Afdrukken

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

En de zon werd rood2


Joop Hulsbus. En de zon werd rood. De ondergang van Nederlands-Indië en de hel van de Birma Spoorweg 1941-1943. Uitgeverij Hollandia. 1986. 284  bladzijden.


 Inleiding

Hulsbus begint zijn verhaal in 1919, wanneer zijn ouders elkaar voor het eerst ontmoeten op de Indrapoera, een schip van de Rotterdamse Lloyd. Aan de hand van diverse episoden in de wereldgeschiedenis en in zijn persoonlijke leven werkt hij in de eerste 619506hoofdstukken toe naar het moment dat zijn leven voorgoed en ingrijpend zal veranderen: de inval van de Japanners in Nederlands-Indië.

In 1941 ging Hulsbus als matroos aan boord van Hr. Ms. Soerabaja. Deze periode was voor hem een rustige tijd.  Tot het moment dat de hel de poorten ook voor hem opende.

Die tijd begon toen men het bericht vernam dat de Prince of Wales en de Repulse gezonken waren en de Soerabaja naar Portugees Timor gezonden zou worden. 

Hr. Ms. Soerabaja werd op 17 februari 1942 in de haven van Soerabaja door enige voltreffers geraakt, waarbij een paar kameraden van Hulsbus het leven lieten.  De stad zelf werd door hevige Japanse bombardementen geteisterd.

Hulsbus raakte tijdens een aanval door granaatsplinters gewond en werd in het ziekenhuis opgenomen. Maar toen hij op 4 maart het hospitaal mocht verlaten was zijn wereld intussen ingrijpend veranderd. Soerabaja leek nu gehuld in een spookachtig wazig licht en de dood waarde rond in de stad "die aan haar laatste stuiptrekkingen bezig schijnt te zijn" (bladzijde 92).

De strijd tegen de Japanners

Hulsbus en zijn eenheid kregen opdracht een deel van de verdedigingslinie rond de stad te betrekken. Het was echter een hopeloze strijd tegen een overmachtige vijand die de Nederlandse troepen te KITLV01 2621 U voeren hadden.

De houwitser pantserkopgranaten moesten zelfs worden getempeerd op nul: de minimale schootsafstand.

Toen werd het bericht ontvangen dat alle strijdkrachten op Java het gevecht direct dienen te staken omdat anders de stad Bandoeng (waar zich tienduizenden geëvacueerde vrouwen en kinderen bevonden) door de Japanners vernietigd zou worden. Aldus werd Hulsbus krijgsgevangen gemaakt.

Een der eerste zaken die hij van een Japans officier te horen kreeg was dat hij krijgsgevangene was van het Japanse leger en dat hij voor de genade om in leven te blijven zeer dankbaar en gehoorzaam diende zijn. 

Hij moest dat tonen door een buiging naar iedere Japanse militair te maken, onverschillig welke rang. Samen met andere krijgsgevangenen werd Hulsbus van kamp naar kamp voortgedreven totdat men het Darmo-Kamp bereikte, waar hij getuige was van de executie van een groep aan de Koningin getrouwe Ambonezen. 

Hulsbus vat alle gruwelijke gebeurtenissen samen in de zin: "op duivelse sadistische wijze  toont de vijand zijn absolute macht en volkomen minachting voor het niet-Japanse ras" (bladzijde 108).

Transport over zee

Hulsbus werd uitgenodigd toe te treden tot een groep "most selected people" en in een goederenwagon naar Batavia getransporteerd, waar hij rond de kerst van 1942 aankwam. Te Tandjong Priok werden de gevangenen aan boord van de Pacific Maru geladen PacificMaruweb010 en naar Singapore getransporteerd.

Begin januari 1943 schopte een Japanner hem de Nitimei Maru in. Op 15 januari 1943 werd dit schip gebombardeerd en door een aantal voltreffers geraakt.

De situatie aan boord was verschrikkelijk: "weer bij mijn kameraden, van wie de meesten nu dood zijn in afschuwelijk verminkte toestand. Anderen hebben, soms zelf gewond, afgerekend met de Japanners. Levenden staan de stervenden bij" (bladzijde 128).

De Nitimei Maru zonk al snel maar Hulsbus kon tijdig in zee springen en werd met andere drenkelingen opgepikt door de bemanning van een korvet, dat hen transporteert naar de Moji Maru. Aldaar bleek dat 37 kameraden waren omgekomen of vermist en 80 licht tot zwaar gewond geraakt. Het schip zette koers naar de wal, alwaar Hulsbus en zijn makkers met geweerkolven de kade op werden geranseld en naar een kamp te Moulmein, Birma, getransporteerd.

Werk aan de spoorlijn

Hulsbus kwam te werken aan de spoorlijn en vernam van zijn Japanse commandant: "remember that if you are not performing your task, we will build this railroad over your bodies. On top of your corpses" (bladzijde 140). image 8504

Het betrof hier de bouw van een spoorweg in het onherbergzame gebied tussen Bangkok en Rangoon. Hulsbus schrijft: "aan de spoorweg verzinkt het individu in de totaliteit van het immense leger slaven" (bladzijde 144). In de loop der maanden begonnen steeds ernstiger ziekten de gelederen der manschappen uit te dunnen en het aantal dysenterielijders groeide met de dag.

Maar zieken kregen geen eten want die telden niet. Hulsbus en de anderen kregen te horen dat zieken en gewonden zich van het leven behoorden te beroven om hun familie en de Tenno Heika de schande te besparen.

Intussen werd de Last Post steeds vaker geblazen en waren er van de 1.000 man tellende groep, die Singapore verliet, in drie maanden tijd 300 bezweken. Hulsbus werd ook ziek maar overleefde maar net op de "plaats der stervenden", waarnaar hij was getransporteerd. Ook de geallieerde bombardementen, die veel slachtoffers vergden, doorleefde hij, ondanks dat "alles om mij heen lijkt te verbranden in één groot hellevuur" (bladzijde 166).

Leven en dood in Birma

Doodvonnissen werden gewoonlijk 's ochtends vroeg voltrokken. Het leven kreeg hier, in de rimboe van Birma, een anderBirma Spoorlijne betekenis: "wandelende doden, Japanners met volle oorlogsbepakking, als macabere robots in de pas.  De witte, sinistere schedels onder de met oerwoudstof bedekte helmen" (bladzijde 173).

Hulsbus werd overgebracht naar het werkkamp voor krijgsgevangenen Anakwin, gelegen bij Thanbyuzayat. Aldaar nam zijn gezondheid, mede door het zware werk en de omstandigheden, steeds meer af. "Mijn God, laat het afgelopen zijn. Het kan toch zo niet verder gaan. Er is niets meer van ons over. Er zijn nauwelijks nog beschikbare mannen om, na de dagtaak, de graven te delven als laatste rustplaats voor onze gemartelde lichamen" (bladzijde 179)

Hulsbus beschrijft helder en gruwelijk de martelingen door Japanners alsmede het werk aan de spoorweg en zijn strijd tegen diverse ziektes, waaronder gangreen. Ook de maanzieke Japanse commandant Naito, met zijn woeste en krankzinnige uitbarstingen, staat als het ware weer vóór de lezer.  

Hij werd uiteindelijk vervangen omdat zelfs voor Japanners de handelingen der waanzinnigen zo zijn grenzen kende. Hulsbus en zijn makkers werden medio november 1943 weer op transport gesteld en over de Drie Pagoden Pas naar Siam vervoerd.

Werken aan de spoorlijn in Siam

In het kamp te Tamarkan, maart 1944,  waar met de hulp van olifanten verder aan de spoorlijn werd gewerkt, deden intussen de eerste moessonregens hun intrede. Het werk was echter nutteloos omdat de Arbeiders dodenspoorlijn pas aangelegde bruggen onder vuur werden genomen door de Geallieerden.

"Een dodelijke spiraal begint: nauwelijks is onder wreed optreden van de krankzinnig geworden bewakers de brug gerepareerd of wij krijgen een nieuwe luchtaanval te verduren. Steeds een nieuwe wedren met de onvermijdelijk toesnellende dood. Dit alles vormt het decor voor een stelselmatige vernietiging" (bladzijde 218).

Hulsbus werd getransporteerd naar kamp Chungkai, dat feitelijk één open graf was. Het was toen kerstmis 1944. In februari 1945 kreeg hij een overplaatsing.  Men bracht hem over naar een ander krijgsgevangenenkamp in Siam.

Van hier vervoerde de vijand hem verder naar Nakhom Pathom, waar Wim Kan optredens verzorgde. Naarmate de oorlogskansen voor Japan verslechterden verergerden de wreedheden. Steeds meer gevangenen werden letterlijk gedwongen hun eigen graf te graven. "Ook hier bemerken de krijgsgevangenen pas de werkelijke bestemming van de grachten die zij graven als de mitrailleurlopen van de "afweerstellingen" de ingangen hiervan bestrijken"  (bladzijde 252).  

Ten slotte

Hulsbus vernam pas op 21 augustus 1945 in een doorgangskamp dat Japan gecapituleerd had doordat een Gurkha tegen hem zei: "War is finished. Go home" (bladzijde 270).  Veertig jaar later keerde hij nog eenmaal terug naar de plaats waar hij ooit een onmenselijke strijd had gestreden.

"En de zon werd rood" is een gruwelijk maar ook noodzakelijk boek om te lezen. Gruwelijk omdat het tot in detail weergeeft wat mensen elkaar allemaal aandoen indien ze daarvoor ongestraft de kans krijgen. Noodzakelijk omdat het boek laat zien wat er gebeurt indien het bestuur van een land, door een gebrek aan leger en defensie, zijn eigen bewoners niet meer kan beschermen.