Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Soldaat in Uruzgan


2009. Niels Roelen. Soldaat in Uruzgan. Met een voorwoord van Arnon Grunberg. Uitgeverij Carrera. Amsterdam. 272 bladzijden.


Inleiding. Schieten militairen?

Het is even schrikken tijdens het lezen van de inleiding, geschreven door Arnon Grunberg, van dit werk. De lezer wordt direct aangesproken op de stelling dat de titel en het beroep ("majoor bij het Nederlandse leger") van Roelen voor verwarring kunnen zorgen. Deze door Grunberg aangenomen gemoedstoestand is volgens hem echter een "eufemisme voor slordig en vooringenomen lezen". ENiels ROELENn niet alleen dat maar voor hen die het zijn vergeten: een militair hoort geen mening te hebben over de opdrachten die hem worden gegeven (bladzijde 5). Wij hopen echter, zelfs na de verbale tuchtiging door Grunberg, dat hij daarin ongelijk heeft. Wij menen zelfs te weten dat althans sommige officieren wel degelijk een mening hebben over de aan hen gegeven bevelen, zij het dat zij die niet openbaar of publiekelijk uiten.

We lezen dat militairen wordt geleerd om immorele bevelen (...) te weigeren maar dat dit niet gemakkelijk is, dat men te snel aanneemt dat militairen een mening moeten hebben (ja, wij bekennen, dat dachten wij inderdaad) en dat de meeste militairen niet schieten maar zorgen dat anderen kunnen schieten (o ja? Bladzijde 5). Grunberg haalt ter rechtvaardiging van dit geschiet het oorlogsrecht aan, waarin meen ik (...) het als geoorloofd wordt beschouwd te schieten op vijandelijke militairen omdat deze op je kunnen schieten of het schieten van hun collega's mogelijk maken (nee toch! Bladzijde 5).

Grunberg verwijt de lezer a priori dat deze Roelen subjectiviteit toeschrijft: hem verwijten dat zijn ooggetuigeverslag geschreven is vanuit zijn perspectief is zoiets als een kameel verwijten dat hij geen tonijn is (... Bladzijde 6). Volgens hem is Soldaat in Uruzgan een volmaakt eerlijk boek, ondanks dat de afdeling Voorlichting van Defensie zich zorgen maakte (bladzijde 7). Overigens haalt Grunberg de door hem veronderstelde eerlijkheid van het boek direct daarop weer onderuit door te stellen: denkt Defensie echt dat de persofficier die mijn (Grunbergs) stukje moet lezen ongevoelig is voor mijn charmes? (wij durven hier geen oordeel over te geven, bladzijde 7).  

Eerste gedeelte

Na het aldus enigszins verwarrende voorwoord beschrijft Roelen, in de vorm van kapitein Vik de Wildt, het moment, na zijn terugkeer van de missie in Afghanistan, dat zijn dochtertje vraagt of hij een moordenaar is. Aanleidin800px-Wheat fields in Uruzgan provinceg tot die vraag is een spreekbeurt van De Wildt over Afghanistan op school. Na afloop wordt er een liedje met de tekst Als het vrede was, geen schietende soldaten, als het vrede was, geen bommen en granaten, als het vrede was (...) gezongen waarbij De Wildt in huilen uitbarst  (bladzijde 15).

Het werk vervolgt met de uitzending naar Afghanistan (bladzijde 17) en een in extenso beschrijving van alle gevoelens die door De Wildt heengaan. We lezen dat de stewardess in het vliegtuig maant tot netjes zitten en gordeltjes om en dat de militairen gehoorzamen als was het een bevel van hun commandant (bladzijde 24). Het verhaal gaat verder met  de tot in de details besproken activiteiten in Afghanistan, waardoor het nut en de noodzaak van die handelingen grotendeels verloren lijken te gaan.

Discipline in het leger?

Die gedetailleerdheid is niet het enige manco van Soldaat in Uruzgan. De stijl is een andere: die wisselt van die van een officier tot die van een ongeschoolde soldaat, van vlagen van strategisch inzicht tot ons insziens storende passages als shit, ik moet echt nodig kakken (bladzijde 66), hij moet vreselijk pissen (bladzijde 85) en hij heeft zin om zich af te trekken maar niet onder de douche (bladzijde 162). Het werk geeft ook een duidelijk beeld van een gebrek aan zelfbeheersing bij de officier: opnieuw voelt hij de agressie van eerder die dag. Het geeft hem een gevoel van macht en opwinding, waarop hij alsnog besluit zich ruw af te trekken (bladzijde 162). Even daargelaten of de beschreven gevoelens een officier passen is de vraag gerechtvaardigd of de schrijver met het etaleren ervan het beeld van de leek van het leger een dienst bewijst.

Sommige informatie die Roelen zonder commentaar geeft is bepaald ontluisterend voor het leger, zoals Ank heeft een piercing door haar tong en een tattoo op haar enkels. Ze is verreweg de meest relaxte geestelijke verzorgster die Vik ooit ontmoet heeft (zelfs in het bedrijfsleven zijn piercings in het gezicht niet toegestaan, maar in het leger wel? Bladzijde 106) en Vik is witheet en slingert de spreeksleutel van de radio door de commandopost (enige zelfbeheersing is de huidige officier vreemd? bladzijde 108). Over het uiterlijk van onze officieren lezen wij: Vik loopt ongewassen naar de pisbakken. Zijn haar, dat nog niet is gekamd en veel te lang is, heeft iets weg van een ontplofte mol (bladzijde 111) en zijn baard begint nu echt woeste vormen aan te nemen, constateert hij tevreden (bladzijde 116).

De meningen van officieren

Het oordeel van kapitein De Wildt is bij tijd en wijle bepaald naïef te noemen: Vik is blij dat zij h800px-Bushmaster Afghanistan snow Jan 2010ier niet als  bezetter zijn maar alleen ter ondersteuning van de regering. Het geeft hem een goed gevoel dit te mogen doen. Alsof hij een soort huurling is, misschien zelfs een jehova voor vrijheid van meningsuiting en democratie (bladzijde 125). We laten de onderworpen houding van De Wildt tegenover de "grote schrijver" Grunberg hier wijselijk onbesproken maar ook de volgende passage doet ons weer de wenkbrauwen fronsen: "ik zou er wel eentje lusten om me moed in te drinken." "Moed indrinken? Dat hebt u niet nodig." Hij heeft gelijk, dacht Vik en zegt: "ik doe het ook voor jou". "Als u bij mij in de buurt bent, heb ik geen moed nodig." Vik lacht. Het is een bijzonder moment, de soldaat die de kapitein motiveert (bladzijde 237).

Samengevat: Soldaat in Uruzgan is meer een egodocument dan dat het werk de leek echt inzicht geeft in de missie in Uruzgan. De schrijver zit ons inziens te dicht op de materie en weet hiervan onvoldoende afstand te houden. Ook aan het scheiden van hoofd en bijzaken en gevoel voor de juiste woordkeuze bij het weergeven van (activiteiten van) de militaire stand is onvoldoende aandacht besteed. Wij krijgen bij lezing van dit werk bepaald heimwee naar de geschriften van een veel betere militaire schrijver, namelijk Erik Jellema en kunnen Soldaat in Uruzgan dan ook niet aanbevelen.


 

f t

Login