Afdrukken
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

CBG01 026033 U


Zie ook het fotoalbum van Sint Petrus Banden en de Algemene Begraafplaats op de Kerkhoflaan in Den Haag.


Vroege loopbaan

Maurice Antoine Elout (Den Haag, 11 augustus 1858 - Voorburg, 7 juli 1944) was de zoon van Maurits Theodorus Elout (1808-1889), majoor der Artillerie en Ridder in de Militaire Willemsorde.  Hij behaalde in de zomer van 1877 het eindexamen HBS en het vergelijkend examen voor toelating aan de Koninklijke Militaire Academie en werd aansluitend als cadet richting artillerie hier te lande geplaatst.

Elout werd met  ingang van 5 juli 1881 bevorderd tot tweede luitenant bij het derde regiment Vestingartillerie te Den Bosch en in juli 1882 ten behoeve van de oefeningen op de forten gedetacheerd bij het eerste regiment Vestingartillerie te Utrecht. Met ingang van 1 september 1883 mocht hij de cursus aan de eerste afdeling der Krijgsschool in Breda volgen, waarna hij in oktober 1884 werd bevorderd tot eerste luitenant bij het derde regiment Vestingartillerie.

Bij de Constructiewerkplaatsen

Elout trouwde op 26 augustus 1886 te Den Haag met Johanna Cornelia de Fremery en werd met ingang van 1 september 1886 te werk gesteld bij de artillerie stapel- en constructiemagazijnen in Den Haag. Na zijn bevordering tot kapitein, in de zomer van 1896,  werd hij overgeplaatst bij het tweede regiment vestingartillerie, standplaats Naarden. Aldaar bleef hij werkzaam tot hij op  23 november 1900 in verband met zijn werkzaamheden als hoofdopzichter op de geschutgieterij overgeplaatst werd bij de staf der Artillerie in Den Haag.

Met ingang van 1 mei 1904 werd Elout toegevoegd  aan de directeur der Artillerie-inrichtingeMaurice20Antoine20Eloutn in Delft en bestemd voor de dienst in de contructiewerkplaatsen. In het voorjaar van 1906 werd hij aangewezen om een aanvullende cursus te volgen bij de artillerieschietschool te Oldebroek en in april 1910 bevorderd tot majoor.  Elout werd met ingang van 22 januari 1913 als eerste officier aangesteld bij de Koninklijke Militaire Academie; hij was in die tijd  in de rang van luitenant-kolonel lid en voorzitter van de commissie die het toelatingsexamen tot de Koninklijke Militaire Academie afnam.

 In de loop van 1915 werd Elout tijdelijk toegevoegd aan de commandant van de Stelling van Amsterdam en was hij gedurende enige tijd in 1916 waarnemend gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie. Hij werd in deze functie met ingang van 1  december 1916 bevorderd tot kolonel.

Latere loopbaan

In maart 1918 werd Elout eervol ontheven uit deze functie, om te worden benoemd tot directeur van aanschaffing en verstrekking van artilleriematerieel, en met ingang van 29 juli 1918 bevorderd tot generaal-majoor. In deze rang was hij werkzaam als inspecteur der Bereden Artillerie en plaatsvervangend gouverneur der Residentie.

Op 1 augustus 1920 kreeg Elout  eervol ontslag uit de militaire dienst met toekenning van de titulaire rang van luitenant-generaal. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en drager van het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier. Voor de Militaire Spectator schreef hij in 1926 het artikel "Een paar aantekeningen op C.P. Brest van Kempen's Onderwijs en opvoeding aan de KMA."

Hij overleed te Voorburg op 85-jarige leeftijd en werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag.


 

[ Terug ]