Afdrukken

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

Willem Boreel2


Zie ook: familie Boreel


Inleiding

Willem Boreel (Martapoera, 23 mei 1895 - Bennekom, 27 september 1977) volgde de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine en werd met ingang van 9 oktober 1916 benoemd tot luitenant-ter-zee derde klasse. Hij werd begin 1918 geplaatst op Hr. Ms. Pantserschip Hertog Hendrik, dat via de West naar de Verenigde Staten voer en vandaar koers zette naar Nederlands-Indië, en met ingang van 9 oktober 1918 bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse. In de Indische wateren werd hij in augustus 1919 overgeplaatst op Hr. Ms. Jakhals.

Boreel repatrieerde en werd met ingang van 1 september 1921 overgeplaatst op het Wachtschip te Willemsoord. Met ingang van 22 oktober 1922 werd hij aldaar tewerk gesteld bij de onderzeedienstkazerne en in 1924 geplaatst op Hr. Ms. KX, die de achttiende september naar Nederlands-Indië vertrok. In mei 1925 werd Boreel, nog steeds actief in de Indische wateren, overgeplaatst op Hr. Ms. KVII en in juli 1926 op Hr. Ms. KIII aangesteld als commandant.

Tochten door de Indische wateren

Boreel werd bij Koninklijk Besluit met ingang van 1 september 1927 bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse en nam met zijn boot Hr. Ms. KIII in april 1928 deel aan de verrichtingen van het Oefeneskader Makassar, dat op 12 april vanaf Soerabaja vertrok en onder commando stOnderzeeboot KXVIond van kapitein-ter-zee F.J. Osten, commandant van de Soerabaja. De oefeningen zelf werden gehouden in de zogenaamde "natte vierhoek", namelijk tussen Soerabaja, Ampenan, Makassar en Balikpapan.

Boreel werd met ingang van 1 november 1929 belast met de betrekking van chef van het torpedo-atelier te Hellevoetsluis en met ingang van 2 november 1931 bij de Hogere Marine Krijgsschool te Den Haag geplaatst.  Hij vertrok per marinestoomschip Baloeran in december 1933 naar Nederlands-Indië, waar hij geplaatst werd bij de Onderzeedienst en in het algemeen belast werd met het bevel over de divisie onderzeeboten, specifiek met dat over Hr. Ms. KXII. Hij werd op 6 juli 1934 ontheven van dit commando en te werk gesteld bij de Onderzeebootdienst in Nederlands-Indië.

Verrichtingen tijdens de late jaren dertig

Boreel werd in 1935 geplaatst op Hr. Ms. KXI en in mei 1935 overgeplaatst op de Hr. Ms. XVI (dezeSumatra onderzeebootjager zou later met haar commandant, Louis Jan Jarman, door de Japanners worden getorpedeerd). Aan het einde van dat jaar werd hij overgeplaatst bij het Departement van Marine en bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1936 benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden.

Het jaar daarop, Boreel was inmiddels benoemd tot sous-chef van de Marinestaf, vergezelde hij de commandant der Zeemacht Schout-bij-Nacht H. Ferwerda (tevens schoonvader van eerder genoemde Louis Jan Jarman) op diens inspectietocht per gouvernementsstomer Valk naar het eskader in de Straat Madoera en de inrichtingen der Marine te Soerabaja. Het gezelschap maakte daarnaast een vlucht met de dan nieuwe Fokker-bommenwerper.

Tweede Wereldoorlog

Boreel werd met ingang van 25 augustus 1938 aan boord van  Hr. Ms. Sumatra geplaatst, het jaar daarop bevorderd tot kapitein-luitenant-ter-zee, overgeplaatst naar het Departement van Defensie en met ingang van 3 juli 1939 opnieuw benoemd tot souschef van de Marinestaf. Rond de aanvang van de Tweede Wereldoorlog (maart 1940) bevond Boreel zich bij de loods van de Rotterdamse Droogdokmaatschappij, waar hij in zijn functie als souschef aanwezig was bij de tewaterlating van Hr. Ms. OXXIV. Hij wist echter tijdig uit Nederland naar Engeland te ontkomen en was zeer actief tijdens de diverse strijdhandelingen en bij de Marinestaf in Londen.

Bij Koninklijk Besluit van 4 december 1941 kreeg Boreel verlof tot het aannemen en dragen der versierselen van Honorary Commander in the Military Division of the Most Excellent Order of the British Empire. Daarnaast bezat hij het Oorlogsherdenkingskruis. In juni 1943 werd hij, inmiddels bevorderd tot kapitein ter zee, als oudst aangewezen zeeofficier te Suriname, ontvangen door de gouverneur van Curaçao.

Latere loopbaan

Boreel werd bij afwezigheid van schout-bij-nacht Carel J. Baron van Asbeck, Algemeen Militair Commandant, met deze functie belast en in februari 1946 benoemd tot commandant van het eerste Nederlandse vliegtuigmoederschip. Een maand later kreeg hij van kolonel F.M. Johnson, militair attaché van de Verenigde Staten, het Legioen van Verdienste van de Verenigde Staten (Legion of Merit) overhandigd.  

In december 1947 maakte Boreel deel uit van het ere-comité Nationaal Steunfonds Afdeling Suriname. Hij verliet de zeedienst in de rang van kapitein ter zee en werd later nog benoemd tot Ereridder in de Johanniter-Orde. Boreel overleed in 1977 in de leeftijd van 82 jaar.  


 Bronvermelding


 [ Terug ]