Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

image 4954

 


Bauke Geersing. Een markante periode uit de geschiedenis van Nederlands-Indië. Kapitein Raymond Westerling en de Zuid-Celebes-Affaire (1946-1947). Mythe en werkelijkheid. Aspekt. 2019. 506 bladzijden. 


Inleiding

Voorwoord

Het "brandende onderzoek" van Rémy Limpach en de regering

Het onderzoek van Geersing naar Westerling

Onderzoek van de feiten

De literatuur

Nadere analyse


Inleiding

Geersing volgde de Koninklijke Militaire Academie en diende vier jaar als beroepsofficier. Hij studeerde vervolgens rechten aan de Universiteit van Groningen, waarna hij tot zijn pensionering in het bedrijfsleven werkzaam was. In 2019 publiceerde hij dit boek over kapitein Raymond Westerling.

In de inleiding levert Geersing kritiek op de contemporaine geschiedschrijving inzake Nederlands-Indië in het algemeen en Raymond Westerling in het bijzonder. Hij illustreert zijn sceptische kijk hierop aan de hand van de mening van de volgende wetenschappers:

  • Geschiedschrijving werkt met ideologieën (een gesloten denksysteem dat onwelvallige feiten ontkent, misvormt en/of manipuleert (K. van het Reve);
  • De historische context (voor een juist begrip van de grondslagen van het bestaande Nederlandse staatsrecht) wordt ontkend (L.W.G. Scholten);
  • Contemporaine historici zien het tot hun taak moreel of politiek te oordelen (T. Judt);
  • Dat doen zij onder meer door juxtapositie: het naast elkaar plaatsen van zaken om een effect te bereiken en verbanden te suggereren die er niet zijn. 

Geersing tracht deze en andere valkuilen te vermijden. Dat is dan ook de reden dat hij ze in zijn inleiding uitgebreid bespreekt. Hij bekritiseert tevens het gegeven dat  beleidsbepalende wetenschappers vaak de periode die aan de Zuid-Celebes-Affaire vooraf ging weg laten. Geersing besluit zijn inleiding met de woorden: "Het is niet de taak van een geschiedkundige moreel of politiek te veroordelen" (bladzijde 17). 

Voorwoord

Het voorwoord is geschreven door Dr. J.J. van Galen. Ook hij bekritiseert de geschiedschrijving over het Nederlandse koloniale verleden. Dat doet hij met de woorden: "Emoties en vooroordelen spelen er een hoofdrol in, meer dan de feiten". 

Een paragraaf later formuleert hij dit, met betrekking tot het publieke debat, nog sterker. "In het publieke debat speelt alles wat aan feitenmateriaal boven water is gebracht minder een rol dan de behoefte om er schande van te spreken, boete te doen en excuses aan te bieden" (bladzijde 19). Van Galen noemt hierbij met name de regering (minister B. Bot), die stelde dat "Nederland inzake Indonesië aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan". 

Wat betreft het "koloniale onderzoek", uitgaande van de regering, verwijt hij de onderzoekers een vooringenomen standpunt. Men fundeert het koloniale onderzoek namelijk uitsluitend op het boek van Rémy Limpach, "De brandende kampongs van generaal Spoor".

Luitenant-generaal  bd. J.H. de Kleyn, die een tweede voorwoord schreef, beklemtoont nogmaals "dat de resultaten van een onderzoek nooit mogen worden getoetst aan de normen en het denken van nu." Feitelijk is het een schande dat men anno 2020 onderzoekers op dit fundament der geschiedschrijving dient te wijzen. 

Het "brandende onderzoek" van Rémy Limpach en de regering

De Nederlandse regering stelde, naar aanleiding van en gesteund op het werk van Rémy Limpach, een onderzoek voor naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Inclusief de Bersiap, politieke besluitvorming en militair optreden. "Kern van het onderzoek zal hierdoor de geweldpleging [door Nederlandse militairen] dienen te zijn". 

Dat is de consequentie als men het boek van Limpach als basis neemt. "Deze studie concentreert zich bewust op de donkere kanten van het militair optreden en op het extreme geweld" [van Nederlandse zijde in de periode 1945-1950]. Geersing beschrijft delen van de historie van Nederlands-Indië om te laten zien dat dit uitgangspunt nogal beperkt is. 

Het inktzwart kleuren van zowel Spoor als Westerling wijt hij aan hetzelfde mechanisme dat aan de negatieve mythologisering van Caesar en Napoleon ten grondslag ligt, namelijk het door wetenschappers innemen van een politiek standpunt.

Adam Zamoyski, die een werk over Napoleon schreef, is van mening (2018) dat aspecten als historische context, optreden van alle partijen, doelen die nagestreefd werden, enz. in een onderzoek meegenomen dienen te worden. Hij verwerpt een moreel superieure rol voor een der partijen ("historische kletskoek") en daarmee impliciet dus ook de basis van het Nederlandse onderzoek inzake de dekolonialisering van Nederlands-Indië. 

Het onderzoek van Geersing naar Westerling 

Geersing trachtte zijn onderzoek naar Westerling te doen aan de hand van de volgende elementen:

  • Beschrijving van de geschiedenis aan de hand van feiten;
  • Kennis van alle relevante aspecten die indertijd aan de orde waren;
  • Meerzijdige, niet vooringenomen aanpak;
  • Objectieve en evenwichtige schets en presentatie
  • Logische en objectieve redeneertrant;
  • Onderscheid tussen gelegitimeerd en niet-gelegitimeerd geweld;
  • Een evenwichtige verantwoording. 

Hij licht dit zeven-puntenmodel, aan de hand waarvan hij een objectieve, rechtvaardige en evenwichtige beschrijving wil maken van kapitein Westerling, nader toe. De schrijver koos Westerling en de periode op Celebes om zijn model te toetsen, omdat dit een kort tijdvak betrof, het onderwerp heftige emoties bij wetenschappers en publiek opriep en omdat er sprake was van een hoofdpersoon of een specifieke militaire eenheid. 

Onderzoek van de feiten

Geersing geeft een objectief (beide kanten worden belicht) historisch overzicht van de situatie op Zuid-Celebes in de periode 1905 (toen Celebes effectief onder Nederlands bestuur  kwam) tot 1942 (bezetting door Japan).

Hij vervolgt zijn beschrijving van dit tijdvak met de periode van de Japanse overheersing en het optreden van de diverse groepen (Nederlands, Australisch, Brits en Indonesisch) op Celebes. De situatie aldaar verschilde wezenlijk met die op Java, wat de schrijver nader toelicht. Daarnaast beschrijft hij de politiek van de Nederlandse regering, zoals verwoord door Van Mook, en de motivatie van de Indonesische strijdgroepen aldaar. 

Omdat Celebes verviel tot anarchie werd besloten tot het inzetten van extra KNIL-militairen en het Depot Speciale Troepen. Geersing geeft in zijn boek alle politieke en militaire besluitvormingen aan die tot de daarop volgende speciale militaire actie, onder leiding van Raymond Westerling, leidde. Opvallend is het groot aantal bronnen dat hij hiertoe geraadpleegd heeft. 

Hij vervolgt met een uitvoerige beschrijving van Westerling en de reden waarom men juist hem tot leider van de operatie op Celebes koos. De lezer krijgt verder een diepgaand inzicht in alle acties die het Depot Speciale Troepen op Celebes uitvoerde en de reacties van politiek en Indonesiërs daarop. 

Nadat Westerling al was afgetreden reageerde de politiek met krasse termen op zijn optreden. "Deze uitlatingen [....] geven een inkijkje op welke manier politici omspringen met delen van de eigen krijgsmacht, die in opdracht van de hoogste bestuurlijke en militaire leiding acties hebben uitgevoerd" (bladzijde 122). Geersing gaat op de spanningen tussen militair optreden en politieke uitlatingen (tot in de huidige tijd) nader en uitgebreid in. Daarnaast belicht hij diepgaand, gesteund door een imposant notenapparaat, de rol en daden van Westerling. 

De literatuur

Dit hoofdstuk, feitelijk deels al verwerkt in de noten, schreef Geersing met name om de volgende reden. "In toenemende mate blijkt bij Nederlandse geschiedkundigen en historici sprake te zijn van een ideologische/politieke invalshoek bij de beschrijving en interpretatie van de geschiedenis van Nederlands-Indië 1945-1950" (bladzijde 163). 

Hij meldt verder dat er sprake is van een geschiedschrijving die het antikolonialisme tot uitgangspunt  neemt en daardoor militairen in de beklaagdenbank zet. Indonesiërs daarentegen worden in deze historische school afgeschilderd als vrijheidsstrijders en slachtoffers van de Nederlandse koloniale macht. Schokkend om te lezen is dat discussie hierover niet mogelijk is (bladzijde 163). Op deze wijze verwordt de wetenschap der geschiedschrijving tot een intellectuele gevangenis. 

Ondanks de uitleg van Geersing had, en dat is een kritiekpunt, de schrijver er omwille van de leesbaarheid misschien beter aan gedaan dit hoofdstuk in noten te verwerken. Hij toont ermee echter wel aan dat objectieve geschiedschrijving tot de geschiedenis behoort in Nederland. Dat geldt helaas niet alleen voor boeken en artikelen maar ook voor televisieprogramma's. 

Nadere analyse

In het hoofstuk "Nadere analyse"  diept Geersing het hoofdstuk "De literatuur" verder uit. Hij illustreert hier hoe diverse "wetenschappers" en "amateurschrijvers" met elkaar de degens kruisen en met welke (ontoelaatbare en manipulatieve) middelen dit gebeurt. Men lijkt "de tegenstander uit te willen schakelen".  Geersing onderwerpt met name het boek van Limpach aan een nadere en diepgaande analyse. 

De schrijver, gebruik makend van zuiver wetenschappelijke argumenten, fileert Limpach. Deze citeert bijvoorbeeld bronnen fout of vertekend en staaft persoonlijke overtuigingen door selectief gebruik te maken van documentatie (een wetenschappelijke doodzonde).  

Inzake de Celebes-affaire benoemt Geersing nog een aantal andere laakbare praktijken van historici, zoals 

  • De historische context uit het oog verliezen;
  • Het nemen van hedendaagse normen als toetssteen;
  • Selectief citeren uit bronnen;
  • Op de persoon spelen;
  • Ontbreken van militair inzicht.

Met betrekking tot kapitein Westerling, en gebaseerd op zeer veel bronnen, is de conclusie van Geersing de volgende: "Westerling en zijn manschappen leverden op Zuid-Celebes een bijzondere prestatie. Hij heeft de door de politieke en militaire leiding in Batavia gegeven opdracht proportioneel en effectief uitgevoerd" (bladzijde 366). 

Datzelfde geldt eigenlijk ook voor Geersing. Met dit boek heeft hij een geheel ander beeld van Westerling, gebaseerd op zuiver wetenschappelijk onderzoek, gegeven. Dit werk is dan ook een must voor een ieder die werkelijke interesse in onze koloniale historie heeft. Helaas geeft het tevens een ontluisterend beeld van de hedendaagse geschiedschrijving en -schrijvers. 


 

f t

Login