• Vestingartillerie

  • Zr.Ms Celebes in gevecht met een Kota Mara (1859)

  • Zr Ms Karel Doorman en Zr Ms Willem vd Zaan

  • Neptunusdiploma

  • Citadel van Antwerpen

  • Lanciers de la Garde Imperiale (Hollanders)

Nouhuis met sigaar


Vroege loopbaan

Frans Paul Willem van Nouhuys (Tandjong Pinang Riouw, 16 mei 1905 - Etten, 17 juni 1993) slaagde in juni 1925 voor zijn eindexamen Gymnasium te Zeist en begon hierna aan een studie Indologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij behaalde in juli 1929 zijn economisch doctoraalexamen ISumatras westkustndologie, in december 1931 zijn doctoraal rechtswetenschap en in maart 1932 het economisch doctoraal Indologie. In deze tijd was hij al als administratief ambtenaar werkzaam bij het Binnenlands Bestuur.  

Van Nouhuys werd in april 1932 bestemd voor uitzending naar Nederlands-Indië en vertrok op 17 augustus van dat jaar met het stoomschip Dempo van Rotterdam naar Batavia, waar hij als aspirant controleur in de residentie Sumatra's Westkust werd geplaatst. Vier jaar later, in augustus 1936, werd hij bevorderd tot controleur, met de bepaling dat hij in de residentie Sumatra's Westkust geplaatst bleef in zijn eerdere functie in afwachting van een bestemming voor een organieke post.

Na-oorlogse werkzaamheden

Van Nouhuys werd later in de functie van controleur overgeplaatst naar de residentie Buitenzorg en in juli 1941 bevorderd tot controleur eerste klasse bij het Binnenlandse Bestuur, secretaris der residentie Buitenzorg. Na de bezetting van Nederlands-Indië door Japan, een periode die hij in Jappenkampen doorbracht, werd Van Nouhuys benoemd tot assistent-resident te Tjilatjap. Indertijd was Pangandaran bestuurlooSFA04 SFA006000742 Xs overgelaten aan nietsontziende Sabililahtroepen, wat leidde tot een periode van terreur en massa-evacuatie.

Op 23 oktober 1947 landde te Pangandaran, onder dekking van jachtvliegtuigen,  een Landing Ship Tank (LST) van de gouvernementsmarine en herstelden troepen van de 1-3 RI der V-Brigade de orde, waarna de bevolking geleidelijk aan weer terug kwam. In deze periode werden het districts- en dessabestuur opnieuw georganiseerd, spoor- en wegverbindingen hersteld en scholen en ziekenhuisjes weer geopend.

Tijdens een plechtigheid werden zowel de militaire commandant als Van Nouhuys, die in de opbouwfase een bepalende rol had gespeeld, publiekelijk geëerd. In deze bijeenkomst sprak Van Nouhuys de woorden: "Watermannen van het "Neptunus"-detachement, die deze gebieden binnenkort zullen verlaten, neem als herinnering aan uw verblijf alhier de dank van de bevolking met u mee en die van het bestuur van Tjilatjap voor uw cordiale samenwerking bij het herstel van het normale leven in Zuid-Tjiamis"!

Assistent-resident van Poerworedjo

In december 1948 kwamen er, wat de bezetting van de Republikeinse gebieden betrof, nieuwe voorzieningen. Zo werd er een Territoriaal Bestuurs Adviseur (TBA) benoemd, die met de Territoriaal tevens Troepencommandant nauw samenwerkte om de taak, alles voor de heropbouw van de Nederlands-Indische samenleving en het burgerlijk overheidsapparaat te regelen, te vervullen.

Tot TBA voor het gewest Midden-Java, met inbegrip van de Vorstenlanden, werd dr. P.H. Angenent benoemd. Van Nouhuys, eerder dus assistent-resident in het na-oorlogse Tjilatjap, werd in dezelfde functie overgeplaatst naar Poerworedjo en kreeg de regentschappen Poerworedjo en Keboemen (Zuid-Kedoe, Midden-Java) onder zijn beheer.

 De overval

In deze functie onderscheidde Van Nouhuys zich in de nacht van 16 op 17 januari 1949 tijdens een overmachtige aanval van terroristische benden op de politiekazerne te Poerworedjo. Er waren slechts acht mannen beschikbaar voor de verdediging van de politiekazerne. Deze werd vanaf elf uur 's avonds aangevallen door een bende zwaarbewapende opstandelingen van honderd man in getal. Beide aanwezige inspecteurs van politie werden ,doordat zij verwondingen opliepen, uitgeschakeld.

Toen hij een en ander vernam begaf Van Nouhuys zich direct op weg naar de kazerne.Terugtrekking uit Poerworedjo Hij was slechts bewapend met een stengun en vergezeld door zijn chauffeur. Zonder te letten op vijandelijk vuur reed het tweetal dwars door de vijandelijke linie om de verdediging van de kazerne op zich te kunnen nemen. Met een klein groepje agenten gelukte het hem het opdringen van de met automatische wapens en geweren uitgeruste bende zo lang tegen te houden tot de aangevraagde militaire hulp om half vier 's morgens kwam opdagen. De groep werd nu ontzet en de opstandelingen verjaagd.

Van Nouhuys zijn optreden was zeer heldhaftig, koelbloedig en doortastend, in een zeer hachelijke positie. Mede door de bezielende invloed die hij op zijn medestrijders wist uit te oefenen en zijn weigering zich aan de vijand over te geven kon de vijandelijke stormaanval niet doorgezet worden, waardoor de politiekazerne behouden bleef.

Dat Van Nouhuys goed met wapens overweg kon was op zich niet zo verwonderlijk: hij was bij Koninklijk Besluit van 23 december 1930 benoemd tot reserve-tweede luitenant der infanterie en op 29 december 1934 bevorderd tot reserve-eerste luitenant.

Latere loopbaan

Voor zijn acties werd Van Nouhuys bij Koninklijk Besluit van 7 januari 1950 nummer 10 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde.  Hij werd nadien benoemd tot resident van Biak, op Nieuw-Guinea, en niet veel later gepensioneerd. Terug in Nederland was hij actief als bestuurslid en penningmeester vaNauhuys nieuw guinean de Vereniging voor Nijverheidsonderwijs en  directiesecretaris van de Spaarbank in Rotterdam. In laatstgenoemde functie zei hij "dat het niet belangrijk was wat  maar dat er gespaard werd" en dat het bijbrengen van spaarzin een der taken van ouders en opvoeders was (mei 1961)

Daarnaast was Van Nouhuys betrokken bij de Samenwerkende Indische Belangenorganisaties (SIB), die pleitten voor uitbetaling aan het overzeese personeel voor de periode dat het in de gevangenis of kampen werd vastgehouden. 

Over deze kwestie meldde hij: "In principe hebben we recht op onze volledige soldij over de kampmaanden.  Dat zou neerkomen op een bedrag van 800 miljoen gulden. Maar dat lijkt ons gezien de huidige geldelijke situatie onmogelijk. Wij willen ons dus wel tevreden stellen met een kleinere uitkering" (december 1979).

 Van Nouhuys overleed in juni 1993 op 88-jarige leeftijd. De crematie vond op 22 juni 1993 plaats in het crematorium te Ockenburg.

Zie ook


 [Terug]

 

f t