Piet van Santen


Vroege loopbaan

Militaire Willemsorde

Overdracht commando's

Laatste activiteiten en terugkeer naar Nederland

Van Santen over de Ambonezenkwestie

Grenadiers en Jagers

Commandant Bronbeek

Activiteiten Bronbeek

Latere loopbaan

De persoon Van Santen

Belangrijke decoraties

Zie ook


Vroege loopbaan

Adrianus ("Piet") van Santen (Vlaardingen, 2 januari 1906 - Velp, 28 november 1993)  trad in 1922 bij het instructiebataljon in Kampen als vrijwilliger in militaire dienst. Hij behaalde in de zomer van 1926 het toelatingsexamen voor de Hoofdcursus en kwam aldus met ingang van 1 oktober 1926 bij de Koninklijke Militaire Academie in aanmerking voor deA. van Santen opleiding tot de rang van tweede luitenant voor de infanterie in Nederlands-Indië. Hij werd op 23 augustus 1928 bevorderd tot tweede luitenant en vertrok op 14 november 1928 naar de Oost, waar hij werd ingedeeld bij het vierde bataljon te Tjimahi.

Begin 1931 vond zijn overplaatsing naar het garnizoensbataljon van de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo plaats, waarna hij met ingang van  23 augustus 1931 werd bevorderd tot eerste luitenant. Hij was werkzaam in het garnizoen te Long Nawang toen hij op 1 mei 1935, wegens zesjarige dienst, een verlof van acht maanden naar Europa verkreeg.

Van Santen keerde per Sibajak na afloop van die periode terug naar Indië, waar hij werd geplaatst bij het negende bataljon, gelegerd in Tjimahi.  In de jaren die volgden was hij achtereenvolgens gelegerd bij het tweede garnizoensbataljon te Poerworedjo en het garnizoensbataljon der Molukken, detachement te Sanana (februari 1937).

Van Santen reisde in september 1939 per Marineschip Indrapoera naar Nederland, maar keerde voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak terug naar de Oost, waar hij te Bandoeng werd ingedeeld. Op 30 november 1940 werd hij bevorderd tot kapitein.  In maart 1942 geraakte hij op Java in Japans krijgsgevangenschap.

Militaire Willemsorde

Van Santen werd in december 1945 te Bandoeng ingedeeld bij het dan in oprichting zijnde vijfde bataljon KNIL, waar hij een zeer werkzaam aanSandrientjes2deel  had in de moeilijke taak van dit bataljon, de verdediging tegen extremisten die Zuid-Bandoeng in bezit wilden nemen.  Hij voerde van 5 september 1946 tot en met 2 mei 1947 het commando over het Prins Bernhard Bataljon (vierde infanterie bataljon van het KNIL) te Medan en was vanaf 5 mei 1947 tot 25 juli 1949 commandant van het infanterie V-KNIL bataljon. In 1949 verliet Van Santen dit bataljon om achtereenvolgens het commando over de "T" en "W"-brigade korte tijd waar te nemen.  Nadien werd hij benoemd tot Troepencommandant Midden-Java.

Bij Koninklijk Bevel van 30 november 1949 nummer 32 werd Van Santen benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde.

Dat was omdat hij zich in de strijd had onderscheiden door uitstekende daden van moed, beleid en trouw in het tijdvak van juli 1947 tot en met december 1948, aAppelsienjtes sandrien2ls commandant van het vijfde bataljon infanterie. In het kampement Tanah Tinggi te Djakarta  kreeg Van Santen de hoge onderscheiding uitgereikt  door generaal D.C. Buurman van Vreeden.   

In de formele documenten stond: "heeft zich in de strijd onderscheiden door uitstekende daden van moed, beleid en trouw in het tijdvak juli 1947 tot en met december 1948 door als commandant van het V-bataljon infanterie tegen een numeriek overmachtige vijand verscheidene acties in Midden-Java te leiden en daarbij bij herhaling onder hachelijke omstandigheden door zijn persoonlijk voorgaan zonder op eigen levensgevaar te letten zijn troep met een krachtige aanvalsgeest blijvend te bezielen.

Door deze acties, die getuigden van een tactisch inzicht, gepaard gaande aan bijzondere stoutmoedigheid bij het aanvaarden van grote risico's, werden vele honderden tegenstanders krijgsgevangen gemaakt dan wel buiten gevecht gesteld en tenslotte de orde en veiligheid in de regio in het hem toegewezen gebied van actie hersteld."

 Overdracht commando's

Op 4 mei 1950 droeg generaal-majoor F. Mollinger, Nederlands Troepen Commandant op Midden-Java, dit commando over aan Van Santen. Op zijn beurt droeg deze  in juni 1950 twee compagnieën infanterie over aan  luitenVan Santen luitenantkolonelant-kolonel Suprapto, die in opdracht van de Militair Gouverneur van Midden Java, kolonel Gatot Subroto, optrad. Toen het KNIL met ingang van 25 juli 1950 werd opgeheven werd Van Santen, in de rang van kolonel, benoemd tot Commandant Nederlandse Troepen in de Republiek Indonesië (C.N.R.I), belast met de afwikkeling van zaken de nog achtergebleven Nederlandse troepen betreffend.

Van Santen werd in december 1950, dan commandant van het Nederlandse Rayon te Semarang, belast met het commando over de nog resterende KNIL-troepen (in de functie van commandant Nederlandse troepen).

Hij nam in deze functie, samen met Minister mr. Moh Roem, Hoge Commissaris mr. A. Th. Lamping en kolonel Simatupan, in februari 1951, onder meer deel aan de besprekingen over de afvoer van de Koninklijke Landmacht militairen. In de vergaderingen werd besloten de afvoer van Ambonese KNIL-militairen versneld te laten verlopen - een beperkende factor was indertijd het tekort aan scheepsruimte.

Laatste activiteiten en terugkeer naar Nederland

Van Santen hield in mei 1951 op erebegraafplaats Menteng Pulu een toespraak, waarin hij erop wees dat de slachtoffers van de laatste jaren in de dood een zouden zijn. Tijdens zijn rede beklemtoonde hij dat de vroegere tegenstanders thans medestanders waren geworden. SantjesHij zei: "men moet hopen en durven verwachten dat geen van deze offers tevergeefs is geweest." Hij reikte na afloop een aantal onderscheidingen uit aan officieren die zich onderscheiden hadden.

Begin 1951 werd  Van Santen ontslagen uit zijn functie (inmiddels Nederlands Militaire Afwikkelingscommando genaamd) en reisde in juni met de constellation "Delft", samen met zijn chef van de staf, luitenant-kolonel Smit en zijn adjudant, kapitein Leenheer, vanuit Djakarta naar Nederland.

Op het vliegveld Kemajaran werden zij uitgeleide gedaan door de heer Schuurmans, die optrad namens de Nederlandse hoge commissaris, generaal-majoor A.J.A. Pereira, kolonel Valck van de Nederlandse Militaire Missie in Indonesië en majoor Masjur, namens kolonel Simatupang. In Indonesië bleven toen nog tweeduizend Nederlandse militairen, behorend tot de militaire missie, achter. De taak van Van Santen was met de voltooiing van de afvoer van Nederlandse militairen beëindigd.

Van Santen over de Ambonezen-kwestie

Van Santen noemde later diverse redenen die zouden hebben gezorgd voor vertraging tijdens de afvoer van Nederlandse Militairen. Deze waren deels technisch van aard. Maar hij wees ook het optreden van Raymond Westerling (de APRA-staatsgreep) en de affaire te Makassar aan als oorzaken.

Hij was zeer kritisch over het transport van een deel der Ambonese militairen naar Nederland, Van Santennoemde dit een "misgreep" en een "zielige bedoening" en achtte de rechterlijke beslissing (uitgelokt door Door De Eeuwen Trouw) in deze zaak in hoge mate onjuist.

Zijn mening was dat de Ambonezen zich als goed militairen hadden moeten neerleggen bij de souvereiniteitsoverdracht omdat er volgens hem in Indonesië geen spoor van vijandschap tegen hen bestond, en de angst van de Ambonezen aldus ongegrond zou zijn.

Van Santen meende dat indien er al moorden in Indonesië werden gepleegd dit roofmoorden waren en dat politieke moorden niet voorkwamen. Hij zei: "Er was en is dan ook niet de minste aanleiding om te denken dat zij angst behoeven te hebben of zich in gevaar bevinden" en dacht dat het Bureau Zuid-Molukken de Ambonezen, die naar Ambon of een der andere eilanden zouden willen terugkeren, verhinderde dit te doen.   

Van Santen was ook van mening dat als de Ambonezen in Indonesië waren gebleven de kans op de verwezelijking van hun ideaal, een autonoom Ambon, een reëelere kans zou hebben gehad.

Door De Eeuwen Trouw echter protesteerde tegen de opinie van Van Santen en stelde dat men met de Republiek Indonesië als erkende staat geen rekening kon houden omdat alle overeenkomsten afgesloten waren met de Republiek Indonesia Serikat, en er dus een staatkundig luchtledig bestond.

Grenadiers en Jagers

Eenmaal terug in Nederland werd van Santen geplaatst bij het Regiment Limburgse Jagers, in december 1953 overgeplaatst naar het Garderegiment Grenadiers en op 25 november 1953 bevorderd tot kolonel. Hij commandeerde tot december 1954 het 41ste regiment  infanterie, toen hij het bevel kreeg over het 51ste regiment. De commando-overdracht van het 41ste regiment aan luitenant-kolonel T. Beets (eerder commandant van het Korps Commando Troepen) vond plaats op de legerplaats Schaarsbergen.

Van Santen werd in juli 1954 tot adjudant in buitengewone dienst van de Koningin benoemd. Hij ontving in 1954, nog in zijn functie als commandant van het 41ste regiment en samen met plaatsvervangend commandant luitenant-kolonel J.J.C. Taets van Amerongen,  de Koningin in legerplaats de Harskamp en verkreeg in september 1955 eervol ontslag uit de militaire dienst.

Commandant Bronbeek

Toen generaal-majoor N.L.W. van Straten met ingang van 1 september 1955 aftrad als commandant van Bronbeek volgde Van Santen hem in die functie op 23 augustus 1955 op. In de periode tot 10 december 1968 - toen hij aftrad als commandant - was hij namens de oud-KNIL-militairen aanwezig bij diverse bijeenkomsten en herdenkingen. Zo legde hij in augustus 1957 een krans bij het genBuste20van20Karel20van20der20Heijden20op20een20bankeraal Van Heutsz-monument voor het Gemeentehuis in Coevorden en bracht hij tijdens datzelfde bezoek met oud-strijders een bezoek aan gemeentebestuur, bevolking en garnizoen van Zuid-Laren.

Gedurende de plechtigheid in Zuid-Laren zei Van Santen onder meer dat hij "het belangrijk vond dat de nieuwe generatie militairen in contact kwam met de lichting die had meegewerkt aan de vestiging van de Nederlandse reputatie onder de mogenheden in de scheepvaart, handel en tropische landbouw".

Het granieten monument met de bronzen plaquette van generaal Karel van der Heijden, na generaal J.C.J. Smits de tweede commandant van Bronbeek,  verkeerde anno 1960, gelegen op een afgelegen plaats in Arnhem,  in slechte staat. De gemeente Arnhem had verzuimd om het monument goed te onderhouden en een deel, waaronder een plaquette, was al gestolen. Drie Arnhemse  journalisten ontvoerden het monument in het kader van de operatie "Kareltje Eenoog" en overhandigden het beeld aan Van Santen. De Heidemaatschappij had inmiddels de opdracht gekregen een park rond Bronbeek aan te leggen, waarin het monument een ereplaats zou krijgen.   

Activiteiten Bronbeek

Van Santen verkreeg bij Koninklijk Besluit van 22 april 1960 de titulaire rang van brigade-generaal en nam in december 1960 het door de schilder Theo Swagemakers vervaardigde portret van generaal Simon Spoor in ontvangst, dat in de eregalarij werd opgehangDjokajaverlamminen. Het schilderij van Spoor was in opdracht van een commissie vervaardigd, die onder auspiciën van Veteranen Legioen Nederland hiertoe gelden had ingezameld.

Dit portret is anno 2015 niet meer op Bronbeek te bezichtigen en de Eregalarij opgeheven. In de plaats hiervan wordt nu (in het kader van "veranderde inzichten") kunst van Indonesische "vrijheidsstrijders" vertoond en bij het uniform van Spoor kan men spotprenten van de TNI en andere voormalig strijdende groeperingen bewonderen.

Toen Bronbeek honderd jaar bestond, in 1963 werd het jubileumgeschenk, een door de genie vervaardigde bank, in aanwezigheid van onder meer oud-gouverneur-generaal mr. dr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, aan het Invalidentehuis overgedragen.

De fondsen voor het vervaardigen van de bank, ongeveer 4.350 gulden, waren bijeengebracht door oudmilitairen van het KNIL, de Marine en hun weduwen. De voorzitter van de jubileumcommissie, generaal-majoor bd. P. Scholten, bood de bank aan Van Santen aan, terwijl het fanfarekorps van het Regiment Limburgse Jagers en het tamboerkorps van het Regiment Van Heutsz de plechtigheid opluisterden.

Latere loopbaan

Van Santen was nog in april 1964, samen met onder meer generaal M.R.H. Calmeyer, aanwezig bij het korpsfeest van de officieren van de Garde-Grenadiers in het Kurhaus en bij de zevende NATO-taptoe, tijdens de viering van de twintigste verjaardag van D-Day, beantwoordde hij in de ereloge het afscheidssaluut van elk korps.

Van Santen (afgetreden met ingang van 10 december 1968) werd op 31 december 1968 in zijn functie als commandant van Bronbeek opgevolgd door brigade-generaal J. van der Leer, chef-staf van het eerste legerkorps. Bij deze gelegenheid kreeg hij door Minister van Defensie Den Toom de versierselen van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw opgespeld. Hij overleed in 1993.

De persoon Van Santen

Over Van Santen in zijn tijd bij het vijfde bataljon schreef brigade-generaal J. van Leer, in het werk "Het Andjin Nica Bataljon": "Hij was jong voor zijn rang en commando, maar hij was een troepencommandant, begiftigd met een zeldzame eigenschap: gevoel voor het gevecht. Hij had een buitengewoon sterke verbeeldingskracht, die hem in staat stelde in gevechtsomstandigheden de meest onverwachte oplossingen te bedenken. Zijn plannen waren vaak verbazend onorthodox; zijn "kijk op terrein" was een zeer belangrijke factor maar bovenal wist hij de bedoelingen van de tegenpartij vaak zeer nauwkeurig te taxeren.

Van Santen was in de dagelijkse omgang hoffelijk en kameraadschappelijk, bij de troep geestig en gevat. Hij wist het hart van de mensen te raken en het gehele bataljon kwam onder zijn invloed. Hij trad streng op tegen plundering en brandstichting teneinde de discipline in het bataljon en het respect van anderen voor het onderdeel in stand te houden. 

Belangrijke decoraties

  • Ridder Militaire Willemsorde
  • Ereteken voor Orde en Vrede
  • Commandeur in de Orde van de Zware Ster
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 

Zie ook

 

f t

Login