Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

W.M.D. van Dijk


Zie ook:


Willem Marinus Dominicus (Wim) van Dijk (Fort de Kock, 15 december 1920 - bij Kali Djati, 3 maart 1942) was de zoon van Willem Louis van Dijk, onderluitenant en luitenant titulair van het KNIL,  en Josephina Gerharda Kilsdonk. Plink 222

Hij werd geboren in Fort de Kock, waar zijn vader indertijd gestationeerd was. Zijn zuster Wilhelmina Josephina Louise (1916) huwde in 1935 met Willem Gerrit Plink. Zij zijn de ouders van Willem Louis Plink (1936), luitenant-kolonel bd der Cavalerie, Huzaren van Boreel

Van Dijk trad op 10 oktober 1939,  voor de duur van vijf jaar, in dienst van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) en  reisde op 29 januari 1940 per stoomschip Marnix van St. Aldegonde naar Nederlands-Indië.

Aldaar werd hij in de functie van marconist ingedeeld bij de Militaire Luchtvaart KNIL en vestigde hij zich te Bandoeng. 

De val van Kali Djati

Japan troepen, onder leiding van vice-admiraal Takahashi, deden op 1 maart 1942 aanvallen op diverse lokaties aan de kust van Java. De eerste landing, onder leiding van luitenant-generaal Imamura, was te Teluk Banten Merak. De tweede vond op de kust Eratan Wetan onder bescherming van de Japanse luchtmacht plaats.Japanse luchtaanval op Kalidjati

De luchtmacht had zich tevens klaargemaakt om, onder leiding van kolonel Shoji, luchtbasis Kalidjati te veroveren. Intussen was een derde landing onder commando van brigade-commandant Sakaguchi op de kust van Kranggang aan de gang. De 3.000 manschappen, uitgerust met lichte wapens en fietsen, van Shoji waren ingedeeld in twee infanteriebataljons, die onder leiding stonden van de majoors Wakamutsu en Egashira.

Op vrijdag 1 maart 1942 werden de bewoners van Kalidjati en omstreken door de Japanse aanvaller verrast, toen Japanse eenheden overal verschenen en het vliegveld door bommenwerpers zwaar onder vuur werd genomen. Al snel waren de Nederlandse soldaten, onder druk van dit militaire geweld, gedwongen te capituleren of zich terug te trekken in de richting van Bandoeng. 

Dit alles was onbekend toen Van Dijk en de overige leden van de bemanning van een Glenn Martin naar het vliegveld Kalidjati werden gestuurd.  De CL te Andir had op 3 maart 1942 van het commando ML het onjuiste bericht gekregen dat Kalidjati was heroverd en opdracht gekregen een Glenn Martin naar het vliegveld te sturen om een verkenningsvlucht uit te voeren. Verkenningseenheid op de fiets op weg naar Batavia worden verwelkomt door de locale bevolking. 10 maart 1942

Tweede luitenant vlieger-waarnemer militaire luchtvaart KNIL René Belloni (Weltevreden, 17 januari 1918, postuum Bronzen Leeuw), Militaire luchtvaart KNIL sergeant bommenrichter Albert Hendrik Cannoo (Meester Cornelis, 4 maart 1920, postuum Vliegerkruis), soldaat luchtschutter Mlilitaire Luchtvaart KNIL Alfred Albertus Maaskamp (Poerworedjo, 25 november 1920, postuum Bronzen Kruis) en Van Dijk (in diens functie van boordtelegrafist), allen behorende tot de afdeling 1-VL GI,  kregen aldus de taak met een Glenn Martin bommenwerper naar Kalidjati te vliegen, daar zo mogelijk te landen en eventuele bagage op te halen. 

De Glenn Martin en haar bemanning keerden nimmer terug. Na de capitulatie vonden tewerk gestelde krijgsgevangenen de uitgebrande restanten van het vliegtuig aan de rand van het vliegveld. Tijdens de landing was de bemanning waarschijnlijk misleid door de vijand en in een zogenaamde "flaktrap" gelokt, waarna het toestel door de Japanse luchtdoeleenheid te Kalidjati was neergeschoten.verzicht van het strijdtoneel

Toen men op de basis niets meer van de eenheid Belloni vernam werd een tweede verkenningsvliegtuig naar Kalidjati gezonden. Ditmaal belastte men eerste luitenant-vlieger-waarnemer Benjamins met deze taak en werd een Brewster ingezet. De order die Benjamins meekreeg was: "Naar Kalidjati vliegen, het terrein vanuit de lucht verkennen, WMD van Dijk is hier gesneuveld. Er is niets van terug te vinden Kaladjatizo mogelijk landen en contact op te nemen met de CO ter plaatse. Vervolgens terug te keren naar Andir en een (mondeling) situatierapport aan de bevelhebbers aldaar te overhandigen."

Benjamins trof, toen hij eenmaal boven Kalidjati was, een naar het scheen volkomen verlaten luchthaven aan. Dwars over het vliegveld zag hij willekeurig geparkeerde Blenheims, schijnbaar onbemand luchtdoelgeschut en kriskras geparkeerde vrachtwagens. Nergens observeerde hij enige beweging. 

Toen Benjamins de landing trachtte in te zetten werd hij bedreigd door zwaar Japans mitrailleurvuur en gelijktijdig vanaf de platforms bestookt met kogels. Ineens bleek het vliegveld toch niet zo verlaten als aanvankelijk geschenen had. Aldus moest Benjamins te Andir het droeve bericht rapporteren dat Andir in Japanse handen en de eenheid Belloni waarschijnlijk gesneuveld was.  

Herdenking

Van Dijk en andere gesneuvelde soldaten der Militaire Luchtmacht worden herdacht middels een monument op Ereveld Menteng Pulo, afdeling Tjilitan. Op het monument staat, geflankeerd door een propeller,  de tekst: "Ter nagedachtenis aan onze gevallen kameraden". 

Op Menteng Pulo liggen de stoffelijke resten van omstreeks 25.000 slachtoffers van de strijd in Nederlands-Indië begraven. De lichamen van Van Dijk en diens makkers zijn nooit gevonden maar andere gesneuvelde militairen van de Militaire Luchtvaart werden in eerste instantie op Ereveld Tjililitan begraven.  Onder hen bevonden zich reserve-luitenant-vlieger  M.L.A.M. Valkenburg (1948) en luitenant-kolonel R.E. Jessurun (1949, Militaire Willemsorde). 

Het Ereveld Tjililitan werd in 1968 opgeheven en men bracht toen de stoffelijke resten over naar Ereveld Menteng Pulo, in een apart gedeelte, genaamd "vak Tjililitan". 

Zie ook

f t

Login