Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

RIjnders als commandantttt


Zie voor andere commandanten van Bronbeek: J.C.J. Smits - K. van der Heijden - N.J. van Heurn - N.L.W. van Straten -  G.H.J. Noordanus - M.C. Dulfer. Foto van het schilderij van Rijnders met dank aan  kolonel M.C. Dulfer, commandant Bronbeek.


Vroege loopbaan

Cornelis Adrianus Rijnders (Nijmegen, 22 december 1879 - Arnhem, 9 oktober 1951)  doorliep de HBS en werd op 16 september 1898 benoemd tot cadet aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda voor het leger in Oost-Indië. Bij Koninklijk Besluit van 1 augustus 1901 volgde zijn benoeming tot tweede luitenant. Na aankomst in Indië werd hij geplaatst bijRijnders in 1912 het achtste bataljon en in mei 1903 overgeplaatst bij het garnizoensbataljon van Palembang te Moeara Tambesi in Djambi (achttiende bataljon). In december 1904 werd hij geplaatst bij het rechterhalf zevende bataljon.

In juni 1905 bevorderd tot eerste luitenant werd Rijnders in juli van datzelfde jaar overgeplaatst bij het garnizoensbataljon van Celebes, Menado en Timor (detachement Timor Poepang). In 1906 nam hij deel aan de expeditie naar Soemba te Timor Koepang.  De kranten meldden hierover:

"Hij keerde als een triomfator terug. Hij hieldvol, maandenlang, en het einde was een volledig succes. Met een handjevol soldaten is daar in het oosten van de archipel nog wel wat uit te richten, maar dan moet er ook iemand van het slag van Rijnders het bevel voeren en zo zijn er niet veel."  Bij Koninklijk Besluit van 26 oktober 1906 nummer 4 vereerde de Koningin Rijnders met een ridderschap der Militaire Willems-Orde vierde klasse voor zijn verrichtingen te Timor en Flores in 1905.

Diverse functies en activiteiten

In juli 1906 bracht Rijnders, in zijn functie van militair commandant van Timor Koepang, een bezoek aan Soemba, aan Oemboe Krai en de rEresabel rijndersadja van Lawoenda, die een boete dienden te betalen wegens mensenroof. Omdat zij daar niet toe genegen waren volgde de 9de mei  een aanval op de sterke stelling bij de woonplaats van de Oemboe Krai en de radja. Die geschiedde door  26 soldaten en 36 gewapende politiedienaren.

Het gelukte Rijnders de stelling te vermeesteren maar Oemboe Krai, hoewel zwaar gewond aan zijn been, ontkwam, de radja echter niet. Hij kreeg een boete opgelegd, die hij betaalde. In mei 1909 werd Rijnders overgeplaatst bij het garnizoensbataljon van Celebes en Menado, korpsgedeelte op Soemba. In de westerafdeling van Soemba, waar hij civiel gezaghebber was, brak eind 1909 een kleine opstand uit, waarbij luitenant G.P. de Neve sneuvelde.

De Neve begaf zich, net hersteld van een eerder opgelopen verwonding, vanuit het bivak te Lamboja naar Melisoe om daar een hoofd, Batoe Benaka, te arresteren. Vlak voor de kampong werd men overvallen en werd De Neve gedood door 15 lanssteken. Rijnders wist echter ook die opstand snel de kop in te drukken

Eresabel

Rijnders werd bij Koninklijk Besluit van 6 januari 1911 nummer 32 begiftigd met de Eresabel. Dat was voor zijn gehouden gedrag bij de krijgsverrichtingen en tijdens de waarneming der betrekking van civiel bestuurder in het commandement van Timor en OnderhorigheRijndersq2den in het tijdvak 1906 tot ultimo 1910. Hem werd de Eresabel in februari 1912 uitgereikt op het exercitieterrein Molenveld te Nijmegen. 

Een belangrijke reden dat Rijnders de Eresabel verkreeg was omdat hij zich als zelfstandig aanvoerder op Soemba op 6 mei 1906 bij de vermeestering van Pereing Méditta, op 14 december 1906 bij de vermeestering van Wai Wanoek en op 23 november 1909 bij het oprukken tegen Melisoe door moedig en beleidvol gedrag had onderscheiden.

In het bijzonder had Rijnders bij het eerstgenoemde wapenfeit en verder in het tijdvak van 17 september 1906 tot eind juni 1910 zoveel voortvarendheid, doortastendheid, initiatief en doorzicht getoond dat - ondanks dat hij door de gebrekkige verbinding met de hoofdplaats geheel op zichzelf was aangewezen - het hem gelukt was met betrekkelijk geringe middelen vrijwel het gehele eiland Soemba tot onderwerping en tot opvolging van de bestuursbevelen te brengen.

Hij had zich daarbij doen kennen als een bekwaam, krachtig, tactvol en civiel bestuurder. De eresabel werd hem uitgereikt door garnizoenscommandant kolonel Quack van het Korps Koloniale Reserve.

Latere loopbaan

In juni 1911 werd Rijnders overgeplaatst naar het 20ste bataljon en kreeg vervolgens een verlof naar Europa. Daarvan keerde hij op 13 september 1913 per stoomschip "Koningin der Nederlanden" terug naar Indië, waar hij werd aangesteld als adjudant van de commandant van de Eerste Militaire Afdeling op Java. Op 6 oktober 1913 werd RijndRijnders houdt toespraakers bevorderd tot kapitein, overgeplaatst naar het vijftiende bataljon en in januari 1918 te werk gesteld bij het eerste depotbataljon.

In 1922 was hij actief als instructeur bij het Barisankorps van Madoera te Pamekasan, samen met kapitein A. Weber (Barisan Soemenep) en kapitein J.N. Broese (Barisan Bangkalan). Hij maakte in 1923 deel uit van de deputatie van het Indische leger die de Koningin in Nederland ter gelegenheid van haar jubileum een huldeblijk aanbood. Rijnders keerde in juli 1924 naar Indië terug, na een periode van nonactiviteit, waarna hij werd bevorderd tot majoor, geplaatst te Meester Cornelis en datzelfde jaar overgeplaatst te Buitenzorg.

In april 1926 werd hij benoemd tot commandant der Westerafdeling van Borneo en bevorderd tot luitenant-kolonel.  Hij verkreeg in oktober 1928 eervol ontslag uit zijn positie als militair commandant van de westerafdeling van Borneo, werd bevorderd tot kolonel en met ingang van 29 november benoemd tot commandant van Atjeh en Onderhorigheden.

Op 19 juni 1929 werd hij ernstig ziek en was gedwongen dit commando tijdelijk neer te leggen. Anderhalf later, op 2 februari 1931, verkreeg hij eervol ontslag als commandant van Atjeh en Onderhorigheden en in november 1931 uit het Indische leger.

Commandant van Bronbeek

In april 1932 werd Rijnders benoemd tot commandant van Bronbeek (als opvolger van generaal S.A. Drijber). Hier nam hij een leidende rol tijdens het feRijnders. CAest ter ere van het 70-jarig bestaan van dit instituut, waar tevens de eerdere commandanten, de luitenant-generaals J.C.J. Smits, K. van der Heijden, generaal Drijber en kolonel N.C. van Heurn werden herdacht.

Op 30 augustus 1933 ontving Rijnders de titulaire raCommandant rijnders met Wilhelminang van generaal-majoor. Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Bronbeek, in februari 1938, werd hij titulair bevorderd tot luitenant-generaal; in die rang leidde hij  in 1940  de herdenking van het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde op Bronbeek.

Rijnders werd In november 1941 benoemd tot commissaris in Nederland van de pensioen- weduwen- en wezenfondsen voor Indische landsdienaren. Tijdens de oorlogsjaren werd de zoon van Rijnders in Indië krijgsgevangen gemaakt. Vlak na de Tweede Wereldoorlog (juni 1945) ontving Rijnders nog de dan teruggekeerde Koningin op het terrein van Bronbeek. Een jaar later trad hij als commandant van Bronbeek af en overleed in 1951.

Decoraties

  • RIdder in de Militaire Willemsorde vierde klasse
  • Eresabel
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven
  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier

Zie ook


 

 

f t

Login