Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Nationaal Monument Den Haag


Inleiding

In 1863 werden overal in het land commissies gevormd ter financiering van de oprichting van een Nationaal Monument in het Willemspark in Den Haag. Dat was precies vijftig jaar na de proclamatie op 17 november 1813, waarin de terugkeer van het Oranjegeslacht op de NederlandsEerste steen2e bodem werd aangekondigd, en op 21 november 1813 een voorlopig bestuur, bestaande uit Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en graaf van Limburg Stirum, gevormd was.  

Er werden 28 ontwerpen ingezonden, waarvan er een moest leiden tot het daadwerkelijke monument. De voorstellen tot het monument werden tentoongesteld. Er waren ontwerpen bij die geleken op de Vendome-kolom, weer een ander was in navolging van de Anglo-Gotische stijl der dertiende eeuw gesteld en een derde had het symbool der vrijheid in een crypte geplaatst. De commissie die al deze uitingen van kunst diende te beoordelen en een keuze hieruit te maken had bestond uit W.G. Hofdijk, H.F.G.A. Camp, C. Outshoorn, J.A. van der Ven en J. Israëls.

Zonder dit prTekst monumentoces verder af te wachten (J. Ph. Koelman Prequets ontwerp zou uiteindelijk gerealiseerd worden)  legde Koning Willem III op 17 november 1863 de eerste steen voor het latere "Nationaal Monument voor november 1813"  in Den Haag. In het procesverbaal van deze plechtigheid stond:

"Ter eeuwige nagedachtenis van het halve eeuwfeest van Nederlands herstelde onafhankelijkheid heeft Zijne Majesteit Willem de Derde, Koning der Nederlanden, op de zeventiende november 1863Driemanschap de eerste steen gelegd, van dit nationale gedenkteken, waartoe de gelden bijeen zijn gebracht uit vrijwillige giften van en inzamelingen bij Zijner Majesteits onderdanen, zowel in het Koninkrijk en zijn overzeese bezittingen, als elders gevestigd".   

Begin onthulling monument

Het Nationaal Monument voor november 1813 in het Willemspark in Den Haag werd op 17 november 1869, dus precies 56 jaar na de tot de oprichting leidende gebeurtenis, onthuld.  De plechtigheid werd luister bijgebracht door grote volksfeJuichend volkesten die de stad Den Haag een geheel ander aanzien gaven. Om 12 uur werd de feesttribune, waarvan het centrum bestemd was voor de Koninklijke familie, geopend.

Vlak daarvoor had een ontroerende plechtigheid plaats. Drie mannen, namelijk Jacob van Duyne, de voerman die de Prins van Oranje op 13 november 1813 uit Scheveningen reed, en de gebroeders Bles, de dan nog levende muzikanten uit het orkest van de schouwburg, dat in die dagen voor de Prins speelde, werden toegesproken, waarbij een gedicht van Burlage werd voorgedragen.

Direct hierop verscheen Prins Frederik der Nederlanden, die een groot aantal maHet dragem vam de oranjekokardennen, die betrokken waren geweest bij de realisatie van het monument, tot de Orde van de Eikenkroon benoemde. Intussen hadden de dragers van het Zilveren Kruis, oudstrijders van 1813-1815, een deputatie uit het gesticht Bronbeek, een deputatie uit het invalidentehuis in Leiden en een detachement van het Metalen Kruis plaats genomen aan de voet van het monument.

Hoofdgedeelte der feestelijkheden

Fanfares kondigden nu de komst van Zr. Ms. de Koning, Hr. Ms. de Koningin, Z.K.H. de Prins van Oranje Prins Alexander en Prinses Marie, Prinses der Nederlanden, aan. De Prins-voorzitter hield een toespraak, herhaaldelijk onderbroken door een tranenvloed, die hem steeds het spreken belemmerde. Hierna gaf hij het sein tot de onthulling. Er klonken fanfares en kanonschoten en het doek viel. Z.K.H. richtte nu het woord tot de burgemeester en overhandigde deze de oorkonde der overdracht van het monument in de eigendom van de gemeente.

De burgemeester aanvaardde de opdracht met een krachtige aanspraak en verklaarde dat het plein, waarop het monument zich verhief,  voortaan Plein 1813 zou worden genoemd. De orkesten speelden hierop het Wilhelmus, waarna de hoogleraar J.J. van Oosterzee het woord nam. Hij sprak de dank der natie uit aan het Opperwezen en heiliging van het gedenkteken als duurzaam en aanschouwelijk onderpand van de band tussen Nederland en Oranje. De plechtigheid eindigde met dit gedicht:

 

Wilhelmus van Nassouwen,

Dus heft men nogmaals aan,

Het teken dat we aanschouwen,

Verkondigt 's Heren daan!

Mocht het nakroost lang na dezen,

Het hart omhoog gewend,De maagd

Het Eben-Haëzer lezen,

In het front van het monument!

 

Het blijvend zegen van u spreken,

O, drietal, vroom en vroed,

Wier geestkracht, onbezweken,

Ons Nederland heeft behoed,

Uw naam in 's lands historie,

Blijft schitterend zonder eind,

En overleeft uw glorie,

De glans van het monument!

 

Oranje en Nederland samen,

De stenen roepen het uit,

Verenigd zij uw namen,

Door hoger raadsbesluit,

Laat nimmer schepsel scheiden,

Wat een werd in ellende,

En blijft de trouw van beiden,

De steun van het monument!

 

En dan, loopt alles tegen,

Bij het klimmen van de strijd,

Wat schaadt het, God van zegen, Onthulling door Frederik

Zo gij slechts voor ons zijt,

Och, wees dan met ons allen,

Maak ons uw weg bekend,

En blijf uw welgevallen,

De kroon van het monument! 

 

Slot van de ceremonie

Fandares en salvo's van kanonschoten kondigden het einde van de ceremonie aan. Nu begon er een optocht van weeskinderen en werklieden, gevolgd door een militair defilé en een grote stoet hoogwaardigheidsbekleders uit binnen- en buitenland. Tegen half vier was de plechtigheid afgelopen en verlieten de leden der Koninklijke Familie het feestterrein.


 Zie ook


[Terug]

 

 

f t

Login