Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 149482308 5065800123493941 83622456903537427 o


De Blom-doctrine. Wat is dat?

De Blom doctrine is een denkwijze waarbij geschiedenis niet meer met zuivere wetenschappelijke distantie wordt benaderd. De wetenschapper benadert zijn onderwerp niet op basis van een pure probleemstelling die hij probeert te beschrijven aan de hand van evenwichtig gewogen bronnen maar op basis van persoonlijke opvattingen van de onderzoeker. De "wetenschapper" spiegelt zijn stelling aan zijn persoonlijke opvattingen. Hij interpreteert en experimenteert.

De Blom-doctrine is begonnen met de aanstelling in 1996 van J.C.H. (Hans) Blom (Leiden, 4 januari 1943) bij het NIOD. Deze doctrine wordt toegepast binnen de "contemporaine geschiedschrijving", waarbij de aandacht vooral ligt op de studie van de “moderne” tijd van na de Middeleeuwen. Dit tijdvak “nieuwe tijd” wordt vaak verdeeld in vroegmodern, modern en eigentijds.

Met name de meest recente – eigentijdse – periode wordt volgens de Blom-doctrine bestudeerd met toepassing van eigentijdse politieke opvattingen. Dus hoe men met een inclusieve agenda aan de hand van inclusieve opvattingen Kamphuis in legermuseum een periode bestudeert. Het grote gevaar dat hierin schuilt is dat een selectief gebruik van bronnen dan ook kan inhouden een eenzijdig gebruik van bronnen die passen bij de gehanteerde politieke opvattingen.

Dit neigt naar falsificatie of zelfs manipulatie. Men zoekt niet naar een speld in een hooiberg, men zoekt alleen naar een bepaalde speld in de hooiberg. Dat is geen evenwichtige weging van bronnen. Professor dr. H. Amersfoort (emeritus hoogleraar Militaire Geschiedenis en Algemene Strategie) en Drs. P.H. Kamphuis (voormalig directeur Nederlands Instituut voor Militaire Historie) zijn felle aanhangers van de doctrine van Blom, waarbij feiten en jaartallen niet meer leidend zijn. Zij doen aan interpretatiegeschiedschrijving. Dat is echter alleen integer mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • Men terzake van de onderliggende materie voldoende verstand van zaken heeft [in casu het krijgsbedrijf];
  • Men geen buitenschalige toepassing van totem pro parte c.q. pars pro toto toepast;
  • Men een evenwichtig benadering van beschikbare bronnen hanteert;
  • Men zijn conclusies zorgvuldig formuleert, met de overwegingen hoe men tot een theorie komt;
  • Men de wetenschappelijke discussie aangaat om het beeld te staven dan wel aan te scherpen.

Bedrijvers van de Blomdoctrine

Amersfoort en Kamphuis zijn twee exponenten van het doorgeschoten Blomisme. Zij geven beiden in hun teksten aan het krijgsbedrijf onvoldoende tot hun kennis te mogen rekenen. Dat kan men zien aan opmerkingen als "een beetje aanvallen" of "Heinkels" in plaats van "Stuka's".

Verder gebruiken zij bij voortduring de term "oorlogsmisdaden". Meestal zonder goed te weten volgens welke wet en of deze ook op dat moment toepasbaar was. Men heeft onvoldoende kennis van of gebruikt onvoldoende de geldende juridische termen.

Amersfoort en Kamphuis maken daarnaast oneigenlijk of onevenredig gebruik van het totem pro parte c.q. pars pro toto toepast principe. Dat doen zij bijvoorbeeld door te stellen dat het Nederlandse leger in gelijke mate oorlogsmisdaden beging als de Waffen SS op basis van slechts enkele gevallen. En op basis van ongelijkheid van de gevallen.

Daarnaast devalueren of excommuniceren Amersfoort en Kamphuis hun criticasters waaronder eerlijke en oprechte ooggetuigen. Oral history is interessant maar moet met geschreven bronnen worden ondersteund. Anders begaat de wetenschapper een doodszonde. Hypotheses worden gebracht als volkomen waarheden. Kritiek wordt veelal niet direct beantwoord en genegeerd. Indirect devalueren genoemde "wetenschappers" hun critici of maken zij hen belachelijk.

De huidige generatie krijgshistorici verbonden aan het NIOD, het NIMH en het KITLV, soms ook via leerstoelen van de KNAW, vormen een kroon-kolonie van de Blom-doctrine. Eigen inzichten en eigen-wijsheid zijn voor hen leidend. Opvallend genoeg zit er geen militair onder hen, maar is het een burgerbolwerk binnen Defensie en de Krijgswetenschappen, zoals onderwezen aan universiteiten.

Een slechte zaak want krijgshistorie is een militair technisch vak alsmede een historische wetenschap. Beide zaken horen tot de bagage van de krijgshistorici te behoren en dat doen ze in Nederland niet. Helaas gelukte het Kamphuis en zijn Blom-school om in 2016 de regering op dubieuze gronden te bewegen een zogenaamd Indië-onderzoek in te stellen.

En helaas wordt dit "onderzoek" uitgevoerd door de tegenwoordige leider Kamphuis (achter de schermen) en verdere aanhangers van de Blom-doctrine.

Zie ook:

f t

Login