Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Jeekel CA goed


Inleiding

Familie

Vroege loopbaan

Expeditie naar de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo

Een beeld uit de expeditie

Latere tijd als Marineofficier

Latere loopbaan

De glasindustrie

Diverse werkzaamheden

Overlijden en begrafenis

Bibliografie

Bronvermelding


Inleiding

Christiaan Antoon Jeekel (Den Haag, 20 mei 1839 - Leerdam, 7 februari 1885) was ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse, luitenant-ter-zee eerste klaHandtekening Jeekelsse, majoor der Schutterij, burgemeester van Leerdam en dijkgraaf van Vijfheerenlanden.

Hij was de oprichter en directeur van de witglasfabriek Jeekel, Mijnssen en Co., de latere glasfabriek Leerdam.

Familie

Jeekel was de zoon van Christiaan Antoon Jeekel (1807-1856), officier der eerste klasse KM, ridder Nederlandse Leeuw, en Anna Sophia Vaddd 000024409 mpeg21 p004 imageerst (Curaçao, 1807-1886). De zuster van de vader van Jeekel, Johanna Catharina, trouwde met Jules Arthur Emile Dinaux, wiens moeder een familielid was van generaal Gustave Marie Verspyck, de latere commandant van Jeekel tijdens de Expeditie naar de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo

Jeekel zelf trouwde op 11 januari 1866 met Hermine Caroline Mijnssen (1841-1925). Het echtpaar kreeg vier kinderen. De kleindochter, Cato Ottoline (1896-) (dochter van zijn zoon Christiaan Antoon (1866-1927)), trouwde met Michaël Rudolph Hendrik Calmeyer (1895-1990). Diens kleinzoon, Willem Simco Michael Calmeijer Meijburg, is de tegenwoordige chef-staf van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht generaal Hoitink.

Tijdens het huwelijk van de dochter  van generaal Verspyck, Jeanne Claudine Desirée, met Jacob Christiaan Mijnssen, een neef van de echtgenote van Jeekel, op 29 april 1880,  traden zowel Jeekel als luitenant-kolonel bd. Johannes Jacobus Wilhelmus Eliza Verstege, die elkaar kenden van de expeditie naar Borneo, op als getuigen. De kleinzoon van Jeekel, luitenant-ter-zee tweede klasse Christiaan Antoon Jeekel (1909-1941), zoon van Christiaan Antoon Jeekel (1866-1927), sneuvelde toen zijn boot werd geraakt door een Japanse torpedo.

Vroege loopbaan 

Jeekel werd bij Koninklijk Besluit van 26 juli 1852 met ingang van  1 september 1852 benoemd tot adelborst der tweede klasse aan de Koninklijke Academie voor de Zee- en de Landmacht. Aanvankelijk had Jeekel als jonge manhij weinig succes bij zijn studie wegens zijn vrolijke en voor de indertijd strenge militaire inrichting opgewonden karakter. Dit verbeterde echter allengs en zijn superieuren leerden dat Jeekel wel degelijk een helder verstand en de voor de studie benodigde ernst en warm militair hart bezat. 

Bij Koninklijk Besluit van 15 augustus 1856 werd Jeekel met ingang van 1 september 1856 benoemd tot adelborst der eerste klasse bij de Nederlandse Zeemacht. Dat was als een der eersten van zijn lichting.  Hij werd vervolgens, met ingang van 1 september 1856, geplaatst op  Zr. Ms. fregat Doggersbank en overgeplaatst op ZDoggersbank2r. Ms. instructiebrik Zeehond, waarmee hij naar Lissabon voer.  

Eind december 1857 werd Jeekel overgeplaatst op Zr. Ms. raderstoomschip Ardjoeno, dan gelegen te Hellevoetsluis, en bij Koninklijk Besluit van 2 december 1858 nummer 70 met ingang van 1 januari 1859 benoemd tot luitenant-ter-zee der tweede klasse. Met de Ardjoeno voer hij naar de oost, waar hij als officier geplaatst werd op Zr. Ms. schroefstoomschip Montrado.

Bij Koninklijk Besluit van 14 september 1859 nummer 99 werd hij eervol vermeld voor zijn verrichtingen tijdens de expeditie tegen de kampong Saribanoa, op het eiland Sepora, in de maand april 1859, tot bestraffing van de moordenaars van luitenant ter zee J.P. Uijttenhooven en van twee inlandse matrozen.

Expeditie naar de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo

Jeekel nam samen met zijn vriend George Frederik Willem Borel deel aan de expeditie naar de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, onder commando van Gustave Marie Verspyck. Dat was in het begin vanaf het schip Montrado.  Tijdens deze expeditie werkten de land- en deZM Stoomschip Celebes in gevecht zeemacht vanwege de landschapsstructuur van Borneo nauw samen. Jeekel werd voor zijn verrichtingen bij Koninklijk Besluit van 18 februari 1861 nummer 82 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde.

Dat was omdat hij een van diegenen was die zich sinds het begin van de expeditie in die Afdeling of bij het debarkement in de Kapoeas-rivier op 28 april 1860 had onderscheiden.

Een beeld uit de expeditie

Op 11 juni 1859 nam Jeekel als commandant van een gewapende sloep deel aan het bezetten van Marta Poera en vijftien dagen later als chef der landingsdivise aan de actie tegen Tjampelha. Hij hielp de 30ste junMartapoera opgenomeni een krachtige aanval op Marta Poera afslaan en verkreeg daarbij een verwonding.  In de nacht van 18 op 19 juni werd hij aan levensgevaar blootgesteld. Terwijl hij op een stoel lag te slapen werd hij gewekt door geritsel in de struiken.

Hij zag dat een der op Goenong Lawak gevangen gemaakte opstandelingen zich had weten ontdoen van de touwen waarmee hij vastgebonden had gezeten. De gevangene legde vervolgens een geweer, dat gelukkig weigerde,  aan op Jeekel. Deze rende direct achter de vluchtende inlander aan en wist hem terug te brengen.

Op 27 augustus wist Jeekel mede Tabanio te veroveren en op 30 november maakte hij de tocht naar Katissan mee. Op 10 december volgde hij de expeditie naar Tellok. Gedurende een maand nam hij deel aan een brandexpeditie naar Kaudangan Krias, en zo waren er nog veel meer strijdperken tijdens de Banjermassinsche Krijg, waarin Jeekel een werkzaam aandeel had.

Latere tijd als Marine-officier

Jeekel voer in juli 1861 op Zr. Ms. schroefstoomschip Groningen, waarmee hij pas in juli 1862 naar Nederland terugkeerde. Op 21 juli 1864 werd hij geplaatst op Zr. Ms. fregmarineschepen op redeat met stoomvermogen Zeeland, in augustus van datzelfde jaar overgeplaatst op Zr. Ms. stoomfregat Adolf van Nassau, dat op de Oost voer, en uiteindelijk, in september 1865 op het wachtschip te Willemsoord geplaatst. In deze tijd richtte hij het Vrijkorps Artillerieschutters Den Helder op.

Te Willemsoord diende Jeekel gedurende anderhalf jaar, waarna hij met ingang van 1 mei 1867 overgeplaatst werd op Zr. Ms. schroefstoomschip Metalen Kruis. Met dit schip maakte hij, varend in eskader, een grote tocht; andere schepen die deel uit maakten van deze groep waren het stoomfregat Adolf Hertog van Nassau en het schroefstoomschip eerste klasse Curaçao. De reis ging naar de kust van Guinea, naar aanleiding van de uitwerking van het traktaat met Engeland van 5 maart 1867.  Op 1 juli 1868 werd hij Jeekel bevorderd tot luitenant ter zee eerste klasse en aangesteld als adjudant van de directeur en commandant van Zr. Ms. Zeemacht te Hellevoetsluis. In deze functie kreeg hij op 1 december 1871, wegens lichaamsgebreken, pensioen toegekend.

Jeekel schreef in deze tijd veel brochures, die werden gepubliceerd door boekhandelaar C.F. Stemler in Amsterdam. Met name zijn werk over de doorgraving der landengte van Suez en haar gevolgen werd zeer gunstig ontvangen: "meer dan ooit is men na de lezing doordrongen van de noodzakelijkheid der directe stoomvaart tussen Nederland en Java" (Nieuws van de Dag, 22 maart 1870).

Latere loopbaan

Blijkens acte van de 31ste maart 1875, ten overstaande van notaris Rouffaer te Amsterdam gepasseerd, werd de firma Jeekel & Co. opgericht, die het fabriceren van en het drijven van handel in flessen tot doel had.  In mei van datzelfde jaar hield Jeekel in het Rotterdamse Department der Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid een lezinBij de Kratong  en deed hij enige proeven met hardglas.

Naar aanleiding van het desastreuze verloop van de tweede expeditie naar Atjeh onder generaal van Swieten schreef Jeekel diverse stukken in Het Vaderland, gericht tegen generaal De Stuers, die het beleid van zijn schoonzoon, generaal van Swieten, verdedigde. Hij stelde onder meer:

"de tweede expeditie naar Atjeh, waar bij de ruime middelen die de opperbevelhebber ter beschikking stonden, een volledig succes mogelijk was, heeft slechts geleid tot een voet aan de wal zetten. In plaats van een eind van de oorlog, zoals generaal van Swieten het noemt, is men thans verwikkeld in een oorlog voet voor voet, waarvan het einde niet te voorzien is. De tweede expeditie is mislukt." 

De glasindustrie

In mei 1875 werd Jeekel door Z.M. de Koning naar 't Loo ontboden om hem de proeven met hard glas te laten zien. Op 15 juli 1876 werd de acte gepasseerd waarin Jeekel, dan fabrikant te Leerdam, en Jacob Jan Mijnssen, zijn Christiaan Antoon Jeekel 50 jaar glasindustriezwager, koopman te Amsterdam, als enige verantwoordelijke vennoten, een vennootschap aangingen met als onderwerp de oprichting en het drijven van een hardglasfabriek, onder de firmanaam Jeekel-Mijnssen en Co.

De glasfabricage geschiedde volgens het systeem van A. de la Bastie. Jeekel stond in deze tijd bekend als "eenPrijsvraag Jeekel man van fors gestalte niet alleen, maar ook van forse werkkracht, iemand die bezield was met durf en initiatief.  Behalve fabrieksdirecteur was hij burgemeester van Leerdam en allen, die zich hem nog herinnerden, prezen zijn voortvarendheid en ondernemingsgeest" (bron: Vijftig jaar glasindustrie).

Op 3 september 1878 werd een commanditaire vennootschap gevormd, waarbij Jeekel, Mijnssen en O.H.L. Nieuwenhuyzen als vennoten optraden. Het doel was toen de exploitatie van een fabriek van halfkristal en kristal.

Diverse werkzaamheden

Toen de Koninklijke Militaire Academie in 1878 vijftig jaar bestond zonden Jeekel (oud-adelborst) en Nieuwenhuijzen (oud-kadet) een rijke en fraai bewerkte kriMijnssen compagnonstallen feestbokaal, met daarin gegraveerd de militaire eretekenen en de belangrijkste veldtochten en expedities. Deskundigen noemden deze bokaal een "meesterstuk der fabricage" (De Standaard, 25 september 1878).

Inmiddels was Jeekel actief geworden binnen de sociale gemeenschap van Leerdam. In december 1881 zat hij de vergadering der commissie voor de weekmarkt voor en nam hij zitting in de commissie van het eeuwfeest van de Zeeslag bij Doggersbank.

Bij Koninklijk Besluit van 8 maart 1882 werd Jeekel per die datum benoemd tot burgemeester van Leerdam en in oktober 1883 aangesteld tot dijkgraaf van het hoogheemraadschap de Vijf Heerenlanden. Hij was met hart en ziel de liberale beginselen van het staatsrecht toegedaan. In deze tijd was hij ook actief als majoor-commandant der schutterij, waarover hij in 1878 te Den Haag al eens een lezing had gegeven.

Overlijden en begrafenis

Jeekel overleed in de vroege morgen van de zevende februari 1885 waarschijnlijk aan een hartaanval. In de kranten werd zeer lovend over hem geschreven. "EeGraf C.A. Jeekel. Foto Henk Schaaijn man met mannelijke eigenschappen, een persoonlijkheid waarvan kracht uitging, omdat hij zelf van kracht overvloeide. En ze zijn er niet zoveel, de kloeke figuren in onze kwijnende natie. Rijzig en tevens fors gebouwd, met de helblonde, naar het rood zwemende haren en baard.

Er zat vuur in die man, een vuur  dat zich uitte met een rondheid en een minachting voor plichtplegingen. Zowel vroeger als later heeft hij veel voor de nationale zaak gedaan, zowel met zwaard als woord" (Javabode, 21 maart 1885).  Jeekel werd op de begraafplaats te Leerdam ter aarde besteld; sprekers bij het graf waren onder meer generaal Verspyck, wethouders en kolonel der genie Kromhout.

"Niemand zag in de lofbazuin die over zijn graf werd gestoken enige vleierij. In aller ogen blonk smart. En dit waren voorzeker wel de tolken van de diepste smart, gevoeld bij het afscheid nemen van een man die zo geleefd had en die de dood zo plotseling wegnam." 


 Bibliografie

  • 1865. Marine Zoologie. C.F. Stemler. Amsterdam.
  • 1869. Het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. In: Onze Tijd nummer 12. Studies en berichten over personen, zaken en gebeurtenissen van onze tijd.
  • 1869. Onze bezittingen op Guinea. Met kaartje. C.F. Stemler, Amsterdam
  • 1870. De doorgraving der landengte van Suez en haar gevolgen. C.F. Stemler, Amsterdam
  • 1870. Het Koninklijk Instituut voor de Marine. Met plaat. C.F. Stemler, Amsterdam
  • 1874. Marineliteratuur. In: Vaderlandse Letteroefeningen, aprilnummer
  • 1875. C.A. Jeekel (luitenant ter zee eerste klasse en ridder in de Militaire Willems Orde). “Een slechte verdediging”, nog iets over Atjeh door generaal de Stuers. Het Vaderland, vrijdag 23 april 1875, nr. 95.
  • 1879. C. A. Jeekel (luitenant ter zee eerste klasse en ridder in de Militaire Willems Orde). Enige beschouwingen over “De Waarheid” over onze vestiging in Atjeh van luitenant generaal J. van Swieten. Henri J. Stemberg. Den Haag.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

 


 Bronvermelding

  • 1852. Koninklijke Besluiten. In: Utrechtsche Provinciale- en Stadscourant, 6 augustus 1852
  • 1856. Benoemingen en besluiten. In: de Middelburgsche Courant, 21 augustus 1856.
  • 1856. Marine en leger. In: de Middelburgsche Courant, 28 augustus 1856
  • 1857. Marine en leger. In: de Middelburgsche Courant, 22 september 1857
  • 1857. Marine en leger. In: de Middelburgsche Courant, 26 december 1857
  • 1858. Besluiten en benoemingen. In: de Nederlandse Staatscourant, 4 december 1858
  • 1859. Benoemingen. In: De Oostpost, 17 november 1859
  • 1861. Padangs Nieuws- en Advertentieblad, 17 augustus 1861
  • 1862. Scheepsberichten. In: de Middelburgsche Courant, 12 juli 1862
  • 1864. Besluiten en benoemingen. In: Rotterdamsche Courant, 12 juli 1864
  • 1864. Besluiten en benoemingen. In: Opregte Haarlemse Courant, 11 augustus 1864.
  • 1865. Binnenlandse berichten. In: de Nederlandse Staatscourant, 10 september 1865
  • 1865. Willem Adriaan van Rees. De Bandjermasinsche Krijg van 1859 tot 1863. Met portretten, kaarten en een terreinkaart.
  • 1867. Marine en leger. In: de Middelburgsche Courant, 18 april 1867
  • 1868. Besluiten en benoemingen. In: de Middelburgsche Courant, 14 juni 1868
  • 1875. Passeren van acte. In: De Standaard, 29 april 1875
  • 1875. Allerlei. In: Algemeen Handelsblad, 16 mei 1875
  • 1875. Diversen. In: Algemeen Handelsblad, 28 mei 1875
  • 1876. Onderhandse Acte. In: Algemeen Handelsblad, 29 juli 1876
  • 1881. Eeuwfeest Doggersbank. In: Het Nieuws van de Dag, 6 augustus 1881
  • 1881. Diversen. In: De Standaard, 20 december 1881
  • 1882. Besluiten en benoemingen. In: De Tijd, 11 maart 1882
  • 1883. Besluiten en benoemingen. In: Rotterdams Nieuwsblad, 30 oktober 1883
  • 1885. De levensloop van een fiks man. In: de Java-bode, 21 maart 1885
  • 1928. Vijftig jaar glasindustrie. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der NV Glasfabriek Leerdam, voorheen Jeekel, Mijnssen & Co. te Leerdam. Rotterdam.
  • zj. Het geslacht Jeekel, bewerkt door M.R.H. Calmeyer. Eigen uitgave.

[ Terug ]

f t

Login