• Vestingartillerie

  • Zr.Ms Celebes in gevecht met een Kota Mara (1859)

  • Zr Ms Karel Doorman en Zr Ms Willem vd Zaan

  • Neptunusdiploma

  • Citadel van Antwerpen

  • Lanciers de la Garde Imperiale (Hollanders)

 

Bronbeek Bandoeng gebouwen


Zie ook: de gruwelen der Bersiap op Bronbeek


Inleiding

Indisch Bronbeek was een woonwijk, gelegen in het noordwestelijke gedeelte van Bandoeng, waar gepensioneerde KNIL-manschappen woonden. De woonenclave was gebouwd aan de west-zijde van de Pasir Kaliki-weg en de Bronbeek-weg (tegenwoordig Sukajadi). De doelstellingen van Indisch Bronbeek werden door de commissie van oprichting in 1920 als volgt gedefinieerLandstormers in bandoengd:

"Een Indisch Bronbeek, waar zonder onderscheid van landaard invalide oud-militairen en daarnaast andere oud-militairen kunnen worden opgenomen, terwijl voor de nog arbeidskrachtigen in de daaraan te verbinden landbouwkolonie gelegenheid zal bestaan productief werk te verrichten De bedoeling zal zijn deze inrichting onder leiding te stellen van een hoofdofficier, terwijl een gedeelte van het pensioen als bijdrage zal moeten worden gestort".

Met de Stichting van een Indisch Bronbeek werd tevens beoogd de banden tussen burgerlijke en militaire gedeelten van de samenleving nauwer aan te halen. Men dacht dat een van de beste middelen waardoor de burger uiting kon geven aan haar waardering voor het leger de verzorging van de oudmilitairen zou zijn. Indertijd waren veel van deze mannen door gebrek aan geldelijke middelen gedwongen hun laatste dagen in een kampong, waar zij lichamelijk en geestelijk ten onder gingen, te slijten.

 Stichting van Indisch Bronbeek

In 1920 werd opgeroepen gelden bijeen te brengen ten behoeve van de bouw van een Indisch Bronbeek, een tehuis voor oud-militairen, in de geest van het bekende Bronbeek gelegen in de omgeving van Arnhem. Er was ook kritiek op het plan een een Indisch Bronbeek te bouwen met particuliere gelden, omdat Bronbeek in Arnhem,  gesticht bij Koninklijk Besluit van 31 oktober 1862, gefinancierd werd door de regering en men vond dat dit in Bandoeng ook het geval zou moeten zijn.

Ondanks deze negatieve klanken vond de oprichtingsbijeenkomst van de commissie, die het proces zou begeleiden, plaats op 15 september 1920. Het comité was samengesteld uit de volgende personen: H. van Santwijk, resident van Kedoe (voorzitter), Mr. Dr. H. Westra (secretaris), de godsdienstleraar Salomonson (penningmeester), pastoor van Hout en de Ambonees en godsdienstleraar Sahuleika. Het beschermheerschap werd aangeboden aan de gouverneur-generaal.

In het op te richten  erecomité namen luitenant-generaal H.N.A. Swart, vice-president van de Raad van Indië, luitenant-generaal G.K. Dijkstra, legercommandant, en majoor Schutstal van Woudenberg plaats.  In december 1923 had men eindelijk voldoende gelden (94.000 gulden) ingezameld om met de bouw te kunnen aanvangen en op 6 januari 1924 werd de eerste steen van het te bouwen tuindorp gelegd. Dit dorp zou uiteindelijk bestaan uit 35 Europese en 12 inheemse woningen. In 1926 kwamen de eerste bewoners.  

Indisch Bronbeek

De kosten van het dorp, bestaande uit 50 woningen, werden geschat op 50.000 gulden. De directie van de Baud-landen stond ten behoeve van de bouw gronden nabij Bandoeng af. Behalve te Bandoeng werd ook elders een dependance van Indisch Bronbeek geopend, napeletakan batu pertamamelijk in augustus 1926 te Meester Cornelis, waar veertig woningen beschikbaar werden gesteld.  In de jaren die volgden bleef de Stichting Indisch Bronbeek steeds zeer actief in het inzamelen van fondsen.

Met deze gelden konden steeds toevoegingen en aanpassingen worden gedaan. Zo werd in 1931 een dagverblijf aan Indisch Bronbeek te Meester Cornelis toegevoegd en kwam te Bandoeng een ontspanningszaal, waar films vertoond konden worden.  Inmiddels werden er toegangseisen voor toekomstige bewoning gesteld. Bronbeek was bedoeld voor de voor 1920 gepensioneerde Europese militairen met hun gezinnen, die geen hoger totaal inkomen hadden dan de minimumbestaansvoorwaarden als geformuleerd in het reglement. Daarnaast werden ook inheemse militairen die in dezelfde omstandigheden verkeerden opgenomen.

Latere periode

Inwoners hadden vrij wonen, water en licht ter beschikking. In 1931 werd Indisch Bronbeek Bandoeng bewoond door 160 mannen, vrouwen en kinderen. Naast Indisch Bronbeek Bandoeng verrees in de jaren dertig eSlachtoffers bronbeeken Tehuis voor Behoeftige Ouden van Dagen, waarin de "civiele oudjes, die door hun geringe inkomsten niet in hun onderhoud konden voorzien" werden ondergebracht. Dit tehuis bestond uit 22 woningen.

In de periode van de bezetting van Nederlands-Indië door Japan fungeerde de wijk bij Bandoeng als kamp voor behoeftige familieleden van KNIL-militairen. Tijdens de Bersiap-periode (vanaf 27 november 1945) werden tenminste honderd maar zeer waarschijnlijk veel meer Indo-Europeanen in Indisch Bronbeek  door de Republikeinen met de klewang afgeslacht. Althans: in een der massagraven werden hun resten later teruggevonden. Precieze cijfers van het totaal aantal slachtoffers zijn niet bekend.   De overige bewoners werden gegijzeld.  Indisch Bronbeek werd op 17 december 1945 uiteindelijk door Engelse troepen, ondersteund door KNIL-militairen commando van kapitein G.S. Vrijburg,  ontzet. 

Na de souvereiniteitoverdrag

De Stichting Indisch Bronbeek werd na de oorlog nog een tijdje voortgezet maar in september 1954, als gevolg van "veranderende omstandigheden", overgenomen door de dan pas opgerichte  Stichting Dwi Darma. De oprichters van deze stichting waren kolonel R.M.G. Soegondo (voorzitter), drs. J.B.A.F. Mayor Polak (vice-voorzitter), Drs. G.C. Vink (secretaris) en drs. H.P.C. Kiliaan (penningmeester). Leden waren mr. Djajadiningrat, P. Gramberg en ir. A. Poldervaart. Deze stichting had het steunen van behoeftige oudmilitairen en hun gezinnen alsmede ouden van dagen (burgers) tot doel.

Alle bezittingen van de Stichting Indisch Bronbeek, waaronder een complex woningen in Kebon Kelapa (Djatinegara), een complex woningen te Bandoeng, waaronder een ziekenhuis, een sociëteit en een toko, werden overgedragen aan de nieuwe stichting. Het lag in de bedoeling in Djakarta zoveel mogelijk oud-militairen en te Bandoeng ouden van dagen onder te brengen. Tegenwoordig wordt Indisch Bronbeek nabij Bandoeng bewoond door gepensioneerde politieagenten.

Markante bewoners van Indisch Bronbeek

Mathieu Jozeph Kirkhove

Hospitaalbediende Mathieu Jozeph Kirkhove (Sint Nicolaas, 29 oktober 1849-1931 - stamboeknummer 361) was bij zijn dood de oudste bewoner (82 jaar).  Kirkhove trad in 1876 in dienst bij het KNIL. Hij embarkeerde te Nieuwe Diep op de "Prinses Amalia" en arriveerde op 26 mei 1876 te Batavia.

In 1879 nam hij deel aan de strijd op Atjeh onder generaal K. van der Heijden. Niet lang hierna werd hij afgekeurd voor de dienst te velde en geplaatst bij de hospitaaldienst. Hij verliet het leger op 23 april 1888 onder toekenning van een jaarlijks gagement van 220 gulden per jaar en was in het bezit van het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met de gesp 1879-1880 en de Zilveren Medaille voor trouwe dienst.

Anthonius Johannes de Groot

Anthonius Johannes de Groot (Utrecht, 26 oktober 1875-1934) diende van 27 november 1894 tot 1900 bij het Indische leger en was nadien werkzaam bij melkerijbedrijven.

Martin Herman Heinrich Flammé

Flammé (Kopenhagen, 16 oktober 1855) vertrok op dertienjarige leeftijd naar Duitsland om aldaar in de leer voor banketbakker te gaan. Hij keerde echter al snel terug naar Denemarken en zette als jong soldaat, reizend met de "Devion",  op 31 januari 1876 voet aan wal te Santa Cruz. Aldaar diende hij als fuselier op St. John en vervolgens  was hij enige tijd actief als kok op een schip. Hij keerde vervolgens naar Kopenhagen terug maar tekende op 14 december 1882 te Harderwijk voor het Indische leger en vertrok op 17 februari 1883 per stoomschip "Madoera" naar Batavia.

Op 6 april werd hij aldaar gedetacheerd en geplaatst bij het vierde depotbataljon. Op 9 november 1887 ging hij over bij het garnizoensbataljon van Atjeh en Onderhorigheden. Hij diende daarnaast bij het garnizoensbataljon van Amboina en Ternate. Van 1884 tot en met 1889 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen te Atjeh en zodoende was hij in het bezit van Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met de gesp Atjeh 1873-1885. Hij werd in 1895 gegageerd en was in 1926 de eerste bewoner van Indisch Bronbeek.   

Zie ook


 

f t