Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Georges20Vogelaar 


Zie ook het fotoalbum van Sint Petrus Banden en de Algemene Begraafplaats op de Kerkhoflaan in Den Haag.


Inleiding

Georges Vogelaar (Heer, 22 augustus 1870, overleden te Wassenaar op 5 april 1958) was een Nederlands genVan Voorst tot Voorsteraal-majoor titulair der artillerie. Hij ligt begraven op kerkhof St. Petrus Banden in Den Haag en was officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Vogelaar was getrouwd met Jkvr. Alice Cathérine Justine Serraris. Hun dochter, Aline Anne Marie Vogelaar, trouwde met Godfried Frans Maria baron van Voorst tot Voorst, burgemeester van Ouderamstel en Den Dungen.

Vroege loopbaan

Vogelaar voldeed met succes aan de eisen van het vergelijkend examen der aspiranten voor cadet en volgde met ingang van 1 september 1886 de Koninklijke Militaire Academie te Breda, afdeling Artillerie hier te lande. Hij werd in juli 1890 bevorderd tot tweede luitenant en ingedeeld bij het eerste regiment vestingartillerie.

Met ingang van 1 september 1891 werd hij voor de duur van een jaar gedetacheerd bij de eerste afdeling van de Krijgsschool in Breda en slaagde in juli 1892 voor het examen aldaar afgenomen. Per 1 maart 1894 werd Vogelaar van het eerste regiment vestingartillerie in Utrecht gedetacheerd bij het Korps Rijdende Artillerie te Arnhem en met ingang van 1 juni 1895 overgeplaatst bij het derde regiment vestingartillerie te Den Bosch.

Hogere Krijgsschool

Vogelaar werd aldaar in november 1895 bevorderd tot eerste luitenant en deed het jaar daarop met zijn paard Black mee aan de cross country wedstrijd van de militaire sportvereniging te Breda. In juni 1899 werd hij overgeplaatst bij het eerste regiment vestingartillerie te Utrecht en slaagde in april 1903 voor het  examen voor de Hogere Krijgsschool.

Hij studeerde aldaar in de jaren die volgden en werd met ingang van 1 mei 1905 van de Krijgsschool uit gedetacheerd bij het derde Regiment Huzaren te Den Haag, waarmee hij in september 1905 aan de manoeuvres in Zuid-Limburg deelnam. Vogelaar keerde in december van dat jaar van zijn detachering terug en verzocht om een jaar gedetacheerd te worden bij de Franse veldartillerie.

Loopbaan voor de Eerste Wereldoorlog

Dit verzoek werd echter afgewezen en Vogelaars detachering bij de Hogere Krijgsschool eindigde in oktober 1906, toen hij te Utrecht bij het eerste regiment veldartillerie in garnizoen werd geplaatst. Van 22 april tot en met 27 april 1907 volgde hij de cursus tot opleiding van officieren der bereden artillerie bij de legerschietplaats Oldenbroek en tijdens de winter van 1907-1908 woonde hij de de oefeningen op de kaart in de vestingoorlog bij.

Vogelaar werd bij Koninklijk Besluit in augustus 1908 bevorderd tot kapitein bij het eerste regiment veldartillerie en met ingang van november 1909 onder de bevelen van de chef van de Generale Staf gesteld.  In januari 1912 werd hij overgeplaatst bij het tweede regiment vestingartillerie te Leiden, bevorderd tot majoor en in maart 1918 toegevoegd aan de inspecteur der artillerie te Den Haag. Tijdens de begrafenis van de slachtoffers van het vliegongeluk te Soesterberg in 1918 vertegenwoordigde hij de Minister van Oorlog.  

Latere loopbaan

In februari 1919 werd de Rooms-Katholieke Officierenvereniging opgericht en Vogelaar werd tot voorzitter van het bestuur van de Afdeling benoemd. Voor deze vereniging nam hij tevens als voorzitter zitting in de Commissie inzake de landsverdediging in 1921. In juni 1922 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en benoemd tot commandant van het eerste regiment veldartillerie te Utrecht.

Vogelaar vroeg en verkreeg op zijn verzoek met ingang van 1 augustus 1923 eervol ontslag uit de militaire dienst en werd aangesteld als reserve-luitenant-kolonel bij het tweede regiment veldartillerie. Bij Koninklijk Besluit, ingaande 20 juli 1924, werd hij bevorderd tot kolonel bij het reservepersoneel der Koninklijke Landmacht, kreeg hij in die rang eervol ontslag verleend uit de militaire dienst en werd hij opnieuw aangesteld tot reservekolonel bij de artillerie.

Civiele  loopbaan

Nadat Vogelaar ontslag had genomen uit de militaire dienst werd hij deelgenoot van de bankiersfirma Menno & Co. Op zijn verzoek werd hij in augustus 1930 eervol ontslagen als reservekolonel van de eerste artilleriebrigade en op 30 augustus 1933 verkreeg hij bij Koninklijk Besluit wegens zijn verdiensten de titulaire rang van generaal-majoor der artillerie toegekend.

Vogelaar was in 1936 nog aanwezig bij de viering van het zestigjarig bestaan van het tweede regiment veldartillerie in de Frederikskazerne en in 1939 bij de begrafenis van mr. R.H.A.M. Romme te Den Haag. Hij overleed uiteindelijk op 5 april 1958 in de leeftijd van 87 jaar. 


Bronvermelding

  • 1886. Land- en Zeemacht. In: De Tijd, 22 juli 1886
  • 1886. Leger. In: de Javabode, 6 september 1886
  • 1890. Leger en vloot. De Standaard, 30 juli 1890
  • 1891. Marine en leger. In: De Leeuwarder Courant, 7 augustus 1891
  • 1892. Examen Breda. In: Soerabajasch Handelsblad, 29 juli 1892
  • 1894. Marine en Leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 13 februari 1894.
  • 1895. Marine en Leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 16 mei 1895
  • 1895. Leger en Marine. In: Leeuwarder Courant, 12 november 1895
  • 1896. Militaire Cross Country. In: Algemeen Handelsblad, 21 september 1896
  • 1899. Marine en leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 17 maart 1899
  • 1903. Zee en Landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 27 maart 1903
  • 1905. Marine en Leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 24 januari 1905
  • 1908. Land en Zeemacht. In: De Tijd, 20 augustus 1908.
  • 1919. Algemene RK Officierenvereniging. In: Nieuwe Rotterdamse Courant, 19 februari 1919
  • 1922. Land en Zeemacht. In: Het Vaderland, 25 juni 1922
  • 1930. Vogelaar zestig jaar. In: Het Vaderland, 19 augustus 1930
  • 1933. Rangsverhogingen. In: Leeuwarder Courant, 30 augustus 1933.
  • 1936. Militaire plechtigheid in de Frederikskazerne. In: Het Vaderland, 26 augustus 1936

 

 [ Terug ]

f t

Login