Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

P1350296

 


2017. Plink, W.L. e.v.a. 's Konings Vaandel. De vaandels en standaarden van de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden. UItgegeven in eigen beheer onder auspiciën van de Commissie van Advies Vaandels en Standaarden. ISBN 978-94-92390-00-4

's Konings Vaandel werd opgedragen aan Frans Smits, Henk Ringoir, Carel Heshusius, Frits Fabri en Jan Cees Hopperus Buma, allen reeds overleden. Het werk bevat 19 rijk geïllustreerde hoofdstukken en besluit met een korte omschrijving van de auteur, W.L. Plink, wiens levensverhaal een eigen publicatie rechtvaardigt

Binnen de krijgsmacht wordt het boek verspreid door de sectie Ceremonieel & Protocol. Ook liggen exemplaren van het boek ter inzage in de Historische Collecties en Traditiekamers. De auteur
onderzoekt de mogelijkheden om een handelseditie uit te brengen. Het zou erg jammer zijn als dat niet gebeurde. 

Inleiding

Het boek 's Konings Vaandel behandelt de geschiedenis van vaandels en standaarden van het Koninkrijk der Nederlanden vanaf 1813, met de bedoeling de kennis hierover te vergroten.Korps Marechausse Vaandels waren van oorsprong de veldtekens van regimenten en andere onderdelen van de krijgsmacht.

Een vaandel is een vierkante vlag van zijde, geborduurd, met de naam van het regiment of korps, emblemen, jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen, waaraan het regiment of korps had deelgenomen.

Een standaard is het vaandel van een bereden eenheid. Na 1813 werden vaandels en standaarden alleen nog gebruikt als veldteken en als symbool van verbondenheid met de Koning of Koningin.

Indien een eenheid een niewe naam kreeg was er in feite sprake van een nieuwe eenheid, die de traditionele verworvenheden van de voorgaande overnam. Als dit geschiedde ontwierp men een nieuwe vaandel of standaard. 

In de inleiding van het werk behandelt de auteur onder meer de kenmerken van een vaandel en de onderdelen, zoals de vaandeltop en het koort met vaandelkwasten. 

Geschiedenis en tradities van het vaandel

In de eerste drie hoofdstukken worden de geschiedenis (vanaf de Midddeleeuwen tot 1813) en tradities van het vaandel beschreven. Vaandels en standaarden vormden door de tijd heen een belangrijk traditiesymbool voor de band tussen de krijgsmacht en het Koninklijk Huis. De historie krijgt van de auteur een uitgebreide beschrijving met veel aandacht voor de vele strijdperken en veranderingen die het vaandel en de ceremonies daaromheen ondergingen. Inhuldiging Koning WIllem Alexander overzicht podium

Met name in de twintigste eeuw werd het woord "traditie" als "iets afgestorvens, iets voor mensen die meer in het verleden dan in het heden leven beschouwd", althans zo beschreef kolonel M.R.H. Calmeyer dit in 1947 in de Militaire Spectator

In 's Konings Vaandel besteedt de auteur uitgebreid aandacht aan het begrip en de achtergronden van de (militaire) tradities. Dat is belangrijk omdat deze de basis vormden voor veel (militaire) gewoonten en gebruiken, ceremonieel en protocol. Vaandel regiment Van Heutsz

De symbolische waarde van het vaandel was onder meer gelegen in het betonen van trouw aan Koning en Vaderland, de saamhorigheid en eer der eenheid, eerbied voor de daden, waarbij militairen van de eenheid met inzet van het eigen leven hun trouw aan het Vaderland betoonden, eerbied voor de personen die het hoogste offer brachten en aan hen die daden van grote moed verrichtten. 

De auteur gaat vervolgens dieper in op de waarde en betekenis van het vaandel in de moderne tijd. In de periode na 1950 werden veel regimenten namelijk niet langer gezien als organisatie-onderdelen maar slechts traditie-eenheden.

Vaandels en standaarden in de twintigste eeuw

In de loop der twintigste eeuw kregen veel regimenten een andere naam en daarmee nieuwe vaandels. Het Koninklijk Nederlands-Indisch leger bijvoorbeeld werd in 1949 opgeheven maar de tradities voortgezet in het nieuwe Regiment Van HeutszGrenadiers en Jagers De tradities van het Korps Speciale Troepen werden overgenomen door het Korps Commandotroepen. Dit gold ook voor veel andere eenheden. 

Ook de betekenis van de vaandels was aan verandering onderhevig. Tot 1940 werden vaandels te velde meegevoerd, als een voor allen zichtbaar teken van de plaats der commandovoering. Zij dienden tot bezieling van de krijgsman en wekten hem op tot uiterste krachtsinspanning en plichtsbetrachting. 

Na die tijd verwerd de betekenis van het vaandel tot een slechts symbolische "traditie van verbondenheid" met het Huis van Oranje en symbool van het vertrouwen van Vorst en regering in de eenheid. 

Toen in 1950 de nummerregimenten omgezet werden in naamregimenten en er dus nieuwe vaandels dienden te komen omzeilde men deze kostbare aangelegenheid. Hiertoe werden de zogenaamde cravattes ingevoerd. Een cravatte is een oranjekleurige strook stof met een lange en een korte strook. Op de lange strook staat de naam van het nieuwe regiment, op de korte het jaartal van oprichting. 

De auteur van 's Konings vaandel beschrijft in hoofdstuk 7 een groot aantal uitreikingen van vaandels en standaarden aan vele eenheden, allen rijkelijk  geïllustreerd met schitterende foto's. 

Vaandels van de Zwitserse regimenten en het Koninklijk Nederlands-Indische leger

Na de Napoleontische tijd huurde Koning Willem I vier regimenten Zwitserse keurkorpsen in. Alle intriges rondom het invoeren voor en uitreiken aan de Zwitserse korpsen van de vaandels, evenals de geschiedenis daarvan, worden door Plink smakelijk beschreven. Krijgsverrichtingen KNIL

Nederland kende, in de periode na 1830, een lang voortdurende periode van vrede. Dat was echter niet het geval in de kolonie Nederlands-Indië, met meerdere oorlogen en voortdurende militaire expedities. Met name de Atjeh-oorlog betekende een langdurige periode van strijd. 

Plink geeft een overzicht van de geschiedenis van het Indische leger, dat in den beginne nog geen vaandels bezat en daarom de nationale driekleur voerde. Pas na het einde van de Java-oorlog, toen het leger zelfstandig werd, vond er een herindeling van de eenheden plaats en werden vaandels ingevoerd. 

De vaandels van eenheden van het KNIL weken in zoverre af van die in Nederland dat boven in plaats van onder de bekroonde W de naam van het korps werd genoemd. Enige tijd daarna voegde men ook de aanduiding Koninklijk Nederlands Oostindisch Leger toe. 

Veldtochten, die op Nederlandse vaandels wel werden vermeld, stonden niet op de Indische. Later vatte het Regiment Van Heutsz deze wapenfeiten samen onder de noemer "Krijgsverrrichtingen Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (1832-1950)". 

Deze hoofdstukken zijn zeer de moeite waard, vooral omdat in deze periode en in de kolonie zeer veel strijd geleverd werd en het vaandel dus aan waarde toenam. Zozeer zelfs dat enkele malen de Militaire Willemsorde aan een vaandel werd toegevoegd (zoals bij het zevende bataljon Infanterie, Koninklijk Besluit 11 december 1949 voor de krijgsverrichtingen tijdens de derde expeditie naar Bali). 

De tragiek van de vaandels van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger en schutterijen/hulpkorpsen

Kolonel b.d. C.A. Heshusius achterhaalde in 1986 wat er in het rampjaar 1942 (verovering van Nederlands-Indië door Japan) met de vaandels geschiedde. Heshusius vliegtuigbom De auteur van dit werk geeft een boeiende beschrijving van het begin van de oorlog met Japan en hoe men in deze angstaanjagende periode de vaandels soms tevergeefs veilig trachtte te stellen. 

Het vaandel van het Korps Marechaussee te Atjeh en Onderhorigheden bleef uiteindelijk bewaard en bevindt zich thans in de collectie van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie in Bandoeng overleefde eveneens de bezetting door Japan en wordt tegenwoordig bewaard op de Koninklijke Militaire Academie in Breda. 

Voor het lot van de overige vaandels verwijzen wij naar het werk van Plink, waarin hij een uitgebreide beschrijving geeft over wat er met deze doeken gebeurd is. Dat geldt ook (hoofdstuk 11) voor die van de Schutterij en de hulpkorpsen, zoals bijvoorbeeld het Legioen van Pangeran Adipati Ario Prang Wedono te Soerakarta.  

Vaandels der weerkorpsen, standaardopschriften en dapperheidsonderscheidingen

Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw voerde vrijwel ieder instituut, vereniging of vakbond een vaandel, vlag of banier. Plink beperkt zich in zijn werk tot de semi-militaire vaandels, zoals die van de schutterijen, de Bijzondere Vrijwillige Landstorm en de studentenkorpsen. Derde bataljon Koloniale infanterieHij beschrijft de geschiedenis van de vaandels van de schutterij  en studentenkorpsen door de eeuwen heen en illustreert zijn tekst met schitterende platen. 

Plink vervolgt zijn boek met een hoofdstuk over vaandel- en standaardopschriften. Nederland was daar over het algemeen terughoudend in, waardoor het onderzoek dat de schrijver van het boek hiernaar verricht heeft dit hoofdstuk zeer informatief maakt.

Met name de moeilijkheden en inconsequenties die ontstonden na de Politionele Acties, omdat dit formeel geen oorlog mocht heten, zijn boeiend om te lezen (zie hiervoor ook de bladzijden 318-323).

Een van de eretekens die aan de vaandels werd bevestigd was de eerder genoemde cravatte. In 1849 werd de eerste Militaire Willemsorde aan een vaandel toegevoegd. Plink beschrijft de ambtelijke taferelen rondom het toekennen ervan met verve. Andere eretekens waar hij aandacht aan besteedt zijn de Bronzen Leeuw en commemoratieve onderscheidingen als het Zilveren Kruis, het Metalen Kruis en de Citadelmedaille. 

Artillerie: ereblijken en sjabrakken

De artillerie kende tot 2002 geen vaandels of standaarden omdat dit wapen geen veldteken nodig had. Plink toont in zijn werk aan dat er desalniettemin toch vaandels van de artillerie bekend zijn. Daarnaast geeft hij in zijn werk een boeiend "college" in monogrammen van kanonnen en de ereblijken die dit wapen mocht ontvangen. 

Het monogram, nu zonder wapenspreuk, werd na de Tweede Wereldoorlog weer ingevoerd. Daarnaast introduceerde men de sjabarak, een zadelkleed in een rijk uitgevoerde versiering. De schrijver licht het ontstaan van de sjabarak nader toe en illustreert zijn verhaal met schitterende foto's. 

Cravattes, ceremonieel, fanions, vlaggen, bandelieren en vaandeltrofeeën

Een cravatte is een hulpmiddel om een wijziging van of aanvulling op de tekst op het vaandel- of standaarddoek aan te geven.  Plink beschrijft de historie van de cravattes met mooie foto's ter illustratie. Plink en het schilderijcc

Hij vervolgt zijn boek met een hoofdstuk over de rol van het vaandel bij het ceremonieel in het algemeen en bij parades en beëdigingen in het bijzonder.

Vervolgens vertelt hij de geschiedenis en rol van fanions (richtvlag ter vervanging van een vaandel bij bataljons die niet over een vaandel beschikken), richtvlaggen (een fanion, bedoeld voor eenheden van compagniesgrootte), bandelieren (draagband van het vaandel) en vaandeltrofeeën (vaandels veroverd op de vijand).

Met name die laatsten belicht Plink aan de hand van vele voorbeelden uit de geschiedenis, onder meer uit Nederlands-Indië. 

Ten slotte

Plink illustreert zijn goedgeschreven en heldere teksten steeds met schitterende illustraties, meestal in kleur. 's Konings Vaandel. De Vaandels en Standaarden van de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden telt 414 bladzijden maar laat dit aantal u niet weerhouden dit fantastische boek te lezen. Aangezien de auteur een vlotte schrijfstijl heeft en u heel veel mooie afbeeldingen biedt is het werk een genoegen om te lezen. 

Dat is niet alleen voor hen die binnen de krijgsmacht werkzaam zijn maar ook voor burgers die meer willen weten over de vaderlandse historie en alles wat daarmee samenhangt en hing. Het lijkt ons daarom een dringende noodzaak van dit schitterende werk ook een handelseditie uit te brengen. 


 

f t

Login