Afdrukken

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

CBG01 027766 U


Vroege loopbaan

Pieter Zegens Veeckens  (Breda, 9 december 1843 - Amsterdam, 19 oktober 1902) volgde de opleiding tot zeeofficier aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en werd op 16 september 1861 benoemd tot adelborst der eerste klasse. Met iPrins Mauritsngang van 1 november  1861 werd hij geplaatst op het zeilkorvet Prins Maurits, waarmee hij onder meer naar Brazilië en West-Indië voer.

Eenmaal terug in Nederland ging hij onderdeel uitmaken van het etat-major van Zr. Ms. stoomschip Djambi, commandant kapitein-luitenant-ter-zee P.A. van Rees, dat bestemd was voor Oost-Indië. Op deze boot reisde hij onder meer naar  Australië, Borneo en Sumatra, en nam hij deel aan de Assahan-expeditie. Zegers Veeckens werd op 1 juli 1865 bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse en keerde pas in 1867 met Zr. Ms. transportschip met stoomvermogen Java terug naar Nederland.

Met ingang van 15 juli 1867 werd hij op nonactiviteit gesteld en in juni 1868 op Zr. Ms. raderstoomschip De Valk geplaatst. Met dit schip maakte hij de reis van Prins en Prinses Hendrik ter gelegenheid van de opening van het Suez-kanaal mee.  In december 1871 werd hij overgeplaatst  bij de Indische Marine, waar hij op Zr. Ms. transportschip Java en Zr. Ms. stoomschip Sumatra (1872) voer.

Indische wateren

Zegers Veeckens keerde in mei 1873 naar Nederland terug, waar  hij  achtereenvolgens te werk gesteld werd  bij de Dienst Defensie Materiaal en op Zr. Ms. monitor Krokodil en Zr. Ms. Wachtschip te Hellevoetsluis. In juni 1874 werd hij overgeplaatst op de dan pas in dienst gestelde monitor Zr. Ms. Adder, die bestemd was tot het doen van oefentochten op de Noordzee, en met ingang van 1 januari 1876 bevorderd tot lAdder in volle vaartuitenant-ter-zee eerste klasse. 

Zegers Veeckens vertrok in november 1876 per stoomschip William Mackinnon naar Atjeh, waar hij  deelnam aan diverse expedities rond Atjeh, waaronder de expeditie naar Segli. Hij keerde in 1879 naar Nederland terug, waar hij in september werd benoemd  tot adjudant bij de directeur en commandant der Marine te Willemsoord, vice-admiraal De Haas. Deze positie bekleedde hij tot maart 1883, toen hij bij de Torpedodienst tot commandant van het instructievaartuig Zr. Ms. Vulkaan werd aangesteld. In dat jaar was hij tevens lid van het bestuur van een commissie van zeeofficieren die zich ten doel had gesteld alle belangrijke vraagstukken die zich voordeden op het gebied van de Marine te bestuderen.

Zegers Veeckens werd met ingang van 1 januari 1886  bevorderd tot luitenant-kapitein-ter-zee.  In dat jaar keerde hij terug naar de Oost, waar hij deelnam aan diverse expedities rond Atjeh, waaronder de Lampagger-expeditie. Met ingang van mei 1887 werd hij benoemd tot chef der Eerste Afdeling van het Department van Marine in Nederlands-Indië (tot maart 1888).

Eervolle vermelding

Op 13 juli 1889 keerde Zegers Veeckens per stoomschip Soerabaja naar Nederland terug, waar hij met ingang van 1 maart 1890 werd benoemd tot hoofd van het vak van uitrusting bij de directie der Marine te Hellevoetsluis en als havenmeester aldaar, als opvolger van kapitein-luitenant-ter-zee Huibert Quispel. Het jaar daarop volgde zijn benoeming tot adjudant van de Koningin en op 1 april 1892 de bevordering tot kapitein-ter-zee.

Zegers Veeckens werd niet lang hierna geplaatst op Hr. Ms. pantserdekschip Koningin Wilhelmina der Nederlanden, waarmee hij oefeningen verrichtte in de Noordzee en vervolgens naar Batavia voer.  Bij Koninklijk Besluit van april 1895 werd bepaald dat hij eervol zou worden vermeld voor zijn verrichtingen op 16 oktober 1886  tijdens de tuchtiging van de kampongs Lampagger en Lambaroe, gelegen aan de Noordkust van Atjeh. Nog datzelfde jaar werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Bromo.

Hogere rangen

Zegers Veeckens vertegenwoordigde, samen met luitenant-generaal C.H.F. Dumonceau, dan chef van het Militair Huis, de Koningin tijdens de plechtige herdenking van de honderdste geboortedag van Keizer Wilhelm I in Berlijn op 22 maart 1897. Met ingang van 15 mei 1897 werd hij aan boord van Hr. Ms. pantserschip Piet Hein geplaatst en kreeg hij, als opvolger van kapitein-ter-zee H.HBromo.J.R. Thorbecke, het bevel over de divisie bestemd voor de binnenlandse dienst, in casu de panterschepen Piet Hein, Evertsen en Kortenaer. Bij Koninklijk Bevel van 8 oktober 1897 werd deze divisie voor binnenlandse dienst met ingang van 16 oktober weer ontbonden en Zegers Veeckens eervol ontheven van het bevel over Hr. Ms. Piet Hein.  

In deze jaren verrichtte hij veel werkzaamheden die verband hielden met zijn functie als adjudant van de Koningin. Met ingang van 1 november 1899 werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht en eervol ontheven van zijn functie als adjudant van de Koningin. In zijn nieuwe rang werd hij benoemd tot adjudant van de Koningin in Buitengewone dienst en kreeg hij (oktober 1899)  de betrekking van directeur en commandant der Marine te Hellevoetsluis, tevens commandant der Stelling van de Monden der Maas en van het Haringvliet opgedragen. Kort na zijn benoeming op 1 juni 1902 tot vice-admiraal, bij het van stapel lopen van Hr. Ms. Hertog Hendrik, verkreeg hij van de Prins der Nederlanden de versierselen der Orde van de Nederlandse Leeuw opgespeld.   

Ziekte en overlijden

Zegers Veeckens was uitgenodigd om bij de Koningin te dineren maar hij moest deze afspraak afzeggen toen hij op 18 oktober 1902 omstreeks elf uur, terwijl hij aan het werk was, ernstige hartklachten kreeg. Hij werd door officieren van gezondheid op een brancard naar zijn huis, het "paleis" op de werf gebracht.  In het beGraf van Zegers Veeckensgin leek de toestand zich langzaam te verbeteren en hoopte Zegers Veeckens alsnog naar het diner te kunnen gaan maar naarmate de middag verstreek verslechterde zijn conditie. 

Op zondagochtend omstreeks kwart over negen overleed Zegers Veeckens uiteindelijk aan de gevolgen van de hartaanval van de dag ervoor.

Hij werd begraven op het Algemene Kerkhof aan de Kerkhoflaan in Den Haag. Bij de plechtigheid waren leden van de Koninklijke Hofhouding aanwezig en verder onder meer de Minister van Marine Kruys, de oud-vice-admiraals Stokhuyzen, De Josselin de Jong, Mac Leod, Ten Bosch en Quispel, en diverse opperofficieren van Land- en Zeemacht.

Nevenfuncties en decoraties

Zegers Veeckens was voorzitter van de Amsterdamse afdeling van de Vereniging Moed, Beleid en Trouw. In deze functie verrichtte hij zeer veel werk om de belangen van Ridders der Militaire Willemsorde te behartigen, met name voor hen die hulp en steun nodig hadden. Zijn decoraties waren de volgende:


[ Terug ]