Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Couzy boekje


H.A. Couzy. Mijn jaren als bevelhebber. Uitgeverij L.J. Veen. 1996. 184 bladzijden.


Inleiding

Hans Couzy, tussen 1992 en 1996 bevelhebber der landstrijdkrachten, schreef Mijn jaren als bevelhebber samen met journalist Rien Robijns.  Hij begint zijn voorwoord met een explicatie van zijn omgang met politici, waarbij de grenzen scherp waren aangegeven: generaals zijn er om de troepen te commanderen, niet om politiek te bedrijven. In zijn woorden: de opvattingen van een militair doen er niet toe en diens argumentatie is niet relevant (bladzijde 7). Met dit uitgangspunt stort Couzy de lezer direct in zijn eerste conflict met de politiek; die betrof op 11 november 1992 de benodigde tijdsduur voor de afschaffing van de dienstplicht en wordt gevolgd door een zowel voor de politieke kopstukken als legerleiding ontluisterende weergave van de argumentatie achter de beslissing tot afschaffing.

Met name de zin een minister van defensie heeft zoveel verplichtingen dat hij weinig tijd heeft om zich met de krijgsmachtdelen te bemoeien is onthullend (bladzijde 14). Couzy geeft nu een voor de leek zeer interessante inkijk in de machtsstructuren bij het ministerie van Defensie. Wij leren dat de  secretaris-generaal, een burger, feitelijk "de baas" is en dat militairen een ondergeschikte rol vervullen, wat leidt tot allerlei onduidelijkheden (mild geformuleerd) over en weer.

Veranderende wereld

Na een korte weergave van zijn loopbaan tot dan toe, gedurende welke hij conflicten ook al niet uit de weg ging, gaat de schrijver verder met het beschrijven hoe de militaire legerleiding in de jaren zeventig in zijn ogen min of meer was vastgeroest in een langzaam verdwijnend vijandbeeld, waarbinnen daadwerkelijk optreden op de achtergrond was geraakt. Het ergste wat een beroepsmilitair in die tijd kon overkomen was dat hij af en toe drie weken naar Duitsland moest. Hier stonden een uitstekend salaris en goede arbeidsvoorwaarden tegenover (bladzijde 67).  

Toen in 1989 het ijzeren gordijn viel stond de legerleiding daar volgens Couzy verbaasd naar te kijken en werd de noodzaak tot verandering in eerste instantie ontkend. De politiek onderkende de noodzaak tot veranderingen echter direct  en besloot middels de Defensienota 1991 tot enorme bezuinigingen (inkrimping van het leger tot een derde van de oorspronkelijke sterkte). Verder werd besloten dat het leger deel zou gaan nemen aan vredesmissies, in de woorden van de schrijver: terwijl aan de ene kant niemand meer zeker was van zijn baan moest men aan de andere kant levensgevaarlijke missies opknappen (bladzijde 71).

De koers van de mammoettanker

Couzy vergelijkt de koerswijziging die defensie diende te maken (aanpassing opleidingen, reductie mankracht, afschaffing dienstplicht, aanname vrijwilligers) met een mammoettanker die een bocht van 90 graden moet maken (bladzijde 74). Voor de groep vrijwilligers dienden allochtonen, vrouwen en langdurig werklozen te worden gerecruteerd, waarbij wij even moesten lachen om de verklarende politiek correcte opmerking van Couzy: dat  onze ervaring is dat er onder deze groepen weinig geïnteresseerden zijn (bladzijde 76). 

Hij beschrijft smakelijk de "clash of the Titans" (onze woordkeuze) binnen de top van de krijgsmacht, de daarop volgende herstructurering van de diverse onderdelen en de "close encounters" tussen legerleiding en politieke kopstukken. Hierna krijgt de lezer een beeld hoe de  "cultuuromslag bij defensie"  wordt bewerkstelligd met de hulp van een organisatieadviesbureau en in  brainstormsessies (bladzijde 97). Een verrassende conclusie (voor ons leken) uit deze sessies was dat de legerleiding de verdediging van eigen land geen prioriteit toekende (bladzijde 98).

Cultuuromslag

Een tijdens eerder genoemde sessies geformuleerd "mission statement" vormde nu de basis van de daarop volgende cultuuromslag, die volgens Couzy werd doorgevoerd aan de hand van een bedrijfsmodel van AKZO; dit middel werd met name ingezet om de bureaucratische lagen binnen de legerorganisatie af te breken (bladzijde 102). Couzy geeft verder een beeld van de (toenmalige hopen wij) gezagsverhoudingen in de zin: de minister houdt het complete verhaal en de bevelhebber staat applaudiserend langs de zijlijn (bladzijde 106).

We lezen over zijn vele conflicten met minister van defenise ter Beek (af en toe vroeg hij ons advies maar niet vaak, bladzijde 107) en zien dat Ter Beek inzake  het zenden van troepen naar Srebrenica eerst de legerleiding gelijk gaf inzake het niet zenden en vervolgens soepel van mening veranderde toen de Tweede Kamer dit van hem vroeg. Ook is het voor de niet-ingewijde soms lastig te begrijpen dat Couzy (bevelhebber der landstrijdkrachten!) van de beslissing tot het zenden van een Nederlands detachement naar Rwanda niet op de hoogte was gesteld (bladzijde 119).

Joegoslavië

Ter Beek werd in 1994 opgevolgd door Voorhoeve en door 2.5 miljard bezuinigingen. We lezen dat er ieder twee weken een bijeenkomst was met de minister en de legertop, waarbij de minister zo uitgebreid aan het woord was dat niemand meer iets kon inbrengen (bladzijde 124). En dat Couzy, na een woordenwisseling in mei 1995, de staatssecretaris van defensie, Gmelich Meijling, helemaal niet meer ontmoette.

Ook ten tijde van de uitzending van de troepen in Joegoslavië toonde de  communicatie tussen defensie en legertop zich de zwakke schakel. Couzy geeft een kort resumé van de aanleiding tot de oorlog in Joegoslavië en van de factoren die een cruciale rol speelden tijdens de uitzending van de Nederlandse  troepen (te weinig militairen wiens handen ook nog eens gebonden waren, bladzijde 133). De nu volgende bladzijden, 134 tot en met 169, zijn zeer lezenswaard omdat de lezer via de blik van een direct ingewijde de verrichtingen te Srebrenica en bij de defensietop in Nederland als het ware kan gadeslaan.

Tenslotte

In het laatste gedeelte van het boek geeft Couzy de politieke verwikkelingen na de val van Srebrenica en zijn kijk op het handelen van overste Karremans weer. Hij eindigt met zijn visie op de structuur van het leger van de toekomst. 

Mijn jaren als bevelhebber is vlot en goed geschreven, al zit soms de ijdelheid van de schrijver hem enigszins in de weg, waardoor de schijn van zijn objectiviteit in het boek wordt aangetast.

Het werk geeft een unieke kijk op de "powers that be" die over de veiligheid en daarmee de toekomst van ons land  heersen, en is daarom voor iedereen die belang in de Staat der Nederlanden stelt een must om te lezen.


[ Terug ]

f t

Login