrouillegebied extremistenbendes tegen, waarbij zij, tijdens de achtervolging, halt moesten houden bij de demarcatielijn. In de nacht van 15 op 16 februari richtten extremisten een slachting aan onder de bevolking van kampong Bekalla; De Nederlandse troepen wisten enige zwaar gemartelde overlevenden te redden door hen onder medische behandeling te stellen.  Aldus was de situatie in en om Medan zeker niet rustig te noemen.

Benoemde acties

Het eskadron, waar Broertjes deel van uitmaakte, was te Medan gelegerd aan de Serdangweg en tijdens de Eerste Politionele Acties toegevoegd aan de infanterie. De vBroertjes rechts in gesprek met R.P.M. baron van Voorst tot Voorst tijdens de eerste Politionele Actieerschillende Pelotons namen deel aan zuiveringen bij Arnhemia, Stabat en de spoorbrug bij Wampoe. Ook Bindjei, Banten II en Koeala werden aangedaan. Op 28 juli 1947 werd onder meer opgerukt naar Tebing Tinggi en verder doorgestoten naar Pematang Sianter en Brastagi. Pas op 2 augustus keerde het eskadron terug naar Medan, waarna nog acties volgden te Tandjong Poera en Tandjong Balei.

Broertjes werd na afloop van de Eerste Politionele Acties overgeplaatst bij het Vierde Eskadron op Java, bevorderd tot ritmeester en benoemd tot tweede man van het Eskadron. Aldaar wist hij zich in korte tijd bij collega's, onderofficieren en Huzaren geliefd te maken door zijn directe manier van leiding geven en de gemakkelijke wijze waarmee hij met iedereen omging. Tijdens de Tweede Politionele Actie werden in het gebied rond Solo zware gevechten geleverd, waardoor de brigadecommandant steeds werd weggeroepen om speciale acties te leiden. Broertjes fungeerde dus feitelijk als eerste man van het Eskadron in een tijd dat er zware verliezen werden geleden en veel manschappen sneuvelden.

Het vierde Eskadron trok eind 1948 achter T-Brigade aan naar Kartasoera, waarna het de bruggen over de Solorivier zou gaan bezetten. Aldaar werd het Eskadron gelegerd te Tasikmadoe en deed het verkenningen richting Gondang, Tawangmangoe en Wonogiri. Na de Tweede Politionele Actie was het de taak van het Eskadron om de konvooiwegen open te houden en te beveiligen. Het Ekadron verbleef later, tot de repatriëring, te Pekalongan.

Terugkeer in Nederland

Broertjes keerde op 11 september 1949 met de Waterman terug naar Nederland en werd aldaar in Den Haag, als adjudant van van de chef van de Generale Staf (Bevelhebber Landstrijdkrachten), geplaatst.  Achtereenvolgens was hij adjudant van generaal H.J. Kruls en generaal B.R.P.F. Hasselman.

In die hoedanigheid ving hij onder meer de militairen op die gewond terugkeerden uit de Korea-Oorlog, zoals Anton Muskita, en was hij aanwezig bij de terugkeer van 152 Korea-vrijwilligers in 1952. In 1953 werd Broertjes  teruggeplaatst bij zijn wapen, eerst bij het Depot Cavalerie en vervolgens benoemd tot commandant van het D (tankeskadron) 102 Verkbat. In 1956 wordt hij in de rang van majoor, samen met ritmeester Heshusius, benoemd tot hoofd sectie S3 bij de inspectie der Cavalerie.

Commandant van 2-101 verkenningsbataljon

Broertjes was van 1953 tot 1954 in de rang van ritmeester commandant van het 2-101 Verkenningsbataljon van het Regiment HBroertjes-op-kantooruzaren van Boreel. Begin 1955 werd hij benoemd tot commandant van het dan nieuw te vormen Eskadron Desk 102 Verkenningsbataljon. Hij vond indertijd dat een formele straf een van de laatste maatregelen diende te zijn omdat een goed officier de discipline ook op andere manieren kon handhaven. Dat kon bijvoorbeeld een opvoedende maatregel zijn, zoals een aantal dagen om 6.00 uur 's ochtends "gepoetst en geblancheerd" voor het bed te staan, inclusief inspectie, of wacht lopen gedurende het weekeinde. 

Broertjes liet in deze tijd zijn officieren rijlessen nemen in de manege van Kerckebosch te Zeist, waar ook officieren van het Depot Cavalerie aan deelnamen. Minder ervaren leerlingen vielen soms meerdere keren per uur van hun paard tijdens deze oefeningen in de rijkunst. Na afloop werd er op de lessen gedronken in een etablissement te Soesterberg. Na een flinke inname lieten drie luitenants zich door de plaatselijke kapper kaalscheren. De kazernecommandant, kolonel Nix, die de resultaten de volgende morgen te zien kreeg, was "not amused" en negeerde Broertjes, die hij als de aanstichter zag, in de weken die daarop volgden.  Het rijgezelschap stond overigens bekend als het "Circus Broertjes".

Broertjes vertrok in januari 1956, waarop het eskadron gesplitst werd in D-102 Verkennings eskadron, commandant ritmeester Van Lynden en 101A tank eskadron, commandant ritmeester Kohutnicki. Toen in 1961 de Cuba-crisis uitbrak werden uit het 102 Verkenningsbataljon twee andere bataljons gevormd, namelijk de 102 (commandant: Broertjes) en 103 Verkenningsbataljons. Deze bataljons werden ingedeeld bij de 121ste Lichte Brigade, gecommandeerd door generaal J.A.C. Bartels, en elkaar afwisselend naar Duitsland gezonden.

Stichting Historische Cavalerie en Ere-Escorte

Broertjes was in 1959 een der oprichters van de Historische Collectie Cavalerie,  Bernhard KaBroertjes3zerne in Amersfoort. Later werd hij vicevoorzitter van deze stichting. Op 25 november 1966 was hij, samen met kolonel R.O. van Manen en majoor jonkheer A. van der Goes, initiatiefnemer van de oprichting van de Stichting Cavalerie Ere-Escorte(s). Daartoe werkten zij samen met de cavaleristen majoor Aart van der Goes, Bischoff van Heemskerck en Van Lynden.

Broertjes was intensief betrokken bij de realisatie van de Prinsjesdagescortes en kreeg, in  oktober 1981, van Koningin Beatrix, ter gelegenheid van het feit dat toen het Ere-Escorte van de Cavalerie voor de tiende keer deelnam aan de stoet die de Koningin voor de opening der Staten-Generaal naar de Ridderzaal begeleidde,  het Erekruis in de Huisorde van Oranje toegekend. Het vice-voorzitterschap van de Cavalerie Ere-Escorte bekleedde hij van 1966 tot 1982.

Commandant Opleidingscentrum Cavalerie

Broertjes werd in 1971 (tot 18 april 1973) benoemd tot commandant van het opleidingscentrum der Cavalerie, tevens voorzitter van de Historische Verzameling Cavalerie. Onder zijn leiding werd Brigadegeneraal - kopiede verzameling verplaatst van de kelder in gebouw B naar het souterrain in gebouw P. Op 18 april 1973 werd de expositie geopend door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Wegens zijn verdiensten voor de Stichting werd hij benoemd tot erelid van het Stichtingsbestuur. 

Broertjes was in 1978 een der bouwers en bestuurslid van het militaire ruitersportcentrum "Marcroix", gelegen naast de Prins Bernhardkazerne in Amersfoort. "Marcroix" werd gebouwd ter vervanging van de dan oude opstallen. Het ruitersportcentrum werd op 27 maart 1979 officieel geopend door prinses Beatrix. Broertjes was indertijd ook intensief betrokken bij het (tegenwoordig reünie) Trompetterkorps der Cavalerie.

Broertjes werd op 30 april 1980 door Koningin Juliana benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden. De versierselen werden hem door zijn oude vriend en eerste stalmeester Bischoff van Heemskerck, opgespeld. Op zijn 75ste verjaardag, op 14 september 1991, werd hij titulair bevorderd tot brigade-generaal. Hij overleed in de leeftijd van 88 jaar te Baarn en werd op 29 januari 2004 op de Noorderbegraafplaats te Hilversum begraven.

Persoonlijk

Broertjes stond, althans in de tijd dat hij als ritmeester te Amersfoort actief was, volgens Oud reserve ritmeester Ir. C.C.E. d'Engelbronner, bekend als een inspirerend Broertjes en Bernhardcommandant met veel "guts". Hij leerde de jonge officieren verantwoordelijkheid te nemen, initiatief te ontplooien en vooral dat een goede uitvoering  van operaties berust op een goede planning. Daarnaast legde hij er de nadruk op dat een goede commandant rechtvaardig enAdieu mon Général1 - kopie integer behoort te zijn en zorg behoort te dragen voor zijn huzaren en zijn tanks. Zijn stelregel was: schop nooit naar beneden maar naar boven.

Broertjes stond bekend om zijn gevoeligheid voor het onder alle omstandigheden in stand houden van de rijke traditie der Cavalerie. Bij de Cavalerie stond hij bekend om zijn voorbeeldgedrag, zijn stijl en goede manieren, normen die hij ook oplegde aan de jongeren die onder zijn commando stonden. Hij zorgde voor een goede sfeer binnen zijn eenheid, afdeling of staf en men werkte over het algemeen, mede ook door de grote teamgeest die daardoor heerste, graag voor hem.

Broertjes  bezat een huisje, Pondok Kajoon, aan de Loosdrechtse Plassen. Naast zeilen hield hij van paardrijden en autoraces. Op de 90ste verjaardag van Prins Bernhard bezocht hij deze samen met zijn zoon, Pieter Broertjes, anno 2014 burgemeester van Hilversum.

Decoraties en wetenswaardigheden 

Broertjes was Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden, bezat het Erekruis in dOnderscheidingen Broertjese Huisorde van Oranje, het Oorlogsherinneringskruis met gesp mei 1940, was drager van het Verzetsherdenkingskruis en bezat het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen. Hij werd door majoor Da Costa in een radio-uitzending van 14 juli 1947 de "held van Medan" genoemd. Dat was wegens zijn activiteiten tijdens de Eerste Politionele Actie.  

Broertjes keerde in 1977 naar Indonesië terug, waar hij te Bandoeng een ontmoeting had met zijn medestudenten uit 1939 aan de Koninklijke Militaire Academie (dan generaal-majoor TNI) Soerjosoerjarso en (dan generaal,  gouverneur KMA-TNI, inspecteur Cavalerie) Akabri.

 


Begrafenis

 

 

 

 

 

 

 

 


Bronvermelding


 

[ Terug

 

f t

Login