Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 Bbronbeek 0384


Inleiding

In 1924, het jaar van de dood van luitenant-generaal Joannes Benedictus van Heutsz, werd een Hoofdcommissie voor de Huldiging van de NagedacHeutsz1htenis van Generaal van Heutsz opgericht.  Een der eerste vergaderingen vond plaats in het dan nieuwe hoofdkantoor van de Koninklijke Paketvaartmaatschappij te Weltevreden. Tijdens deze bijeenkomst werd besloten een monument te Weltevreden op te richten en ook een borstbeeld te Kota Radja te plaatsen.  Kota Radja was de naam van de lokatie van de voormalige Kraton van Atjeh, die op 24 januari 1874, tijdens de tweede expeditie naar Atjeh, veroverd werd.

Nadat binnen de commissie diverse debatten waren gevoerd betreffende de vorm van het monument, de daarin neer te leggen gedachte en de plaats werd besloten dat de Van Heutsz-figuur te Batavia weergegeven zou worden als oud-landvoogd en waarbij diens staatsmanbeleid op de voorgrond zou treden, en zijn geslaagde pogingen om een staatkundige eenheid te verkrijgen. Het borstbeeld te Atjeh diende Van Heutsz als militair, als luitenant-generaal, af te beelden.

Strubbelingen rond de borstbeelden te Weltevreden en Kota Radja

In 1928 ontstond er binnen de commissie opnieuw onenigheid over de wijze van weergave van de persoon Van Heutsz. Oorspronkelijk lag het, zoals gezegd, in de bedoeling om Van Heutsz te Batavia in rokkostuum weer te geven maar dit stBloemkalenderuitte op bezwaren omdat burgerkleding geen indruk zou maken op de bevolking.

Aan de andere kant werden er argumenten aangevoerd tegen de afbeelding van Van Heutsz in militair tenue omdat dit, althans te Weltevreden, niet zou passen bij een "monument van pacificatie".  Wat betreft Weltevreden vond men een gulden middenweg door de luitenant-generaal in zijn kostuum van gouverneur-generaal uit te beelden.

De bezwaren golden niet voor het borstbeeld dat geplaatst zou worden te Kota Radja; unaniem was men van oordeel dat Van Heutsz in generaalskleding aldaar gepast zou zijn. Het voetstuk van de buste van Van Heutsz, dat bestemd was geplaatst te worden te Kota Radja, werd in Nederland door de beeldhouwer Theo van Rhyn van Europese natuursteen vervaardigd. Hierop zou het borststuk, dat in brons werd gegoten, later geplaatst worden.

Onthulling monument te Kota Radja

Op 7 juni 1932 werd te Kota Radja het monument door gouverneur Philips onthuld en door deze overgedragen aan het Gemeentefonds. Voor de plechtigheid bestond grote belangstelling. Naast Philips hielden assistent-resident mr. Van derSAM 8602 Reijden en ds. Thenu toespraken.  De gouverneur legde, nadat het Wilhelmus gespeeld was,  namens de legercommandant aan de voet van het monument een krans neer en ook werden er  bloemen gelegd namens het garnizoen te Atjeh, het Indo-Europees Verbond en de oud-strijders.

Dat de heer Mahmoed,  Atjehse vertegenwoordiger in de Volksraad, afwezig was bij de ceremonie, wekte verbazing en het gouvernement van Atjeh, dat stelde dat Atjeh ontzettend veel  aan Van Heutsz te danken had, die er orde, rust, veiligheid en voorspoed had gebracht, riep deze vertegenwoordiger ter verantwoording. Een poosje na de plechtigheid, in augustus 1932, veranderde de Gemeenteraad van Batavia de naam van de entree van Gondangdia in Van Heutszplein en werd  aldaar het tweede Van Heutsz-monument onthuld.

Nasleep

De redactie van de Nieuwe Rotterdamse Courant schreef dat Van Heutsz had waargemaakt wat hij in zijn brochure uit 1892, "De onderwerpVVAn Heeutszing van Atjeh" geschreven had. Naar aanleiding hiervan schreef oud-bestuursambtenaar H.T. Damsté dat Van Heutsz in zijn werk weliswaar die mogelijkheid betoogde, maar de aangegeven methode niet beschreef (vechten en rusteloos patrouilleren).

Pas in 1898, met zijn benoeming tot gouverneur van Atjeh, zou Van Heutsz  de mogelijkheid,  de onderwerping van Atjeh,  aan te pakken verkregen hebben. In de brochure "De onderwerping van Atjeh"  zou hij slechts geschreven hebben over scheepvaartregelingen die de kwesties met de Onderhorigheden mogelijk zouden kunnen oplossen. 

De buste van Van Heutsz werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bevolking van Kota Radja van de sokkel gehaald. Samen met de borstbeelden van ds. Tenue en pastoor Verbaak werd het door de Atjeher Tahir voor de Japanners verborgen gehouden. Na de soevereiniteitsoverdracht werd het borstbeeld in 1951 aan Nederland teruggegeven en in de tuin van Bronbeek geplaatst. Het borstbeeld van ds. Tenue was later in de Protestants Kerk te Kota Radja te vinden en dat van pastoor Verbaak op Menteng Poeloe te Jakarta.


 [ Terug ]

 

f t

Login