Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Uruzgan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Riekelt Pasterkamp. Uruzgan. Militair. Mens. Missie. Uitgeverij Kok. 2007. 176 bladzijden.


Recensie

Het boek Uruzgan begint met een voorwoord door luitenant-generaal P.J.M. van Uhm, die aangeeft dit werk belangwekkend te vinden en het lezen ervan aanbeveelt omdat de lezer dan zou begrijpen wat de militair in Uruzgan bewoog. Uit ervaring weten wij dat, met alle respect voor generaal van Uhm, dergelijke voorwoorden, geschreven door autoriteiten, niet altijd de generieke mening behoeven weer te geven (dit formuleren wij voorzichtig).

Zeker is wel dat aan het begin van het boek al getracht wordt de mens achter de militair weer te geven. Wij worden geïntroducePasterkam en Verboomerd in het huiselijke leven van kapitein Hans Verboom en zijn gezin en maken kennis met de drijfveren van Verboom om naar Uruzgan te gaan. Dit zet de toon voor het gehele boek; niet dat wij militairen als houwdegens wensen te zien maar zinnen als "hij hoeft in principe niet op patrouille", "wij zijn hier voor jullie, wij willen het voor jullie beter maken" en "stel dat je straks een gezinnetje krijgt, dan zit je vrouw alleen en ben je vier of vijf maanden weg" doen ons denken aan een boek uit het psycho-sociale genre.

Deze toon zet zich voort in de rest van het boek. Zinnen als "als we straks kinderen krijgen hecht ik meer waarde aan goed onderwijs dan aan een goed defensieapparaat" (bladzijde 15) doen gewis vreemd aan uit de mond van een aan de Militaire Academie geschoolde kapitein der infanterie (immers: zonder een goed defensieapparaat en met een ondernemende vijand is er straks geen goed onderwijs meer).

Wie enigszins bekend is met de oorlog in Korea en het aantal doden dat daarbij bij de Nederlandse troepen viel staat vreemd te kijken bij een zin als [...] lijkt echter kinderspel vergeleken met de situatie in Uruzgan (bladzijde 23). En men kan ook overdrijven in superlatieven: Anna Boogaard, ze lijkt op Napoleon, klein van stuk, maar groot in daden (bladzijde 53). Wij leren nu ook dat soldaten uit de meest kansarme kringen van de samenleving komen en half in het criminele circuit zitten (bladzijde 56); zou dat wel goed gaan met een Napoleontische instelling, vragen wij ons af!

 De schrijver geeft in extenso een lijstje van wat men wel en vooral niet mag doen in Afghanistan in de omgang met de inwoners (bladzijde 83-85); dit lijstje zal vast vlijtig gelezen zijn tijdens de missie maar de vraag is welke indruk die maakt op de aandachtig lezende niet-militaire lezer (voor wie het boek en wel hoofdzakelijk bedoeld is) en dus wat de waarde van de toevoeging is.  Het komt ons voor dat er weinig tijd voor actie overgebleven was toen alle regels naar de letter en komma iedere seconde van de dag waren toegepast.

Het boek gaat op de hiervoor geschetste toon door tot het einde, op bladzijde 174. Een klein verhaaltje voor het slapen gaan, dat wij aantroffen op bladzijde 86, willen wij u echter niet onthouden: in een holletje, hier vlak bij, woont de familie muis. Pappa muis is soldaat, mamma wast en doet de vaat en werkt ook nog buitenshuis (sic!, opmerking van ons). Op een dag zegt mamma Muis tegen klein Koosje: pappa muis gaat ver weg en dat duurt een poosje. Hij gaat naar een arm land voor kindjes, mannen en vrouwen en pappa moet daar gaan helpen met nieuwe holletjes bouwen.

Samengevat: wij kunnen dit boek niet aanbevelen. Wij hebben te veel respect voor het leger, zijn officieren en manschappen om de beeldvorming over te laten aan de schrijver van dit boek. 


[ Terug ]

f t

Login