Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Boreel JJ


Zie ook Familie Boreel


Familie

Johan Jacob Boreel (Padang, 4 mei 1869 - Den Haag, 19 december 1934) werd geboren als zoon en een van de zes kinderen van jhr. Theodorus Gustaaf Victor Boreel (1831-1900), kandidaat-notaris en ambtenaar in Nederlands-Indië, laatstelijk resident te Poerwakarta, en Jacoba Hageman (1841-1920).

Zijn vader werd in 1868 ingelijfd in de Nederlandse adel waardoor deze en zijn mannelijke nakomelingen het predicaat jonkheer mochten gaan voeren. Hij trouwde in 1893 met Sophia Fredrika Gericke (1867-1904) met wie hij drie kinderen kreeg.

Militaire loopbaan

Boreel trad in 1891 in dienst van het Nederlandse leger maar ging al spoedig tot het Indische over. Hij werd in 1892 benoemd tot tweede luitenant, in 1895 bevorderd tot eerste luitenant en in 1905 benoemd tot kapitein. Boreel was met verlof in Nederland toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak; hij werd tijdens de mobilisatie ingedeeld bij het Nederlandse leger, werd er in 1914 benoemd tot majoor en in 1917 tot luitenant-kolonel.

In dat jaar keerde hij naar Indië terug, waar hij op 7 januari 1919 de dienst verliet en overging naar het Soerabaja's Handelsblad. Aanvankelijk was hij hier werkzaam als administrateur maar in 1922 werd hij benoemd tot directeur. Boreel verbleef tot 1928 in Indië en was daarna in Den Haag woonachtig. Gedurende zijn verblijf in Indië was hij onder meer bestuurslid van de Simpangse Sociëteit te Soerabaja.

Bij de marechaussee

Boreel speelde een grote rol gedurende de krijgsbedrijven bij de marechaussee; hij was hier vele jaren werkzaam en bekleedde daarnaast ook verschillende bestuursfuncties. Hij diende op Atjeh van 1900-1915; gedurende die tijd was hij lange tijd civiel gezaghebber van de VII Moekims, Poelo Raja en Meulaboe; als kapitein der marechaussee nam hij aan vrijwel alle expedities deel.

Hij droeg het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met vier gespen, namelijk Atjeh 1896-1900, Atjeh 1901-1905, Atjeh 1906-1910 en Atjeh 1911-1914. In 1900 werd Boreel licht gewond bij een actie in de sectie Meureudoe; hij onderscheidde zich tijdens deze actie en expeditie dusdanig dat aan hem in 1900 een Eervolle Vermelding werd toegekend voor zijn gedrag in het tweede halfjaar van 1899.

Latere leven

In 1900 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau, dit ook omdat hij zich onderscheiden had te Atjeh en Onderhorigheden in de eerste helft van genoemd jaar. In de tweede helft van dat jaar verwierf hij voor de tweede keer een eervolle vermelding en tenslotte verkreeg hij bij Koninklijk Besluit van 26 november 1912 nummer 25 de Militaire Willems-Orde wegens zijn gedrag gedurende de krijgsverrichtingen in Atjeh en Onderhorigheden in 1910.

Boreel werd op 17 december 1934 's avonds om half 7 in de Parkstraat te Den Haag door een auto aangereden, waarbij hij een schedelfractuur verkreeg en in zeer zorgwekkende toestand naar het gemeentelijk ziekenhuis werd gebracht; medische hulp mocht echter niet meer baten en hij overleed in de ochtend van de 19de december. Hij werd begraven op Oud Eik en Duinen.


 [ Terug ]

f t

Login