Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Ontsporing geweld


2013. J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix. Ontsporing van Geweld. Het Nederlands - Indonesisch conflict (herdruk). Walburgpers.


Recensie geschreven door: Gerard van der Lee, reserve eerste luitenant, Huzaren van Boreel, actief tijdens de tweede politionele actie en de periode erna tot 1950.


Inleiding

Ontsporing van geweld is een knap geschreven en intelligente studie over de militaire geschiedenis in Indonesië van 1945 tot 1950. De auteurs waren destijds dienstplichtige militairen, ingedeeld bij deGerard van der Lee verbindingsdienst van een infanteriebrigade. Van Doorn was een Maastrichtse HBSer, die in 45/46 een jaar op de universiteit in Amsterdam was geweest en daar zijn kandidaats sociologische geografie behaalde. Hij onttrok zich aan de officiersopleiding en wilde in dienst een rustig baantje en studeren. Pas veel later voltooide hij zijn studie. Hendrix was een Amsterdamse "straatjongen" (zoals hij zelf schreef) "met lef, bravoure en een grote mond".

Na een opleiding tot verbindingsman gingen zij met hun onderdeel naar Indië. Van Doorn bleef bij de brigadestaf in Semarang. Hendrix werd geplaatst bij een bataljon in het buitengebied. Hendrix zag en/of hoorde van het gebruik van excessief geweld bij zijn afdeling en vertelt dit aan Van Doorn. Samen besloten zij een en ander te onderzoeken. Van Doorn maakte een standaardformulier. Hendrix informeerde, deed navraag naar in zijn ogen geweldsexcessen en oorlogsmisdaden bij zijn medesoldaten en vulde dit in op de formulieren. Deze verzamelde gegevens zouden de basis en het uitgangspunt gaan vormen voor het boek.

Wie waren de auteurs en waar waren zij ingedeeld?

In het boek vormt het versleutelde verhaal over het "Ontspoorde Geweld" bij het betreffende infanteriebataljon dienstplichtigen de basis. Namen van personen en plaatsen zijn fictief om te voorkomen, dat deze gekoppeld konden worden aan werkelijke afdelingen en personen. Dit gedeelte (bladzijde 237 tot en met 281) is de kern van het boek en van hieruit wordt gesuggereerd dat als het er zo aan toeging bij éHuzaren van Boreelén van de Nederlandse krijgsmachtonderdelen het overal er wel zo aan toegegaan zou zijn.

Als verder bewijs hiervoor voerden de auteurs reeds eerder bekende gebeurtenissen aan: de actie op Celebes in 1947 door een afdeling KST onder leiding van kapitein Westerling, Rawegedeh en het gevangenentransport onder begeleiding van een afdeling Mariniers waarbij ongeveer 50 gevangenen in een wagon omkwamen. Vermoedelijk door onachtzaamheid bleven de deuren te lang gesloten, wat deze groep gevangenen fataal werd. Dit laatste voorval werd  toen gerapporteerd, onderzocht en bestraft. De auteurs schrijven over de oorlogen in Vietnam, Malakka, Algerije en de Portugese koloniën en insinueren daarmee dat het er in Nederlands-Indië hetzelfde toeging.

De "geheimhouding" van het betrokken bataljon (bladzijde 237 tot en met 281) is gemakkelijk te "kraken".  Wanneer men goed leest blijkt dit 4-6 RI te zijn geweest. Zoals de auteurs zelf schreven was dit de afdeling waarmee zij aan boord gingen naar Indië en waarbij zij ingedeeld zijn gebleven. In de militaire archieven is natuurlijk eveneens na te gaan bij welk onderdeel zij waren ingedeeld. Een en ander is dus te controleren Die geheimhouding is dus maar schijn.

Waarom zelf niets gemeld of gedaan aan het geweld

Waarom deden Van Doorn en Hendrix in de periode van 1947 tot en met 1950 zelf dan niets aan het zogenaamde excessieve geweld ter pleBij het grafkke? Was het mogelijk dat Hendrix, de straatjongen, die ook graag louche zaakjes deed, aangespoord door zijn "geleerde" vriend van het hoofdkwartier Van Doorn, zaken heeft aangedikt of verzonnen?

Dat ik zelf weinig of geen ontspoord geweld heb meegemaakt is natuurlijk ook geen bewijs dat er nooit en nergens iets verkeerds is gebeurd maar wel een indicatie dat die zeker niet op een dergelijke schaal plaatsvond als Van Doorn en Hendrix gelieven te beweren.

Wapens die zouden zijn gebruikt

"Ontsporing van Geweld" spreekt over intensief gebruik van zware, technische wapens zoals vliegtuigen, artillerie en tanks. Wat betreft de vliegtuigen: mijn ervaring (tweede politionele actie en de periode daarna) is dat er eenmaal een patrouillerend jachtvliegtuig gezien werd boven de weg toen ik de generaal moest begeleiden. EeIn actienmaal zag ik een Mitchel bommenwerper staan op het vliegveld bij Madioen, dat personen van de divisiestaf vervoerde naar Madioen en terug naar Soerabaja. Meestal gebeurde dergelijk vervoer per DC3.

Met Dc3 vliegtuigen werd mijn eskadron door de lucht geravitailleerd toen het eind december 1948 een extra actie van Kediri naar Kertosono moest ondernemen omdat de Mariniersbrigade dit niet op tijd had bereikt. Artillerie heb ik vanaf januari 1949 tot het einde op heel Oost Java niet horen of zien gebruiken. Wat betreft de tanks: de Mariniers Brigade beschikte over 10 Sherman tanks. Het KNIL beschikte over een aantal eskadrons Stuart tanks (lichte verkennings-tanks met een kanon van 3.7 cm en enkele mitrailleurs).

De KL beschikte bij de eskadrons Huzaren van Boreel over Humber pantserwagens met een kanon van 3.7 cm en een lichte mitrailleur. Verder waren er open gepantserde voertuigen voor het vervoer van personeel van waaruit met de bren geschoten kon worden, die niet bestand waren tegen pantserdoordringende kogels.

Conclusie

Al met al konden met dit materieel geen grootschalige slachtingen onder de burgerbevolking of grote verwoestingen mee worden aangericht. Vergelijkingen met de Amerikaans militaire macht, zoals die in Vietnam, is een mug vergelijken met een kudde olifanten. Op Vietnam werden 50% meer bommen gegooid dan op Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. Men denkt ook aan de chemische ontbladeringsmiddelen en kerosinebommen die in Vietnam gebruikt werden.

In een aantal gevallen overigens had ik tijdens en na de tweede politionele actie lucht- of artillerieondersteuning zeer welkom gevonden! Verbindingsmiddelen voor de aanvraag van die steun ontbraken bij het overgrote deel van de acties. Aldus is het boek, mijn insziens, zeer tendentieus en ontbreken de harde gegevens om de zware beschuldigingen te staven.

Zie ook: Zijn onze veteranen oorlogsmisdadigers?


 [ Terug ]

f t

Login