Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Gesprek met de generaal


Leonhard Huizinga. Gesprek met de Generaal. P.N. van Kampen en Zoon N.V. Amsterdam. z.j. 63 bladzijden.


Bespreking

Inleiding

Dit bescheiden boekje hoort thuis in de ransel van iedere soldaat of officier. Huizinga interviewde in 1947 generaal S.H. Spoor in zijn huis aan het Koningsplein Zuid nummer 13 te Batavia.

Hij omschreef Spoor als Frans van geest en intellectuele oriëntatie maar Nederlands in zijn soliditeit van hoofd en hart. Het gesprek tussen Huizinga en Spoor ging over Spoors opvatting van  het begrip "militair".

De relatie officier en mindere

Op de opmerking van Huizinga dat de taak van een legercommandant organisatorisch en administratief was en weinig ruimte of noodzaak liet voor direct contact met de troep reageerde Spoor geschokt; hij vond dat een organisator en administrator zijn werk niet kon doen als hij niet het materiaal kende dat hij organiseerde en administreerde, speciaal als dat materiaal uit mensen bestond (bladzijde 11).

Spoor zag de verhouding bevelhebber tot soldaat als de verhouding van een vader tot een zoon (mits de vader de baas wist te blijven) omdat die van meester tot knecht de soldaat degradeerde tot kanonnenvlees en de generaal tot de maître d'hotel die het serveerde (bladzijde 13). Hij vervolgde met een betoog waarom hij de verhouding van leider tot volgeling niet van toepassing achtte (vrouwelijk-hysterisch, gebaseerd op verleiding en derhalve niet militair). De verhouding van de meerdere tot de mindere moest integendeel, volgens Spoor, gebaseerd zijn op respect èn vertrouwen (bladzijde 16 en 17).

Militaire deugden

Volgens Spoor gaf de Militaire Willemsorde de militaire deugden het beste weer, namelijk moed, beleid en trouw. Hij definieerde specifiek militaire moed als de persoonlijke overwinning op de angst, die de angst - een negatieve factor - in aanvalsgeest, een positief element, deed verkeren en leidde tot offervaardigheid (bladzijde 20). Hij sprak over militaire trouw als tweeledig en bestaande uit verantwoordelijkheidsbesef en plichtsgevoel.

Wat betreft het officier-zijn gold voor Spoor als eis dat voor hen de beroepsplicht eerst, dan de verplichtingen aan het gezin en als laatste de betaling kwam (bladzijde 29). Beleid strekte zich uit tot zowel de verrichtingen op het strijdtoneel als de zelfdiscipline om geen grotere of kleinere militaire geheimen te verraden. We hebben moed en trouw. Daartussen staat de weegschaal der beleid; het afwegen van de vraag hoe ver moed mag en moet gaan en waar de trouw in "Kadavergehorsam" ontaardt, beiden gezien tegen een achtergrond van militaire noodzaak en mogelijkheid (bladzijde 30).

Tweede deel

In het tweede deel van het boekje vertelt Huizinga het verhaal, geschreven op verzoek van Spoor, van de dienstplichtig soldaat Jan Plotseling, waarin bovengenoemde militaire deugden naar voren kwamen. Dit stuk, De weg naar Bandoeng, gaat over een soldaat die neerstort met zijn vliegtuig en eerst samen met een gewonde Ambonees, later alleen, de weg naar Bandoeng weet te vinden om stervend zijn officier in te lichten.

Zijn laatste woorden tegen zijn overste zijn: Ik moest mij bij u melden. De overste was een wijs man. Hij keek in de grote flakkerende ogen tegenover hem en zei kortaf: Het is goed. De woorden van Spoor in dit bescheiden boekje leren ons meer dan het lijvige werk van Marco Kroon Leiderschap onder vuur. Hier is J.W. von Goethe (1802) van toepassing: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.


 

 

 

 

f t

Login